Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.5:6.4.3.5 Visserijwet
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.5
6.4.3.5 Visserijwet
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS361011:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 2.2.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vierde plaats noemt de concept-memorie van toelichting de Visserijwet. In die concept-memorie van toelichting wordt de volgende motivering gegeven van het niet opnemen van de visserijwet in de Wet natuurbescherming: 'Het Europese visserijbeleid heeft onder meer als doelstelling de effecten van visserijactiviteiten op de mariene ecosystemen zo gering mogelijk te houden en maatregelen te nemen die erop zijn gericht de milieueffecten van visserij te beperken. In het kader van dat beleid zijn ook specifieke Europese maatregelen vastgesteld ter bescherming van gebieden en soorten. De Europese Commissie stelt zich op het standpunt dat de kaders van het gemeenschappelijke visserijbeleid ook de geëigende kaders zijn om in de mariene gebieden in de Exclusieve Economische Zone beperkingen te stellen aan visserijactiviteiten ter voldoening aan de vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. voor de implementatie van maatregelen ter uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid biedt de Visserijwet 1963 het kader. Op grond van die wet kunnen regels ten aanzien van de zeevisserij worden gesteld in het belang van de natuurbescherming. In het wetsvoorstel strekkende tot wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet in verband met de uitbreiding van beide wetten naar de exclusieve economische zone wordt de regulering van visserijactiviteiten dan ook buiten de reikwijdte van die wetten gehouden. Deze afbakening wordt ook in het onderhavige wetsvoorstel gevolgd.'
Wetssystematisch acht ik deze motivering onjuist. Het kabinet merkt immers op dat op basis van de Visserijwet regels kunnen worden gesteld in het belang van de natuurbescherming, met name, als ik het juist zie, ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen worden nu juist geïmplementeerd in de ontwerp Wet natuurbescherming. Ik kan het moeilijk anders zien, dan dat de Visserijwet derhalve ook regels bevat die voldoen aan het samenhangcriterium natuur. Het niet bundelen van de Visserijwet of onderdelen daarvan in de Wet natuurbescherming vormt daarom een afwijking van het wetssystematisch uitgangspunt dat het samenhangcriterium natuur het wetssysteem van het ontwerp bepaalt.
Dat kan wetssystematisch verdedigbaar zijn op basis van het wetssystematische argument dat het opnemen van dergelijke regels zou leiden tot een wetssystematisch tekort in de Visserijwet, welk wetssystematisch tekort minder wenselijk wordt geacht dan het bewust aanvaarde wetssystematisch tekort in het ontwerp Wet natuurbescherming. Eerder hebben we immers vastgesteld dat de wetgever veel keuzes heeft waar het gaat om samenhangcriteria en dat meer dan één keuze wetenschappelijk verdedigbaar is.1 De regering volgt echter niet de geschetste lijn om de verdedigbaarheid van het geconstateerde wetssystematisch tekort te verdedigen.
Wetssystematisch onverdedigbaar is het echter om - zoals het kabinet aangeeft - regels inzake de bescherming van de natuur uit te sluiten van bundeling louter en alleen omdat de relevante regels tot op heden steeds buiten de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet zijn gehouden.