Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.2:6.3.1.2 De contante waarde van de belastingclaim bij doorschuiving
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.2
6.3.1.2 De contante waarde van de belastingclaim bij doorschuiving
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS346733:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een onderneming wordt vervreemd en de hieruit voortvloeiende belastingclaim wordt doorgeschoven naar de overnemer, wil de koper de contante waarde van de belastingclaim in mindering gebracht zien worden op de prijs van de onderneming. De contante waarde van de belastingclaim is afhankelijk van de verwachte voortzettingstermijn, de tijd dat de activa waarin de stille reserves besloten liggen nog meegaan, de rente waarmee wordt gerekend en het belastingtarief. De koper en verkoper zullen hierover verschillende inzichten kunnen hebben. De belastingclaim vormt hiermee onderdeel van de onderhandelingen tussen koper en verkoper. In deze paragraaf staat de vraag centraal of voorschriften nodig zijn voor het bepalen van de waarde van de belastingclaim indien deze wordt doorgeschoven. Dergelijke voorschriften kennen we al. In art. 20, vijfde lid, SW 1956 staat dat op de verkrijging in mindering wordt gebracht de inkomstenbelasting welke de verkrijger verschuldigd kan worden. Als de erflater bij de overgang van een onderneming door overlijden inkomstenbelasting is verschuldigd, is deze schuld op grond van art. 20, derde lid, SW 1956 aftrekbaar. Dit geldt niet als de onderneming fiscaal geruisloos wordt doorgeschoven. Een latente inkomstenbelastingschuld is rechtens niet afdwingbaar. Om evenwel cumulatie van inkomsten- en erfbelasting te voorkomen, is het redelijk dat met een aftrek voor de latente belastingclaim rekening mag worden gehouden. In het zesde lid van art. 20 SW zijn hiervoor forfaitaire percentages opgenomen. Het is begrijpelijk dat de wetgever deze vaste percentages heeft opgenomen. Dit voorkomt immers dat bij iedere verkrijging overeenstemming tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst moet worden bereikt over de contante waarde van de belastingclaim. Naar mijn mening is het evenwel niet nodig dergelijke voorschriften te geven in het kader van de prijsbepaling tussen koper en verkoper bij doorschuiving. Dit betreft een transactie tussen partijen in het economische verkeer. De overheid behoeft en behoort daar geen rol in te vervullen. De overheid kiest ervoor belastingplichtigen de mogelijkheid te bieden de belastingclaim door te schuiven naar de opvolger. Het is dan aan de koper en de verkoper om de waarde daarvan vast te stellen. Dit geldt naar mijn mening ook indien de onderneming wordt doorgeschoven in het kader van het overlijden van de winstgenieter, dan wel de ab-houder. Het is aan de voortzetter en de andere erfgenamen om de contante waarde van de belastingclaimvast te stellen.