Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.2.3.b.ii
9.2.3.b.ii De criteria voor de partijdeskundige
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS597694:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.m. OK 31 juli 2012 (ro. 2.7), ARO 2012/129 (TIC); OK 21 december 2010 (ro. 3.2), ARO 2011/ 14 (Corporate Express); OK 17 juli 2010 (ro. 3.10), JOR 2010/342 (Jetix Europe); OK 14 oktober 2008 (ro. 3.6), ARO 2008/166 (Stork); OK 15 mei 2008 (ro. 3.7), JOR 2008/198 (VNU); OK 27 september 2007 (ro. 3.7), JOR 2008/12 (Seagull). Hierover ook Brink onder JOR 2006/12 en JOR 2008/12; Assink onder JOR 2008/198; Bruining (2011), p. 125.
Art. 5 §1 Uitkoop-KB en art. 133 §4W.Venn.
Over de onafhankelijkheid van de deskundige uitgebreid Verhoest (2008), p. 185; Van der Elst (2008), p. 362-367.
§ 327c(2) jo § 293d(1) AktG jo. § 319(4) HGB.
Voor deze criteria moet ook gekeken worden naar de onafhankelijkheidsregels van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA).
Er bestaat voorts evenmin duidelijkheid over wanneer een deskundige voldoende
gekwalificeerd en onafhankelijk is.1 Ook hiervoor kunnen de uitkoopregelingen in België en Duitsland als voorbeeld dienen. Zij bevatten wederom duidelijke criteria. In België kunnen op grond van art. 5 §1 Uitkoop-KB niet optreden als onafhankelijk deskundige:
de commissaris of accountant van de bieder, de doelvennootschap en hun verbonden vennootschappen;
de persoon met wie de commissaris of de accountant een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten of beroepshalve in samenwerkingsverband staat;2 en
de persoon die in het kader van een andere opdracht wordt betaald door de bieder, de doelvennootschap of de ermee verbonden vennootschappen.”
Voorts moet een deskundige de opdracht weigeren indien hij zich in een ‘situatie van afhankelijkheid of belangenconflict’ bevindt, tenzij hij die omstandigheden uitvoerig beschrijft en hij aantoont dat zijn onafhankelijkheid niet in gedrag komt. In art. 5 §2 Uitkoop-KB staan vervolgens vier weerlegbare vermoedens van afhankelijkheid en belangenconflict:
een juridische of kapitaalband met de bieder, de doelvennootschap, hun verbonden vennootschappen of hun raadgevers;
een geldelijk belang van de deskundige, anders dan ingevolge de opdracht, bij het welslagen van de verrichting;
de uitvoering van een andere opdracht de afgelopen twee jaar voor de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen; en
het bestaan van een vordering of schuld ten aanzien van de bieder, de doelvennootschap of hun verbonden vennootschappen.”3
Tot slot is het ook vereist om de vergoeding van de deskundige in het verslag op te nemen, evenals de tijd- en persooneelsbesteding, de verrichte werkzaamheden en de gecontacteerde personen. De algemene uitkoopregeling in Duitsland kent soortgelijke regels omtrent de onafhankelijkheid van de deskundigen.4 Voor de Nederlandse uitkoopregeling moeten naar mijn mening vergelijkbare regels gelden.5 Het is echter niet nodig dat de rechter, zoals in Duitsland, de deskundige benoemt. Dit vertraagt de procedure. De uitkoper kan de deskundige zelf kiezen, mits zijn onafhankelijkheid gewaarborgd is. De deskundige hoeft niet per definitie een registeraccountant te zijn. Ook andere personen, zoals een register valuator, kunnen een dergelijke verklaring afleggen.
Het voordeel van het door mij voorgestelde systeem met duidelijke regels omtrent het vaststellen van de prijs, is dat de uitkoper weet welke stukken hij over moet leggen. De OK kan vervolgens volstaan met de toetsing van de verklaring van de deskundige, waardoor de uitkoopprocedure niet onnodig gecompliceerd wordt. Dergelijke regels betekenen overigens niet dat de OK altijd de door de uitkoper voorgestelde prijs vaststelt, indien de laatstgenoemde aan de vereisten heeft voldaan. De OK moet kritisch blijven op de vast te stellen prijs en een minderheidsaandeelhouder kan bovendien altijd nog aantonen dat de gevorderde prijs niet billijk is.