Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/421
421 Een nieuwe terugvorderingsbevoegdheid?
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS372667:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
“De raad van commissarissen heeft de bevoegdheid de variabele bezoldiging die is toegekend op basis van onjuiste (financiële) gegevens terug te vorderen van de bestuurder (claw back clausule).” Zie ook de toelichting bij de Code 2008, randnr. 35, p. 54.
Monitoring Commissie Corporate Governance, Voorstel voor herziening: een uitnodiging voor commentaar, 11 februari 2016, p. 42.
Monitoring Commissie Corporate Governance, Verantwoording van het werk van de Commissie, 8 december 2016, p. 21. Zie ook punt 7.2 van de reactie van Loyens & Loeff op het voorstel waarop de Commissie deze uitleg gebaseerd lijkt te hebben. Zie hierover ook Lokin 2017a, p. 26.
In dit laatste geval zou overigens de vertegenwoordiger van de AVA uitkomst kunnen bieden. Zie voor de voorbeelden: Abma 2010; Holtzer 2012.
Voor een effectieve(re) terugvorderingsbevoegdheid zou naar mijn mening beter aangesloten kunnen worden bij een verplichting om een terugvorderingsbeleid te ontwikkelen, openbaar te maken en toe te passen. In dat licht dient te worden opgemerkt dat in bpb II.2.11 van de Code 2008 reeds een aansporing was opgenomen voor de raad van commissarissen om een terugvorderingsbevoegdheid op te nemen in de overeenkomst met de bestuurder.1 In de Code 2016 komt deze bepaling niet meer terug vanwege de invoering van art. 2:135 lid 8 BW. Mijns inziens laat de wettelijke terugvorderingsregeling onverlet dat een terugvorderingsbepaling in de Corporate Governance Code van toegevoegde waarde kan zijn. Deze best practice bepaling zou in dat geval de vennootschap aan moeten zetten tot het ontwikkelen van een terugvorderingsbeleid als onderdeel van het bezoldigingsbeleid (waaronder het specificeren van bepaalde gevallen waarin een variabele beloning kan worden teruggevorderd), tot het openbaar maken van dit beleid en tot het opnemen van deze terugvorderingsbevoegdheid van de raad van commissarissen in de overeenkomst met de bestuurder. Een wettelijke regeling met dezelfde inhoud geeft een dwingender variant.2
De monitoringcommissie onder leiding van Van Manen deed overigens wel een voorstel om de raad van commissarissen op te dragen in het beloningsbeleid de parameters te specificeren op basis waarvan de vennootschap onder voorafgaand vastgestelde omstandigheden een toegekende variabele beloning kan terugvorderen of de hoogte naar beneden kan bijstellen.3 Uiteindelijk is deze voorgestelde bepaling niet opgenomen in de Code 2016, omdat deze parameters volgens de Commissie Van Manen juist een begrenzing van de wettelijke mogelijkheden tot terugvordering zouden kunnen betekenen. Op grond van de wettelijke clawbackregeling kan een variabele beloning geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, wanneer deze heeft plaatsgevonden op basis van onjuiste informatie. Volgens de Commissie Van Manen is daarmee reeds in een ruime grondslag voor terugvordering voorzien.4
Zoals uiteengezet bestaat er geen ruimere grondslag voor terugvordering dan die op grond van onverschuldigde betaling. Daarnaast lijkt mij het gevaar voor een begrenzing van de wettelijke mogelijkheden gemakkelijk tegen te gaan. Vermoedelijk doelt de Commissie hiermee op de voorbeelden uit de praktijk waarbij beursvennootschappen op voorhand hun bevoegdheid tot terugvordering van de variabele bezoldiging beperken, bijvoorbeeld door de kwalificatie op te nemen dat de herziening van de financiele resultaten ‘materieel’ of ‘aanzienlijk’ moet zijn of dat het gedrag van de bestuurder significante schade aan de vennootschap moet hebben toegebracht. Ook zijn er voorbeelden dat de bevoegdheid tot het terugvorderen van bonussen beperkt wordt door het opnemen van een specifieke termijn waarbinnen de raad van commissarissen tot terugvordering mag overgaan.5 Deze voorbeelden benadrukken eerder de noodzaak van een bepaling in de Code, waarin is opgenomen dat dergelijke beperkingen geen best practice zijn.