Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.8.3:4.8.3 Wanneer is sprake van een vermogensverschuiving?
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.8.3
4.8.3 Wanneer is sprake van een vermogensverschuiving?
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS500049:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.4 is onderzocht wanneer precies sprake is van een vermogensverschuiving. Een verrijking is het gevolg van een bepaald oorzakelijk feit, dat het verrijkingsfeit wordt genoemd. De verrijking moet in verband staan met de verarming van de schuldeiser, zodat ook het verrijkingsfeit samenhangt met de verarming van de schuldeiser.
De verplichting tot afdracht van een verrijking vloeit voort uit het ongerechtvaardigde karakter van de verrijking die wordt genoten ten koste van de verrijkingsschuldeiser. Er blijken gevallen te zijn waarin zich een vermogensverschuiving voordoet, zonder dat de verrijkingsschuldeiser concrete schade heeft geleden. Ook in die gevallen is het wenselijk dat een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking ontstaat. Een uitleg van de woorden ‘ten koste van’ en ‘schade’ in artikel 6:212 die meebrengt dat de schuldeiser concrete schade moet hebben geleden, is onwenselijk. In plaats daarvan dient naar mijn mening uit de woorden ‘op kosten van’ en ‘schade’ te volgen wie afdracht kan vorderen van een ongerechtvaardigde verrijking.
Dit leidt tot de volgende conclusie. Het verrijkingsfeit moet een verrijking veroorzaken die op een bepaald bedrag dient te kunnen worden begroot. Het verrijkingsfeit zorgt er bovendien voor dat de verrijking voortvloeit uit het vermogen van de verarmde. Het verband tussen de verrijkte en de verarmde kan worden gevonden door die verrijkingsfeiten te benoemen, die verrijkingen veroorzaken die voortvloeien uit het vermogen van de verarmde. Daarbij hoeft zich geen concrete vermogensvermindering voor te doen.