Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.8.9:13.8.9 Evaluatie
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.8.9
13.8.9 Evaluatie
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416863:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Rotterdam 22 november 2001, NTPR 2002, 130.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Taalkundig is art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag een lastig en te gecompliceerd artikel. De redactie van de bepaling is slecht, omdat de begrippen 'internationale handel' en 'handelsbranche' door elkaar worden gebruikt. Het is niet duidelijk of deze begrippen geheel verschillend zijn of dat een overlap bestaat. Mijns inziens zouden de begrippen moeten verschillen, maar op welke wijze blijkt niet uit de bepaling. De bepaling is voorts lang en verdeeld in (te) veel zinsneden. Naar mijn mening zouden de woorden 'in de betrokken handelsbranche' uit de bepaling dienen te verdwijnen. De redactie van art. 4 lid 2 sub d ontwerp Haags bevoegdheids- en executieverdrag spreekt mij meer aan, hoewel daarin wordt verwezen naar de betrokken handelsbranche. Het gaat om de kern van de bepaling: een forumkeuze kan ook totstandkomen in een vorm die partijen kennen of geacht worden te kennen en die bij dergelijke overeenkomsten doorgaans in acht wordt genomen.
Voor partijen die de totstandkoming van een forumkeuze in de internationale handel wensen te betwisten is de bepaling een duivelsprentenboek. Degene die zich immers op de forumkeuze beroept zal in het algemeen de bewijslast dragen van de totstandkoming.1 Het aantal voorwaarden waaraan een forumkeuze cumulatief dient te voldoen is zo groot dat de eisende partij in moeilijkheden kan verkeren alle verweren te weerleggen en mogelijk met een zware bewijslast wordt opgescheept. Mijns inziens zijn de opstellers te veel afgeweken van hun oorspronkelijke bedoeling om een forumkeuze in cognossementen mogelijk te doen zijn. Als het daar om gaat, waarom dan zo'n ingewikkelde bepaling? De tegemoetkoming aan de eisen van de internationale handel kan zo in het gedrang komen, tenzij met de nodige souplesse met de bepaling wordt omgegaan.
Naar mijn mening zou de bepaling slechts de volgende voorwaarden dienen in te houden ten aanzien van de vorm:
`hetzij, in de internationale handel, in een vorm die partijen voor dergelijke overeenkomsten doorgaans in acht nemen en die partijen kennen of geacht worden te kennen'.
Deze formulering brengt tot uitdrukking dat het gaat om (1) de internationale handel, (2) een gebruikelijke vorm voor dergelijke overeenkomsten die (3) partijen kennen of geacht worden te kennen. Deze bepaling zou derhalve 3 voorwaarden kennen en daarmee de huidige situatie vereenvoudigen voor een forumkeuze in het internationale handelsverkeer.