Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/4.7.11
4.7.11 Appartementsrechten
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645026:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tweehuysen (2016), p. 209; Reehuis & Heisterkamp, Pitlo Goederenrecht 2019, p. 577-579.
Art. 5:114 lid 1 BW: “Rust op het ogenblik van de inschrijving van de akte van splitsing een hypotheek, een beslag of een voorrecht op alle in de splitsing betrokken registergoederen, dan rust dit verband, beslag of voorrecht van dat ogenblik af op elk der appartementsrechten voor de gehele schuld.” Het tweede lid stelt vervolgens: “Rust op het ogenblik van de inschrijving van de akte van splitsing een hypotheek, een beslag of een voorrecht op slechts een deel van de registergoederen, dan blijft de bevoegdheid tot uitwinning van dit deel ondanks de splitsing bestaan; door de uitwinning wordt met betrekking tot dat deel de splitsing beëindigd.”
Art. 5:114 lid 3: “Een recht van erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal of vruchtgebruik, dat op dat ogenblik van de inschrijving van de akte van splitsing rust op de registergoederen of een deel daarvan, bestaat daarna ongewijzigd voort.”
De gedachte dat op het afgescheiden of gesplitste deel de rechten van de oorspronkelijke zaak worden gecontinueerd, is terug te zien in de wet als een zaak wordt gesplitst in appartementsrechten. Deze appartementsrechten zijn nieuwe zakelijke rechten van geheel eigen aard1, maar kunnen bezwaard zijn met beperkte rechten die op de oorspronkelijke zaak rusten. Zo stelt art. 5:114 lid 1 BW dat hypotheekrechten, beslagen of voorrechten die op een in de splitsing betrokken registergoed rusten, na de splitsing op elk der appartementsrechten rusten.2 Het derde lid van hetzelfde artikel stelt dat de beperkte rechten die rusten op het registergoed na de splitsing blijven voortbestaan.3 Weliswaar is dit een andere situatie dan wanneer een deel van een zaak wordt afgescheiden, het derde lid geeft slechts aan dat deze rechten niet geraakt worden door de splitsing, maar de continuïteitsgedachte van het zakenrecht is ook hier zichtbaar.