Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.2.1
IV.A.2.1 Inleiding
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS409344:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook art. 3:268 BW waar de hypotheekhouder in geval van verzuim van de schuldenaar het recht krijgt om het goed'te doen verkopen'.
GROEFSEMA, Bevoegdbeschikken over andermans recht (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1993, p. 14 'Om over een bepaaldrecht te kunnen beschikken, moet men beschik-kingsbevoegdzijn. [...]. Hetzelfde huis voor een tweede maal verkopen is echter wel mogelijk.'
In de literatuur over het oude erfrecht spreekt men steeds 'slechts' van verkoopbevoegdheid van de executeur en niet over beschikkingsbevoegdheid. Ik ga er vanuit dat als aangenomen werddat de executeur 'verkoop'bevoegd was, hijook beschikkingsbevoegd werd geacht. Dit met het oog op het redigeren van de comparitie van de akte van levering. Zo merkt KLAASSEN-EGGENS-LUIJTEN, Erfrecht, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1989, p. 229 op dat men mag aannemen, dat de executeur ingeval van ontvangst van betaling van een door hypotheek gedekte vordering ook bevoegd is toestemming tot doorhaling der hypothecaire inschrijving te geven, al is hem die bevoegdheid niet uitdrukkelijk door de wet toegekend; het toestemmen tot de doorhaling is immers een accessoir van het ontvangen van de betaling en het geven van de kwijting daarvoor. Deze redenering van Luijten zou men mijns inziens naar analogie kunnen toepassen op verkoopbevoegdheid van de executeur en zijn beschikkingsbevoegdheid.De wettelijke terminologie was waarschijnlijk nog 'besmet' met invloeden uit het Franse rechtsstelsel, waar de verbintenis onmiddellijk de eigendom doet overgaan, GROEFSEMA, Bevoegd beschikken over andermans recht (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 1993, p. 14.
A.H.N. STOLLENWERCK, Ook de rechter geeft drie sterren!, Fiscaal Tijdschrift Vermo-gen (FTV), december 2006, nr. 52.
KLAASSEN-EGGENS-LUIJTEN Erfrecht, Zwolle: WE.J. Tjeenk Willink 1989, p. 227.
ROMBACH, De kameleonistische 'boedelberedderaar, redder uit de notariele boedelafwik-kelingsnood,WPNR (1978) 5458.
Onder oud erfrecht was de bevoegdheid van de executeur om goederen van de nalatenschap te gelde te maken geregeld in art. 4:1059 (oud) BW lid 1:
'Indien de vereischte penningen niet voorhanden zijn tot het uitkeeren der legaten, hebben de uitvoerders de bevoegdheid om de goederen des boedels, in het openbaar, en volgens de gebruiken ter plaatse, te doen verkopen; alles ten ware de erfgenamen mogten goedvinden om het noodige voorschot van penningen te doen.Voor de verkoop van registergoederen behoeven de uitvoerders de toestemming der erfgenamen of bij gebreke daarvan, de machtiging van de kantonrechter.'
Lid 2 vervolgde met de mededeling:
'Die verkoop zal ook onder de hand kunnen geschieden, indien alle erfgenamen het daaromtrent eens zijn geworden, behoudens de bepalingen ten opzigte van minderjarigen en onder curatele gestelde personen.'
Van belang in deze was ook het in art. 4:1061(oud) BWopgenomen verbod:
'Zij hebben geene bevoegdheid om de goederen der nalatenschap te verkoopen, ten einde dezelve in staat van verdeling te brengen'.
In de Successiewet 1956, zoals die onder het oude erfrecht gold werd de bevoegdheid van de executeur uitgebreid door in art. 72 SW te bepalen dat:
'In de gevallen, bij de artikelen (...) 1059 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek voorzien, hebben de erfgenamen en de uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen met betrekking tot het recht van successie dezelfde rechten onder dezelfde voorwaarden, als bij die artikelen ten opzichte van de legaten zijn toegekend en gesteld.'
In het kader van de begripsbepaling trekt de onder het oude erfrecht gehanteerde term 'verkopen'1 meteen de aandacht. Deze term zorgt nog al eens voor verwarring. Bij het eerste college burgerlijk recht krijgt men reeds te horen dat 'men' wel degelijk het huis van zijn buurman kan verkopen. Verbinte-nisrechtelijk zijn er in beginsel geen belemmeringen.2 De overeenkomst is geldig. De verkoper komt pas in de problemen als hij het huis gaat leveren. Hij is geen eigenaar en de buurman is niet gebonden aan de overeenkomst. Als in het kader van executele echter gesproken wordt over de verkoopbevoegdheid van de executeur, wordt daarmee gedoeld op de positieve beantwoording van de vraag in hoeverre de executeur de erfgenamen kan binden aan een overeenkomst tot levering van een goed. In het nieuwe erfrecht spreekt men echter niet meer van verkoopbevoegdheid,3 maar over het 'te gelde maken', zij het om een andere reden, waarover hierna meer. Stollen-werck had als puntje van kritiek op de inmiddels befaamde uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 11 oktober 2006 over de beschikkingsbevoegdheid van de executeur-afwikkelingsbewindvoerder (onder nieuw erfrecht) dat de rechtbank 'ten onrechte' sprak van verkoopbevoegdheid.4 Men zou echter met de term vrede kunnen hebben als men hier aan toe zou voegen of erin zou lezen'vertegenwoordigingsbevoegd' tot verkopen.
Ik merk op dat men aan art. 4:1059 (oud) BWen de daarmee samenhangende vraag ofde executeur tot verkoop bevoegd is, pas toekwam, als de executeur bekleedwas met het 'bezit' van de nalatenschap.5
De aangehaalde wettelijke bepalingen zijn in beginsel duidelijk. Het waarom van de verkoop was van groot belang. Ging het om de uitkering van legaten mogelijk te maken dan wel de betaling van successierecht, dan was de executeur bevoegd. De voldoening van andere schulden werd niet gekwalifi-ceerdals reden om tot tegeldemaking over te gaan.Wat de verkoop van regis-tergoederen betreft door de executeur, bepaalde de wet dat in beginsel de toestemming van de erfgenamen nodig was. Duidelijk. De executeur kon geen registergoederen te gelde maken zonder toestemming van de erfgena-men.Van waar dan die problemen in de registergoederenpraktijk? Dit lag in beginsel niet aan de wet, doch aan een mystiek notarieel gebruik in de testamentenpraktijk. Nagenoeg iedere executeur werd bij zijn benoeming tevens bekleedmet de alles behalve duidelijke titel: 'boedelberedderaar'.Een aanduiding waarmee men poogde de bevoegdheid van de executeur om goederen te gelde te maken uit te breiden. Maar waar lagen de grenzen? Rombach heeft in zijn zeer lezenswaardige bijdrage over de kameleonistische boedelberedde-raar de hand aan de uitbreiding van deze grenzen proberen te houden.6 Dat er grenzen waren aan de verkoopbevoegdheid van de executeur-boedelbe-redderaar illustreert de navolgende civielrechtelijke uitspraak van Hof Amsterdam van 8 september 1994, NJ 1995, 700 (Klaver versus De Rooms-Ka-tholieke Parochie van de Heilige Georgius), een van de zeer weinige civielrechtelijke uitspraken op dit gebied.