Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/4.2.5.1
4.2.5.1 Inhoud en aard
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS386164:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het adviesrecht heeft eveneens betrekking op het ontslag van een bestuurder in de zin van de WOR. Dit aspect blijft buiten beschouwing.
Verburg (2007a), p. 102-103.
Kamerstukken I 1978/79, 13 954, nr. 8d, p. 17.
De adviesaanvraag hoeft geen informatie te bevatten over de omvang van het bestuur en de taakverdeling van de verschillende leden. In een uitspraak van de Ktr. Apeldoorn 20 juni 2008, JAR 2008/172, JOR 2008/226 m.nt. Verburg (Koninklijke Wegener) oordeelde de kantonrechter dat art. 30 WOR de ondernemingsraad niet het recht gaf invloed uit de oefenen op de samenstelling en de werkwijze van het bestuur.
Hof Amsterdam (OK) 15 april 1999, JAR 1999/101, JOR 2000/1 m.nt. Vonk, ROR 1999, 19 (Noest Beheer). Het opmerkelijke aan deze uitspraak is de gevolgde beroepsgang. Zie hierover de noot van Vonk in JOR 2000/1.
Het adviesrecht heeft betrekking op een voorgenomen benoemingsbesluit van een bestuurder.1 Met het begrip bestuurder in art. 30 WOR is geduid op de bestuurder in de zin van de WOR. Art. 1 lid 1 (e) verstaat hieronder de persoon die ‘alleen dan wel te zamen met anderen in de onderneming rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid’. Dit kan, maar hoeft niet de statutair bestuurder te zijn. De bestuurder hoeft niet in Nederland woonplaats te hebben en ook zijn nationaliteit speelt geen rol.2 Is een statutair bestuurder tevens bestuurder in de zin van de WOR, dan heeft het adviesrecht betrekking op zijn vennootschappelijke benoeming. De statutair bestuurder van een kapitaalvennootschap wordt benoemd door de algemene vergadering of – bij vennootschappen die onderworpen zijn aan de volledige structuurregeling – de raad van commissarissen dan wel de niet-uitvoerende bestuurders. Het is echter de ondernemer die het advies over een voorgenomen benoeming aan de ondernemingsraad moet vragen. Met de ondernemer is gedoeld op de bestuurder in de zin van de WOR en niet op het tot benoeming bevoegde orgaan.3 In de praktijk zal het advies door een al zittende bestuurder worden gevraagd of – bij het bestaan van een tegenstrijdig belang – door een persoon zoals bedoeld in art. 23 vierde en vijfde lid WOR. Dit is vaak een commissaris of bij gebreke van een raad van commissarissen een door de algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger.
De adviesaanvraag moet de beweegredenen voor het voorgenomen besluit bevatten als ook de informatie op grond waarvan de ondernemingsraad zich een oordeel kan vormen over de kandidatuur. De informatie heeft betrekking op de persoon van de te benoemen bestuurder in relatie tot de taken die hij dient uit te voeren.4 Het advies moet op een zodanig tijdstip worden gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit betekent dat de ondernemingsraad moet worden geraadpleegd op een moment dat het besluit tot benoeming van de bestuurder nog niet is genomen. De ondernemingsraad heeft bij de benoeming niet de bevoegdheid te adviseren over de wervingsprocedure of de aan de kandidaat te stellen eisen. De ondernemingsraad kan hierover wel via het initiatiefrecht van art. 23 WOR zijn standpunt kenbaar maken. Ook is mogelijk dat partijen in een ondernemingsovereenkomst het adviesrecht op deze aspecten van toepassing hebben verklaard. De termijn waarbinnen de ondernemingsraad zijn advies dient uit te brengen, is niet bepaald. De wet gaat uit van een ‘redelijke termijn’. De OK oordeelde in een art. 25-WOR procedure met betrekking tot het besluit de statutaire bevoegdheden van een bestuurder te ontnemen dat een termijn van een uur onredelijk kort was nu hiervoor uit de feiten geen noodzaak bleek.5 De ondernemingsraad brengt over het voorgenomen benoemingsbesluit eerst dan advies uit nadat ten minste eenmaal overleg is gepleegd met de ondernemer (art. 30 lid 3 jo. 25 lid 4 WOR).