Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.2.1:5.2.1 Achtergrond
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/5.2.1
5.2.1 Achtergrond
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708296:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 69 Fw is als onderdeel van de huidige Faillissementswet ingevoerd met als doel om schuldeisers in ruime mate de mogelijkheid te geven voor hun belang op te komen. Alle schuldeisers, de schuldeiserscommissie en ook de gefailleerde kunnen een klacht indienen tegen het (voorgenomen) handelen of nalaten van de curator. In de memorie van toelichting staat:
De betrekkelijk uitgebreide bevoegdheid, die den curator, altijd onder toezicht van den Rechter-Commissaris (…), in artikel 68 wordt gegeven, vindt, voor zooverre zij mocht schijnen te ver te gaan, haar correctief in artikel 69. Dit laatste artikel zal eene groote verbetering aanbrengen en tevens ongetwijfeld, zoo al geen afdoenden, dan toch een voldoenden waarborg voor een richtig beheer en behoorlijke behartiging van aller belangen in het leven roepen. Het stelt den curator onder de voortdurende controle van hen in wier belang hij is aangesteld. Men kan toch met recht van het uitoefenen van controle spreken, waar aan belanghebbenden de middelen gegeven zijn om eventueele bezwaren kenbaar te maken, en voor hen de zekerheid bestaat dat zij gehoord zullen worden. In de ruimste mate nu geeft artikel 69 den schuldeischers en den gefailleerde de middelen zich te doen gelden en voor hunne belangen op te treden. Niet alleen kunnen zij bestrijden wat verricht is, aandringen op hetgeen hun inziens ten onrechte is nagelaten, maar ook zich verzetten tegen een voorgenomen handeling. Men mag aannemen dat de grief, thans zoo dikwijls geuit, dat de schuldeischers te weinig invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken, door dit artikel grootendeels weggenomen zal worden.
Aan den gefailleerde mag het recht van verzet niet onthouden worden omdat elke handeling van den curator zijne zaak geldt; het is zijn boedel die vereffend wordt ter voldoening zijner schuldeischers; al mag hij zelf niet beheeren, het is voor hem niettemin van het grootste belang dat er goed beheerd worde.’1
De Raad van State meende dat het klachtrecht niet aan de individuele schuldeisers moest worden toegekend als een schuldeiserscommissie was ingesteld. De minister ging daar niet in mee, met als reden dat het toekennen van een ruime klachtbevoegdheid ‘dit voordeel oplevert, dat daardoor het vertrouwen in den beheerder versterkt wordt.’2 De medaille van het klachtrecht heeft dus twee zijden: aan de ene kant kunnen schuldeisers en de gefailleerde voor hun belangen optreden en wordt daarmee een juiste taakvervulling door de curator gewaarborgd,3 aan de andere kant legitimeert het klachtrecht het optreden van de curator.