Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/4.4.6
4.4.6 Verzetsprocedure bij overdracht EIRL-vermogen onder algemene titel
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584596:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
C.com., art. L.236-14 (voor de SA) en art. L. 236-23 (voor de SARL). Dubuisson & Germain 2011, nr. 169. Zie over juridische fusie en splitsing in Frankrijk ook 5.2.3 en 5.2.4.
C.com., art. R.526-14.
C.com., art. L.526-17 sub III leden 3, 4 en 5. Vgl. C.com., art. L. 236-14leden 2, 3 en 4 (fusie) jo. art. L. 236-19 (zuivere splitsing) en art. L. 236-22 (afsplitsing).
Dubuisson & Germain 2011, nr. 173.
Dubuisson & Germain 2011, nr. 179.
Code des sociétés commenté 2009, C.com., art. L. 236-14, aant. 13 en 15.
Dubuisson & Germain 2011, nr. 176-178.
Dubuisson & Germain 2011, nr. 180 en 181.
HR 20 december 2013, JOR 2014/66, NJ 2014/222(Favini).
Wordt het EIRL-vermogen onder algemene titel overgedragen, dan geldt een schuldeisersverzetsprocedure die is geïnspireerd op de verzetsprocedure bij juridische fusie of splitsing.1 Verzet moet worden aangetekend binnen een maand na de deponering van de overdrachtsverklaring en de voorgeschreven publicatie in het BACC.2 Anders dan bij de oorspronkelijke verklaring van doelbestemming is in dit geval dus geen persoonlijke kennisgeving aan schuldeisers vereist. Wel is het ook in dit geval weer aan de rechter om op een aangetekend verzet uitspraak te doen. Wordt niet voldaan aan een rechterlijk bevel tot voldoening van de vordering of, indien aangeboden, tot het stellen van zekerheden, dan kan de overgang van het EIRL-vermogen niet aan de betrokken schuldeiser worden tegengeworpen.3
Het verzetsrecht komt in dit geval toe aan de ten tijde van de overdrachtsverklaring bestaande zaakschuldeisers. Zij worden door de overdracht geconfronteerd met een nieuwe schuldenaar, al dan niet onder instandhouding van het doelvermogen als zodanig. Betreft het een schenking, dan komt het verzetsrecht tevens toe aan de (oude) schuldeisers voor wie de oorspronkelijke verklaring van doelbestemming niet geldt. In de literatuur is verdedigd dat het verzetsrecht van deze laatste groep voor niet geschreven moet worden gehouden,4 maar of dit juist is mag worden betwijfeld. De schuldeisers voor wie de (oorspronkelijke) verklaring van doelbestemming niet geldt, kunnen als privéschuldeisers worden aangemerkt, zij het dat zij zich mede op het EIRL-vermogen kunnen verhalen. Door de overdracht eindigt die laatste mogelijkheid. Betreft het een schenking, dan treedt daarvoor geen vervangend verhaalobject in de plaats, zoals een koopprijs, maar bedoeld verzetsrecht. Het verzetsrecht komt niet toe aan de overige privéschuldeisers van de vervreemder.5 Zij mogen zich slechts verhalen op het privévermogen van de ondernemer en krijgen geen nieuwe schuldenaar opgedrongen.
In het Franse fusie- en splitsingsrecht voor vennootschappen geldt op basis van de jurisprudentie dat het verzetsrecht alleen toekomt aan de schuldeiser van een betrokken vennootschap die kan aantonen dat zijn vordering voorafgaand aan de publicatie van het voorstel tot fusie of splitsing certaine, liquide et exigible is. De schuldeiser van een vordering om iets te doen heeft geen verzetsrecht.6 Het ligt voor de hand dat deze regels naar analogie bij de overgang van een EIRL-vermogen worden toegepast, ook al worden wel vraagtekens gesteld bij de gerechtvaardigdheid van bedoelde ontvankelijkheidsvereisten.7 Opvallend genoeg ontbreekt een bepaling die de rechter bevoegd maakt om een overeenkomst te wijzigen of te ontbinden, indien dit in verband met de overdracht op grond van de redelijkheid en billijkheid geboden is.8 Ik kan mij voorstellen dat die regel niettemin uit het commune recht kan worden afgeleid.
Wat betekent het als de overgang van het EIRL-vermogen niet kan worden tegengeworpen aan de schuldeiser wiens succesvol verzet wordt genegeerd? Aangenomen wordt dat de vervreemder dan verbonden is in het EIRL-vermogen, dat dan tegenover deze schuldeiser geldt als niet-overgegaan. Dit sluit aan bij wat in Frankrijk bij de vergelijkbare niet-tegenwerpbaarheid van een fusie wordt aangenomen.9 Voor ons in Nederland zijn deze vormen van relatieve werking even wennen. Anders dan bij de actio pauliana hebben wij daar niet zoveel ervaring mee. De reikwijdte van de actio pauliana is bovendien beperkt, nu de Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze niet tegen een juridische afsplitsing kan worden ingesteld.10