Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/9.3.2.4:9.3.2.4 Rekenkamer(commissie)s
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/9.3.2.4
9.3.2.4 Rekenkamer(commissie)s
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De huidige rekenkamer(commissie)s hebben een korte, maar turbulente ontstaansgeschiedenis. In hoofdstuk 7 is aan de hand hiervan uitgebreid stilgestaan bij de verhouding van deze rekenkamer(commissie)s tot de gemeenteraad. Opmerkelijk is dat de rekenkamer(commissie)s in eerste instantie (mede) bedoeld waren om de controlerende rol van de raad te versterken. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het rapport van de Staatscommissie1 en de Memorie van Toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel Dualisering gemeentebestuur, waarin de instelling van de rekenkamers voor kwam in een opsomming van maatregelen om die controlerende rol te versterken en wettelijk te verankeren.2 In zowel het rapport van de Staatscommissie (die adviseerde de rekenkamers facultatief te maken) als de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel (waarin rekenkamers verplicht werden gesteld) werd niettemin eveneens een onafhankelijkheid van de rekenkamer ten opzichte van de gemeenteraad bepleit.3 Het oorspronkelijke wetsvoorstel bevatte zelfs niets anders dan een van de raad onafhankelijke rekenkamer. Uiteindelijk hield deze verplichte, volstrekt onafhankelijke rekenkamer tijdens de parlementaire behandeling van de eerste dualiseringswet niet stand. De Tweede Kamer nam een amendement aan, waardoor gemeenten zouden kunnen opteren voor een (mede) door gemeenteraadsleden bevolkte — en dus niet strikt van de raad gescheiden — rekenkamercommissie.
Hiermee is de kiem gelegd voor een discussie over de mate van onafhankelijkheid van de rekenkamer(commissie) ten opzichte van de raad bij de besluitvorming rondom de door de rekenkamer(commissie) uit te voeren onderzoeken. Op grond van een aanvechtbare redenering kwam de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tot de conclusie dat zelfs rekenkamercommissies die uit raadsleden bestaan, niet kunnen worden verplicht die onderzoeken uit te voeren waar een meerderheid van de raad om verzoekt. Dit betekent dat de Afdeling de Gemeentewet aldus uitlegt dat de wetgever een rekenkamermodaliteit heeft willen invoeren die niet primair is gericht op het versterken van de positie van de gemeenteraad. In plaats van een raadshulpmiddel bij het afdwingen van politieke verantwoording door het college heeft de rekenkamer(commissie) zich ontwikkeld tot een middel van publieke verantwoording van de gemeente an sich ten opzichte van de burgers (rekenschap), waarbij het handelen en nalaten van alle gemeentelijke organen onderzocht kan worden: ook dat van de gemeenteraad zelf.
Gelet op het soort onderzoek dat de rekenkamer(commissie) uitoefent (vooral doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoek) en gelet op de omstandigheid dat aan de uitkomsten van het rekenkameronderzoek geen rechtsgevolgen verbonden zijn, is in hoofdstuk 7 vastgesteld dat er geen rechtsstatelijke noodzaak bestaat tot het hanteren van een volstrekt van de raad onafhankelijke rekenkamer(commissie). Op deze onafhankelijkheid en de nadruk op publieke verantwoording die de huidige regeling lijkt te impliceren, wordt in paragraaf 4 en 5 nader ingegaan.