Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/12.6.4.3
12.6.4.3 Het Duitse systeem
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491556:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
§ 15, Abs. 1 jo. § 12, Abs. 3 en § 4, Abs. 2, UmwStG.
§ 15, Abs. 3, UmwStG.
Zie hierover Dworschak in: Kraft, Edelmann & Bron 2019, § 15, punt 191-195 en de daar gemaakte verdere verwijzingen.
Op de Duitse regeling is dan ook de nodige kritiek geuit. Zie bijvoorbeeld Maiterth & Müller, DStR 2006, p. 1861-1866 en Rödder & Schumacher, DStR 2006, onderdeel 5.3.2, p. 1532-1533.
Daarbij dient wel rekening te worden gehouden met de zogenoemde Mindestbesteuerung. Zie onderdeel 12.2.3. Overigens biedt deze mogelijkheid geen soelaas voor zover de verliesaanspraken meer bedragen dan de splitsingswinst.
Over de vraag of het Duitse systeem wat betreft de lotgevallen van fiscale aanspraken punten heeft die aanbevelingswaardig zijn om in Nederland over te nemen, kan ik redelijk kort zijn. Dat is volgens mij niet het geval. In het Duitse systeem gaan bij een zuivere splitsing bepaalde fiscale aanspraken verloren, zoals verliesaanspraken en aanspraken in verband met de Duitse earningsstrippingmaatregel.1 Bij een afsplitsing worden dergelijke fiscale aanspraken van de afsplitsende rechtspersoon verhoudingsgewijs verminderd.2 De verhouding wordt bepaald aan de hand van de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat bij de afsplitsing overgaat naar de verkrijger(s) ten opzichte van de waarde in het economische verkeer van het gehele vermogen van de afsplitser.3 Gelet op alle beschouwingen in dit onderdeel behoeft het mijns inziens geen nader betoog dat het (gedeeltelijk) verloren gaan van fiscale aanspraken als gevolg van een fiscaal gefaciliteerde splitsing naar mijn mening onwenselijk is.4 Ter nuancering wijs ik erop dat in Duitsland de mogelijkheid bestaat om de splitsingswinst gedeeltelijk door te schuiven en dus gedeeltelijk in aanmerking te nemen. Dit stelt in staat het teloorgaan van aanwezige verliesaanspraken te voorkomen voor zover splitsingswinst wordt gerealiseerd.5