Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/IV.A.2.3
IV.A.2.3 De notariele tuchtrechtspraak
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406050:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 12 maart 1998,WPNR (1998) 6336.
Wel merk ik hierbij op dat deze uitspraak gewezen is onder het oude erfrecht en dat het om een executeur- boedelberedderaar ging. Hierna bij de behandeling van het nieuwe erfrecht, zal ik ingaan op de vraag in hoeverre deze tuchtrechtelijke norm van Hof Amsterdam ook nog geldt voor het nieuwe erfrecht.
HOLTMAN maakt zich in JBN 1999 nr. 8: 'Het is fout, het klopt niet, het is niet juist of het deugt niet', erg druk over deze uitspraak en constateert dat de notaris het in de ogen van het hof absoluut altijdfout doet. In casu valt het mijns inziens wel mee, aangezien het hof ook constateert dat de notaris bij gebreke van boedelvolmachten van alle erven te dier zake (ik neem aan de opslag van de inboedel) toch namens hen kan handelen. Het hof: 'Immers de notaris is bij codicil door erflaatster tot executeur-testamentair benoemd en kon binnen die taak als vertegenwoordiger van de gezamenlijk erven handelen.'
In de notariele tuchtrechtspraak komt de positie van de executeur vaker aan de orde dan in de civielrechtelijke rechtspraak.Vooraf merk ik op dat dit niet in de laatste plaats zal liggen aan de onduidelijkheid die het gebruik van de term 'boedelberedderaar' met zich brengt.
Hof Amsterdam, thans tuchtrechtelijk aan zet, geeft 'college' en brengt de heersende leer, althans wat het oude erfrecht betreft, in kaart:1
'Volgens de heersende opvattingen is een executeur-testamentair, tevens boe-delberedderaar, uitsluitend bevoegd goederen behorende tot een nalatenschap zonder toestemming van de erven te verkopen in het geval dat uit de opbrengst een legaat dan wel een schuld van de nalatenschap moet worden voldaan en in het geval dat een behoorlijk beheer van de nalatenschap de verkoop dringend vereist. Hiervan is in het onderhavige geval evenwel niet, althans onvoldoende gebleken.'
Voor de tuchtrechter is derhalve van doorslaggevend belang de reden van tegeldemaking, waarbij twee redenen door de beugel kunnen: 'een behoorlijk beheer vereist de verkoop dringend'of uit de opbrengst moet een'schuld van de nalatenschap' worden voldaan.
Tuchtrechtelijk gezien zou de notaris er derhalve goed aan doen2 deexe-cuteur in de akte van levering (en nog liever in de koopakte) te laten verklaren wat de ('geldige') reden van verkoop is. Voor de praktijk is ook van belang dat het hof in casu vond dat de vrees dat de boedel schade zou lijden als gevolg van inbraak, diefstal en kraken geen dringende reden was voor verkoop. De notaris had de goederen immers kunnen laten opslaan.3 Hier ging het derhalve om de vraag of aan de reden'dat een behoorlijk beheer de verkoop drin-gendvereist' voldaan werd.Van belang is te constateren dat het in de onderhavige casus een notaris betrof die tot executeur benoemd was. Indien een 'derde' tot executeur benoemd zou zijn en een notaris gevraagd zou worden om de akte van levering te passeren, is de vraag gerechtvaardigd ofalsdan ten aanzien van de passerend notaris de door Hof Amsterdam gestelde norm in volle omvang ook voor de passerend notaris zou gelden, waarover in Hfdst. VI. meer.
Op de problematiek met betrekking tot de boedelberedderaar zal in het overgangsrechtelijk gedeelte apart ingegaan worden. Dit mede gezien het belang van de materie voor de oplossing van de overgangsrechtelijke vraagstukken die zich ongetwijfeld voorlopig zullen blijven voordoen gezien de onduidelijkheid die er onder oud erfrecht over het fenomeen 'boedelberedderaar' bestond.
Na de behandeling van de tuchtrechtspraak over de bevoegdheid van de 'executeur-boedelberedderaar' om goederen te vervreemden een kort intermezzo over de Belgische 'testamentuitvoerder' en andere buitenlandse executeurs.