Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.1:6.3.1.1 Inleiding
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.1
6.3.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS349159:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 6.2 heb ik een first-best voorstel gedaan waarin is opgenomen dat doorschuiffaciliteiten kunnen vervallen behoudens in die situaties waarbij aan de positie van de bestuursbevoegde winstgenieter, dan wel bestuursbevoegde ab-houder niets wijzigt. Voor mijn second-best voorstel geldt dat het uitgangspunt is de huidige faciliteiten te behouden, tenzij de toetsing in hoofdstuk 4 aanleiding geeft tot het laten vervallen van een faciliteit. Indien een faciliteit behouden blijft, worden aanpassingen voorgesteld teneinde te komen tot een verbetering van de toetsingsresultaten. Als basis voor de aanpassingen dienen de in paragraaf 4.2 opgenomen tussenconclusies.
In paragraaf 6.3.1.3 volgt het voorstel voor de doorschuiffaciliteiten voor winstgenieters. Hetzelfde wordt gedaan in paragraaf 6.3.1.4 voor ab-houders. In paragraaf 6.3.1.2 ga ik eerst in op de vraag of de toepassing van een doorschuiffaciliteit vergezeld zou moeten gaan van een wettelijke bepaling waarin wordt bepaald op welke wijze de hoogte van de contante waarde van de belastingclaim zou moeten worden berekend. Deze vraag is zowel van belang voor winstgenieters als voor ab-houders.
Ook voor de invorderingsfaciliteiten geldt als uitgangspunt de faciliteiten te behouden, maar tegelijkertijd wordt onderzocht of aanpassingen moeten worden gedaan om te komen tot een verbetering van de toetsingsresultaten. In paragraaf 6.3.1.5 wordt dit gedaan voor winstgenieters en in paragraaf 6.3.1.6 voor ab-houders. Als basis hiervoor dient de in paragraaf 4.3.6 opgenomen tussenconclusie.