Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.2.5
7.4.2.5 De betekenis van de termen ‘interest’ en ‘andere uitgaven’
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS302021:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin R.A. Sommerhalder, ‘Approaches to Thin Capitalisation’, European Taxation, March 1996, p. 93 en C. van Raad, Nondiscrimination in International Tax Law, Series on International Taxation No. 6, Deventer: Kluwer Law and Taxation Publishers 1986, p. 178.
In deze zin: J.F.Avery Jones, L. de Broe, Mj. Ellis en C. van Raad, P. Fontaneau en PM. Fontaneau, R. Lenz en H. Torrione, T. Miyatake, S.I. Roberts en S.H. Goldberg, J. Strobl en J. Killius, V. Uckmar, F. Giuliani en G. Maisto, R.J. Vann en D.A. Ward, ‘Whether the Definition of Dividend Limited to the Dividend Article Applies to the Double Taxation Relief Article Granting the Underlying Credit’, Bulletin, March 1999, p. 104, noot 10 en M. Lang, ‘Unterkapitalisierung’, in: W. Gassner, M. Lang, E. Lechner, Aktuelle Entwicklungen im Internationalen Steuerrecht, Das neue Musterabkommen der OECD, Vienna: Linde Verlag Wien GmbH Vienna 1994, p. 150.
C. van Raad, Nondiscrimination in International Tax Law, Series on International Taxation No. 6, Deventer: Kluwer Law and Taxation Publishers 1986, p. 175 en A. Rust in K. Vogel, M. Lehner, Doppelbesteuerungsabkommen Kommentar, 4. Auflage, München: Verlag C.H. Beck 2003, p. 1871.
Zie punt 23 van het commentaar op art. 11 OESO-modelverdrag.
De term ‘interest’ wordt in art. 24, lid 4, niet gedefinieerd. Dit betekent dat deze term de betekenis heeft die het land van de debiteur daaraan geeft,1 tenzij de context anders vereist. De term ‘interest’ wordt in art. 24, lid 4, gebruikt onmiddellijk na de verwijzing naar art. 11, lid 6. De laatste bepaling heeft betrekking op het geval waarin de interest hoger is dan tussen onafhankelijke partijen overeen zou zijn gekomen. De term ‘interest’ die wordt gebruikt in art. 11, lid 6, OESO-modelverdrag, is gedefinieerd in het derde lid van deze bepaling. Uit de aanhef van art. 24, lid 4, volgt dus dat deze bepaling niet van toepassing is wanneer een betaling van rente is te beschouwen als ‘interest’ in de zin van art. 11, lid 3, voor zover deze interest arm’s length is. Uit deze context vloeit naar mijn mening voort dat de term ‘interest’ in art. 24, lid 4, OESO-modelverdrag de betekenis heeft die daaraan in art. 11, lid 3, wordt gegeven.2
Ook de term ‘disbursements’ is niet gedefinieerd. In het NSV is deze term vertaald met ‘andere uitgaven’. Het land van de debiteur mag deze term uitleggen naar nationaal recht. Van Raad en Rust gaan er vanuit dat de betekenis van deze term doorgaans niet zal verschillen van betalingen (van geld).3 De term ‘disbursements’ omvat dus onder meer interest. Is een betaling van rente niet te beschouwen als interest in de zin van art. 11, lid 3, OESO-modelverdrag – men denke bijvoorbeeld aan het rente-element van een annuïteit4 – dan is sprake van andere uitgaven.