Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.6:4.6 Samenvatting methode
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/4.6
4.6 Samenvatting methode
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS624453:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
129.
Zaaksvervanging vertoont voldoende overeenkomsten met de andere erkende originaire verkrijgingen om te stellen, dat zaaksvervanging een originaire verkrijging is die past binnen het systeem van het goederenrecht. Deze kwalificatie benadrukt twee belangrijke elementen. In de eerste plaats dat zaaksvervanging gepaard gaat met de verkrijging van rechten die nieuw ontstaan. Dit is in lijn met het in het eerste hoofdstuk gekozen uitgangspunt dat het recht dat verbonden was met het tenietgegane goed, niet blijft voortbestaan en dat het beginsel dat het tenietgaan van een goed leidt tot het einde van de daarop ziende rechten, wordt gerespecteerd.1 In de tweede plaats volgt hieruit dat de rechten door de wet of het wettelijk systeem worden toegekend, zonder dat partijen hierop invloed hebben.2
Zaaksvervanging treedt op in twee elkaar onmiddellijk opvolgende stappen. De eerste stap wordt gezet als de oorspronkelijke aanspraken teniet en bestaat uit het identificeren van een vervangend goed. Direct hierop en in tijd niet van de eerste stap te onderscheiden, volgt de tweede stap waarin de rechtsposities, zoals die bestonden ten aanzien van het oorspronkelijke goed, worden hersteld door de toewijzing van vervangende rechten. De wijze waarop zaaksvervanging de ten aanzien van het oorspronkelijke object bestaande rechtsverhoudingen transponeert naar het surrogaat, komt overeen met de wijze waarop bij originaire verkrijgingen rechten worden verkregen. De wet grijpt in door regels te geven waarvan de toepassing leidt tot resultaten, die afwijken van de resultaten bereikbaar met overige regels van goederenrecht en die ertoe leiden dat een meer wenselijk resultaat wordt bereikt. Aanspraken die door zaaksvervanging worden verkregen, zijn niet afgeleid van rechten van een rechtsvoorganger. In plaats daarvan knopen de wettelijke bepalingen van zaaksvervanging aan bij de aanspraken, zoals die vóór het intreden van de tot ingrijpen noodzakende gebeurtenis ten aanzien van het oorspronkelijke goed bestonden.
Zaaksvervanging leidt tot de verkrijging van nieuwe rechten die in hun omvang en kenmerken zoveel mogelijk overeenstemmen met de tenietgegane rechten. Het op deze wijze overnemen van karakteristieken van de oude rechtstoestand is enigszins vergelijkbaar met de wijze waarop bij een verdeling van een gemeenschap hoedanigheden worden geconserveerd. Art. 3:186 lid 2 BW stelt dat de rechten die na de verdeling en levering worden verkregen, worden gehouden onder dezelfde titel als waarin zij door de deelgenoten voorheen gemeenschappelijk werden gehouden. De rechtspositie van de deelgenoten ten aanzien van de gemeenschappelijke goederen wijzigt niet door de verkrijging op grond van verdeling. Bij zaaksvervanging worden op enigszins vergelijkbare wijze eigenschappen van de oorspronkelijke rechten behouden, doordat de rechtsgrond van de verkrijging wordt 'meegenomen'. De originaire verkrijging imiteert in de toewijzing van de vervangende rechten de titel die aan de oorspronkelijke rechten ten grondslag lag. Hiermee wordt bewerkstelligd dat bijvoorbeeld de datum van totstandkoming van het recht identiek is en dat ook overige kenmerkende bevoegdheden hetzelfde zijn.
Middellijke vertegenwoordiging biedt mede door haar beperkte reikwijdte geen overtuigende verklaring voor de wijze waarop bij zaaksvervanging aanspraken worden behouden. Het derivatieve karakter van deze methode van verkrijgen brengt allereerst mee dat de vervanging is beperkt tot roerende zaken en vorderingen aan order en toonder. Daarnaast biedt vertegenwoordiging uitsluitend een methodologische onderbouwing voor het (direct) verkrijgen van vervangende goederen, bijvoorbeeld door een hoofdgerechtigde als de vruchtgebruiker handelt, maar het kan moeilijk worden gebruikt voor het ontstaan van beperkte rechten op dezelfde goederen, in het voorbeeld het gebruiksrecht voor de vruchtgebruiker. Dit vereist een nieuwe vestiging deze vervangende rechten, hetgeen onwenselijke risico's met betrekking tot de beschikkingsbevoegdheid in zich bergt. Om deze redenen, gecombineerd met de eerder vastgestelde functie van zaaksvervanging en de plaats van deze rechtsfiguur in het goederenrechtelijk systeem, kan niet worden gesteld dat zaaksvervanging uitsluitend mogelijk is, indien zowel de regels van goederenrecht als van vertegenwoordiging worden nageleefd.