Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/4.4.2
4.4.2 Autonomie ook vereist
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS302585:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ten aanzien van de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding: hoofdstuk 8, paragraaf 8.4.2.
Een tweede argument tegen de Ondernemingsraad als orgaan van de vennootschap als omschreven in hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.1. is dat de Ondernemingsraad geen zeggenschap heeft, maar medezeggenschap. De bevoegdheden van de Ondernemingsraad geven werknemers zeggenschap ten aanzien van aangelegenheden die werknemers in het bijzonder aangaan. De Ondernemingsraad is er voor medezeggenschap, en niet voor medeplichtigheid aan het ondernemersbeleid (zie in dit verband: Grapperhaus 2001, p. 471). Ook in dat opzicht heeft de Ondernemingsraad een andere functie dan het bestuur, de raad van commissarissen en, zoals in hoofdstuk 8 zal blijken, de algemene vergadering van aandeelhouders. Zie in dit verband ook: Witteveen 2004, p. 23; Kamerstukken II 1996/97, 24 615, nr. 28, p. 30 (Verslag).
Mijns inziens kan de Ondernemingsraad derhalve niet worden gekwalificeerd als een orgaan van de vennootschap als omschreven in hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.1. De Ondernemingsraad is niet vormgegeven als een orgaan zoals dit past binnen de institutionele vennootschap. Het institutionele karakter vereist juist een zekere mate van autonomie ten opzichte van de specifieke belangen van bepaalde belanghebbenden. Anders gezegd, er behoort geen plaats te zijn voor het behartigen van de belangen van individuele (groepen) belanghebbenden binnen de organen van de geïnstitutionaliseerde vennootschap.1 Zij dienen gericht te zijn op het belang van de vennootschap zelf. Zij worden immers gecreëerd om de vennootschap, die binnen het stakeholders-model het belang van alle belanghebbenden behartigt, te vertegenwoordigen en te laten functioneren. Dit volgt mijns inziens onder meer uit het feit dat besluiten van een orgaan worden aangemerkt als rechtshandelingen van de vennootschap. Zij zou derhalve in dienst van de vennootschapmoeten staan en niet in dienst van bepaalde belanghebbenden bij de vennootschap.2