Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.3.2:3.3.2 Werkwijze en prikkels
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.3.2
3.3.2 Werkwijze en prikkels
Documentgegevens:
Hanneke Bennaars, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Hanneke Bennaars
- JCDI
JCDI:ADS288499:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Prikkels om gedrag te sturen zijn kenmerkend voor platforms, maar in reguliere arbeidsorganisaties ook niet onbekend. Bonusplannen, commissiesystemen of promotietrajecten zijn bekende mechanismen om de productie door werknemers of de kwaliteit van het werk te verhogen. Wel nieuw is dat bij platforms die beogen met opdrachtnemers te werken, de prikkels ook gericht zijn op het sturen van de duur en de tijden waarop gewerkt wordt en om invloed uit te oefenen op de inhoud van het werk. Binnen de arbeidsovereenkomst gebeurt dit doorgaans via contractuele verplichtingen (arbeidsduur en werktijden) en de gezagsverhouding. Lieman geeft op basis van de praktijk een aardig inzicht in de soorten prikkels die worden gebruikt bij maaltijdbezorging, taxivervoer en schoonmaakwerk.1 Ik merk op dat sprake is van een diverse en dynamische situatie: niet alle platforms gebruiken alle methoden en sommige methoden veranderen of verdwijnen. Deze beschrijving ontleend aan Lieman, is dus vooral illustratief bedoeld.
Invloed uitoefenen op de inhoud van het werk en het niveau van de dienstverlening gebeurt vooral via de ratings, de beoordelingen door klanten. Met lage ratings is het vaak lastiger om klanten te krijgen. Invloed uitoefenen op hoe lang en wanneer wordt gewerkt gebeurt op verschillende manieren. Soms vrij direct door pushberichten om bepaalde tijdstippen te promoten, of door surge pricing, een methode waarbij de prijs (en dus de opbrengst voor de werkende) omhoog gaat als in een bepaald gebied een tekort aan werkenden is. Ook kunnen omzetgaranties voor bepaalde tijdblokken worden gegeven of worden bonussen toegekend bij slecht weer. Subtieler nog zijn de prikkels die inspelen op het gevoel van urgentie (‘anderen hebben deze opdracht ook ontvangen, de eerste die reageert krijgt de klus’) of technieken uit de game-industrie: er kunnen extra’s en ‘levels’ worden behaald met meer klussen waarbij vaak wordt getoond dat het doel echt bijna is bereikt (‘ludic loop’) al dan niet aangewakkerd door een competitie-element met andere werkenden. Ook het Netflix-effect is bekend: nog voordat een klus is afgerond, springt de volgende al in de app waardoor de werkende gestimuleerd wordt meteen weer een klus aan te nemen.
Dit soort prikkels worden ook wel gebracht onder de noemer ‘nudging’ dat vooral bekend (en populair) is als beleidsinstrument.2 In de woorden van Westerman: een zacht duwtje in de rug dat de overheid aan de burger geeft om hem – veelal op onmerkbare wijze – in de goede richting te leiden.3 Westerman wijst erop dat het bij nudging vaak de vraag is in hoeverre de burger nog een keuze heeft; denk aan verkeersdrempels, maar ook aan websites die alleen bezocht kunnen worden door cookies te accepteren. Niet alleen in de relatie burger-overheid speelt nudging een rol, ook bedrijven sturen het gedrag van consumenten (vaker aangeduid als marketingstrategieën). In het consumentenrecht wordt daarom wel betoogd dat bij het maken van wet- en regelgeving hiermee rekening moet worden gehouden: de consument is niet altijd rationeel handelend, maar wordt beïnvloed door onder meer nudging. Braspenning en Verbruggen concluderen dat het consumentenrecht hier inderdaad steeds meer rekening mee houdt.4 In paragraaf 4.5 bespreek ik de rol van deze prikkels bij de kwalificatievraag.