Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.3.1:5.3.1 Inleiding
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931059:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Hoofdstuk 4, par. 4.4.3.
De Kok 1965, p. 122; Aubel 1976, p. 11-12; Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2022/38. Vgl. HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ6079, NJ 2012/213, m.nt. H.B. Krans; JBPr 2012/7, m.nt. M.O.J. de Folter (Zegveld c.s./ZLTO), r.o. 3.5.5.
Vgl. Aubel 1976, p. 29 en p. 40-42; De Folter 2001, p. 13 en 28-29; Van Boom 2016a, p. 238-238; J.S. Kortmann 2019, p. 37-39.
Vgl. De Nerée tot Babberich 1923, p. 89.
Vgl. De Folter 2009/28-29 en Rechtbank Rotterdam 27 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3476, r.o. 4.18.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
231. Belangen schuldeiser en in rechte betrokken hoofdelijk schuldenaar. Zodra een hoofdelijk schuldenaar de hoofdelijk verschuldigde prestatie heeft verricht voor een groter gedeelte dan waarvoor hij zelf draagplichtig is, heeft hij recht op verhaal jegens zijn draagplichtige medeschuldenaren (art. 6:10 e.v. BW).1 Hij zal dergelijke verhaalsrechten in rechte vastgesteld willen krijgen, en wel het liefst op het moment waarop over de vordering jegens hem wordt beslist. Verstrijkt er tijd tussen het moment van zijn eigen veroordeling en het verkrijgen van een veroordeling in de procedure tegen zijn medeschuldenaren, dan staat hij reeds bloot aan verhaal door zijn schuldeiser, zonder dat hij zelf verhaal kan nemen op zijn medeschuldenaren.2 Daarnaast heeft hij er belang bij dat dat tegenstrijdige beslissingen zoveel mogelijk worden voorkomen.
Zijn belangen zijn daartoe echter niet beperkt. Een in rechte aangesproken schuldenaar die meent dat anderen met hem hoofdelijk verbonden zijn, heeft doorgaans een groot belang bij processuele bijstand van zijn medeschuldenaren om te voorkómen dat hij jegens de eiser wordt veroordeeld.3 Ook de niet-opgeroepen (mogelijk) hoofdelijk medeschuldenaren hebben bij een dergelijke uitkomst belang, omdat van interne aansprakelijkheid jegens de aangesproken schuldenaar dan geen sprake zal zijn, althans in aanzienlijk beperktere mate.4 Informatie waarover slechts niet-opgeroepen partijen de beschikking hebben, kan hierbij mogelijk een nuttige rol vervullen. Voor de door de schuldeiser in rechte betrokken hoofdelijk schuldenaar kan het dus van belang zijn om toegang te krijgen tot die informatie, ook om te voorkomen dat indien hij na een veroordeling verhaal zou willen nemen op zijn medeschuldenaren, hij van hen krijgt tegengeworpen dat hij niet voldoende verweer heeft gevoerd tegen de vordering.5
Deze belangen van de in rechte aangesproken schuldenaar kunnen conflicteren met de belangen van de schuldeiser. Die heeft er immers belang bij dat de procedure niet, althans zo min mogelijk vertraging ondervindt (bijvoorbeeld als gevolg van oproeping van eventuele medeschuldenaren of procedures ter verkrijging van informatie). Daarnaast zal hij zoveel mogelijk autonoom willen zijn wat betreft de partijen in de door hem geëntameerde procedure, dus zonder dat eventuele medeschuldenaren zich daarin mengen.
In de volgende paragraaf bespreek ik de mogelijkheden voor een in rechte aangesproken (beweerdelijk) schuldenaar om zijn rechten jegens (beweerdelijk) medeschuldenaren veilig te stellen (par. 5.3.2). Daarbij zal ik de belangen van de aangesproken beweerdelijk schuldenaar afwegen tegen de belangen van de schuldeiser bij een voortvarende afwikkeling van de hoofdprocedure.6