Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.4:1.4 INSPIRERENDE AMERIKAANSE RECHTSPRAAK
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.4
1.4 INSPIRERENDE AMERIKAANSE RECHTSPRAAK
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS613030:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kuiper 2010. Te vinden via: http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/Publicaties-En- Brochures/Researchmemoranda/research%20memoranda/Vormverzuim,%20praktijk %20in%20VS%20als%20referentie.pdf.
Het meeste van wat in dit boek over de Amerikaanse rechtspraak is vermeld, is ook al te vinden in die eerdere afzonderlijke publicatie: Kuiper 2010.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het aan dit onderzoek voorafgegane onderzoek van het Amerikaanse recht bleek de rechtspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof over het reageren op vormfouten in het voorbereidend onderzoek heel inspirerend.1 De daar en hier gehanteerde juridische concepten zijn voor een belangrijk deel vergelijkbaar, terwijl bepaalde maatschappelijke veranderingen die zich in de VS en in Nederland voltrokken overeenkomsten vertonen. Een van de interessantste onderzoeksbevindingen was dat in de rechtspraak van het Hooggerechtshof omstreeks de jaren ‘60 van de vorige eeuw een pragmatische doel-middel benadering opkwam. Daarin werden reacties op vormfouten beschouwd als middelen die kunnen worden ingezet om bepaalde geëxpliciteerde doeleinden te bereiken en was hun toepassing afhankelijk van een eveneens uitdrukkelijk gemaakte afweging van de betrokken voor- en nadelen. Deze ook tegenwoordig nog gehanteerde pragmatische benadering verving de voordien bestaande vrij rigide toepassing van bewijsuitsluiting op grond van dogmatische in een belangenafweging minder goed hanteerbare argumenten.
In verscheidene opzichten zijn de parallellen met Nederland treffend. Ook in de VS stond de aanvankelijk rigide en ruime toepassing van bewijsuitsluiting bloot aan zware maatschappelijke kritiek. Het Hooggerechtshof heeft in de loop der jaren scherpe keuzes gemaakt wat betreft de functie van de reacties die binnen het strafproces aan vormfouten in het voorbereidend onderzoek kunnen worden verbonden. In zijn beslissingen motiveert het duidelijk waarom de rechter zich, om bepaalde welomschreven doeleinden te bereiken, soms genoodzaakt ziet ingrijpende reacties toe te passen, maar ook waarom daarvan in andere gevallen wordt afgezien. Daardoor wint de rechtspraak aan overtuigingskracht en maakt zij – door de inzichtelijkheid – verder wetenschappelijk onderzoek en debat mogelijk. Tegelijkertijd biedt deze rechtspraak een kader waarbinnen een consequente rechtspraak van de lagere gerechten vorm kan krijgen. Dat maakt de Amerikaanse rechtspraak en literatuur op dit vlak voor ons heel interessant. Juist op deze punten lijkt de Nederlandse rechtspraak immers voor verbetering vatbaar. De interessantste bevindingen uit het eerder afzonderlijk gepubliceerde onderzoek van de Amerikaanse rechtspraak zijn verweven in de verschillende hoofdstukken van dit boek.2