Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.6:10.6 Stap 5: Is het beoogde overgangsregime in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel?
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.6
10.6 Stap 5: Is het beoogde overgangsregime in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel?
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS416303:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de doelstellingen die aan een overgangsregime ten grondslag moeten liggen vaststaan, moet worden beoordeeld welke overgangsregimes geschikt zijn om deze doelstellingen te realiseren. Vervolgens dient uit de geschikte overgangsregimes het voor de belastingplichtige minst ingrijpende regime te worden gekozen. Het gaat hierbij steeds om een beoordeling van de werkingsregel en de eventuele overgangsmaatregelen tezamen. Omdat de uitkomst van deze beoordeling sterk afhankelijk is van de feitelijke situatie, kan deze niet op voorhand worden vastgesteld. Om die reden heb ik de toetsing aan dit beginsel niet opgenomen in een schema.
De keuze tussen mogelijke overgangsregimes kan moeilijk zijn als meer doelstellingen gewaarborgd moeten worden. In dat geval dient de wetgever een prioriteitenstelling aan te brengen binnen deze doelstellingen, aan de hand waarvan gemakkelijker tot de keuze voor een bepaald overgangsregime kan worden gekomen. Van belang is dat de wetgever hierbij enige beoordelingsvrijheid heeft.
De geschiktheids- en noodzakelijkheidstest (par. 8.3) kunnen er uiteindelijk niet toe leiden dat door de wetgever gestelde doelstellingen niet volledig kunnen worden gerealiseerd. Dit is wel het geval bij toepassing van het evenredigheidsbeginsel in enge zin. Op grond van het evenredigheidsbeginsel in enge zin moet een overgangsregime in verhouding staan tot het doel dat wordt nagestreefd. Dit kan ertoe leiden dat een ander overgangsregime moet worden getroffen dan beoogd, dat in mindere mate geschikt is om de doelstellingen van het overgangsregime te realiseren. Een schending van het evenredigheidsbeginsel in enge zin kan naar mijn mening alleen aan de orde zijn indien een wetswijziging leidt tot schade (par. 8.4).