Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/4.4.2.5
4.4.2.5 Overige wettelijke verhaalsrechten
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931140:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10497 (Curatoren Heiploeg/X), r.o. 6.15 e.v.
Bloembergen 1965/103.
Castermans & Krans 2017/8.
Zie hiervoor, nr. 171, en par. 4.4.2.3.5.
Van Boom 1999, p. 104-106; Van Boom 2016a, p. 117.
Van Weel 1863, p. 246-254; Kaser/Wubbe 1971, p. 269; Stoljar 2007 (orig. 1980)/17-96 (p. 57); Zimmermann 1996, p. 443-445; Zwalve 2007, p. 65-67.
Stoljar 2007 (orig. 1980)/17-93 t/m 17-118 (p. 55-70); Zimmermann 1996, p. 436-440.
Vgl. Zwalve 2007, p. 59-75 (in het bijzonder p. 75).
Zie hiervoor, nr. 130. Zie voorts par. 4.5.
Van Boom 1999, p. 104-106; Van Boom 2016a, p. 116 en 119.
192. Overige wettelijke verhaalsrechten. Naast de verhaalsrechten waarin art. 6:10 BW en art. 6:12 BW expliciet voorzien, kan de presterende schuldenaar onder omstandigheden ook andere wettelijke verhaalsrechten inroepen. Is zowel voldaan aan de wettelijke vereisten voor regres of subrogatie als aan de vereisten voor een aanspraak uit wanprestatie (art. 6:74 BW), onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), zaakwaarneming (art. 6:203 BW) of ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW), dan is mogelijk sprake van samenloop. In deze paragraaf beantwoord ik de vraag of de verhaalzoekende schuldenaar zich dan ook altijd op dergelijke andere grondslagen voor verhaal kan beroepen.
Soms zal sprake zijn van een verhaalsrecht jegens een niet-hoofdelijk schuldenaar. Zo oordeelde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat een bestuurder op grond van art. 2:9 BW jegens de vennootschap aansprakelijk was voor de schade die hij door onbehoorlijk bestuur aan de vennootschap had toegebracht, erin bestaande dat de vennootschap een boete opgelegd had gekregen wegens schending van het mededingingsrecht. Omdat de bestuurder hier zelf geen schuldenaar was van de boete, was geen sprake van hoofdelijke verbondenheid.1
193. Verhaalsrecht uit hoofde van onrechtmatige daad of wanprestatie. Náást een verhaalsrecht krachtens regres of subrogatie beschikt een hoofdelijk schuldenaar die presteerde onder omstandigheden ook over een verhaalsrecht uit onrechtmatige daad of wanprestatie. Hier kan worden gedacht aan de kwalitatieve aansprakelijkheid van de werkgever voor onrechtmatige gedragingen van de werknemer (art. 6:170 lid 1 BW), indien de werknemer zélf draagplichtig is vanwege zijn opzet of bewuste roekeloosheid (art. 6:170 lid 3 BW). De werknemer is jegens de benadeelde aansprakelijk uit hoofde van zijn eigen onrechtmatige daad, terwijl de werkgever daarvoor kwalitatief aansprakelijk is. Er is dan sprake van hoofdelijke verbondenheid (art. 6:162 jo. art. 6:170 lid 1 jo. art. 6:102 lid 1 BW). Wordt de werkgever met succes door de benadeelde aangesproken, en is de werknemer in de gegeven omstandigheden voor 100% draagplichtig (bijvoorbeeld wegens opzet), dan heeft vergoeding door de werkgever aan de benadeelde van diens schade tot gevolg dat de werkgever verhaal kan nemen op de werknemer (art. 6:10 lid 2 en art. 6:12 BW). Daarnáást levert de onrechtmatige daad van de werknemer onder omstandigheden ook een onrechtmatige daad op jegens de werkgever, en/of kwalificeert die daad als toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst. In die gevallen is sprake van samenloop tussen de verhaalsrechten uit hoofde van hoofdelijke verbondenheid en het recht op schadevergoeding van de werkgever uit hoofde van onrechtmatige daad of wanprestatie, namelijk voor zover op beide grondslagen recht bestaat op verhaal.
Stel dat voetganger A wordt aangereden door chauffeur B, die zich als automobilist op de weg begaf ter uitvoering van zijn werkzaamheden in dienstverband voor postorderbedrijf C. Indien B aansprakelijk is voor schade van A (bijv. op grond van art. 6:162 BW of art. 185 WVW), is C tevens aansprakelijk in zijn hoedanigheid van werkgever (art. 6:170 lid 1 BW). Zij zijn hoofdelijk verbonden (art. 6:102 lid 1 BW). Voldoet C de schade ter grootte van € 10.000 aan A, dan is C daarvoor in beginsel draagplichtig, behalve indien het gaat om door B opzettelijk of bewust roekeloos veroorzaakte schade (art. 6:170 lid 3 BW). In dat laatste geval kan C zich krachtens regres of subrogatie verhalen op B voor zover B draagplichtig is (art. 6:10 lid 2 en 6:12 BW). Bij opzet of bewuste roekeloosheid is niet uitgesloten dat er dan voor € 10.000 een verhaalsrecht bestaat van C jegens B. De door B aan A veroorzaakte schade levert mogelijk ook een tekortkoming op van de nakoming door B van zijn arbeidsovereenkomst met C. In dat geval is B mogelijk ook op grond van art. 6:74 e.v. BW verplicht om de schade van C – bestaande uit zijn aansprakelijkheid jegens A en de kosten die hij in dat kader moet maken – te vergoeden.
Bloembergen geeft nog een ander voorbeeld, namelijk dat van een huurwoning, waar aan een derde op onrechtmatige wijze schade toebrengt (het gaat om een gesneuvelde ruit).2 Die derde is daarvoor jegens de eigenaar aansprakelijk (art. 6:162 BW), maar indien de schade aan de woning op grond van de huurovereenkomst in de verhouding tot de verhuurder voor rekening van de huurder komt, is de huurder mogelijk uit wanprestatie aansprakelijk jegens de verhuurder (art. 6:74 e.v. BW). Naar geldend recht gaat het dan om hoofdelijke aansprakelijkheid voor zover beide schadevergoedingsverplichtingen betrekking hebben op dezelfde schade (art. 6:102 lid 1 BW). Indien de huurder vervolgens de schade van de verhuurder vergoedt, bevrijdt hij daarmee ook de aansprakelijke derde (art. 6:7 lid 2 BW). In zijn verhouding tot die derde heeft de huurder mogelijk verhaal krachtens regres of subrogatie (art. 6:10 lid 2 en art. 6:12 BW), en daarnaast kan de huurder zich mogelijk ook beroepen op een jegens hen gepleegde onrechtmatige daad. Er is dan samenloop tussen de regresvordering en de schadevergoedingsvordering.
Bij samenloop van een verhaalsrecht en een recht op schadevergoeding geldt als uitgangspunt dat de verhaalzoekende kan kiezen op welke grondslag(en) hij zijn aanspraak baseert.3 Uitzonderingen op dat uitgangspunt zijn evenwel goed denkbaar, bijvoorbeeld indien het gaat om kwalitatieve aansprakelijkheid waarbij de wet verhaal uitsluit of beperkt (bijv. art. 6:170 lid 3 BW), of indien verhaal contractueel is uitgesloten.4 Kan men zich in geval van hoofdelijke verbondenheid niet krachtens regres of subrogatie verhalen, dan meen ik echter dat ook aan art. 6:74 of art. 6:162 BW geen verhaalsrecht kan worden ontleend, omdat een dergelijk verhaalsrecht het wettelijk systeem dan zou doorkruisen.5
194. Verhaalsrecht uit hoofde van zaakwaarneming. Denkbaar is dat een schuldenaar zich zonder daartoe verplicht te zijn, willens en wetens inlaat met de belangen van zijn medeschuldenaren. In dat geval ontleent hij mogelijk een aanspraak op schadevergoeding aan zijn zaakwaarneming (art. 6:198 jo. art. 6:200 lid 1 BW). In het Romeinse recht kon een hoofdelijk schuldenaar onder omstandigheden een recht van verhaal ontlenen aan zaakwaarneming (negotiorum gestio); hij kon in die gevallen verhaal nemen op grond van de actie uit zaakwaarneming (actio negotiorum gestorum contraria).6 Dit leerstuk wordt in sommige rechtssystemen wel gebruikt om degene die de schuld van een ander voldoet, een verhaalsrecht toe te kennen jegens die ander.7 Ook in geval van betaling door een van meerdere hoofdelijk schuldenaren zou men daaraan kunnen denken, zij het dat de hoofdelijk schuldenaar die presteert óók – en doorgaans zelfs: primair – zijn eigen schuld voldoet. De ruimte voor een vordering uit zaakwaarneming is daarmee beperkt, omdat de hoofdelijk schuldenaar doorgaans een bevoegdheid tot optreden ten behoeve van de anderen kan ontlenen aan de wet (met in begrip van art. 6:8 jo. 6:2 BW), althans aan zijn rechtsverhouding(en) tot die schuldenaren, zodat van zaakwaarneming geen sprake is (art. 6:198 BW). Niettemin is de zaakwaarnemingsgedachte ten aanzien van hoofdelijk schuldenaren op tal van plekken is de in het huidige recht te vinden.8 Zo is de hoofdelijk schuldenaar bevoegd ten behoeve van de andere schuldenaren een aanbod tot afstand om niet te aanvaarden (art. 6:9 lid 1 BW), en geven door hem ten gunste van de anderen getroffen maatregelen soms aanleiding tot een verhaalsaanspraak krachtens regres en subrogatie (art. 6:7 lid 2 e.v. BW).
195. Verhaalsrecht uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking. Aangenomen moet worden dat een vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking niet is uitgesloten náást een verhaalsaanspraak uit regres of subrogatie; de verhaalsrechten uit hoofde van art. 6:10 e.v. BW zijn gestoeld op het verrijkingsbeginsel.9 Is voldaan aan de vereisten voor een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW), dan kan de verhaalzoekende schuldenaar zich hierop in beginsel beroepen; de samenloop leidt hier mijns inziens niet tot exclusiviteit.10 Een recht op schadevergoeding tussen hoofdelijk schuldenaren uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking kan mijns inziens echter geen verderstrekkend karakter hebben dan de verhaalsaanspraken krachtens regres of subrogatie,11 omdat er voor meer dan die verhaalsaanspraken geen sprake is van verrijking van de tot bijdragen aangesproken schuldenaar, noch van een verarming van de verhaalzoekende schuldenaar.