Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.5.8.2:2.5.8.2 Mededelingsplicht
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.5.8.2
2.5.8.2 Mededelingsplicht
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS587356:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2008/121.
PHR 6 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU3784 (ASR/Achmea), nr. 29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Interessenwahrungspflicht kent in het Nederlandse recht reeds een verschijningsvorm bij de borgtocht. In het geval dat de hoofdschuldenaar zijn schuldeiser betaalt, terwijl zijn borg de verbintenis reeds is nagekomen zonder hem daarvan mededeling te doen, kan de hoofdschuldenaar ingevolge art. 7:867 BW tegenover de borg volstaan met overdracht aan deze van zijn vordering, wegens onverschuldigde betaling, op de schuldeiser. De ratio van de bepaling is om te voorkomen dat schuldenaren bij een onverschuldigde betaling bloot worden gesteld aan terugbetalingsrisico’s die worden vermeden indien de eerst betalende schuldenaar een mededeling doet van zijn betaling aan de schuldeiser.
Mijns inziens is ook de hoofdelijke schuldenaar die door de schuldeiser wordt aangesproken, gehouden zijn medeschuldenaren in te lichten. Echter, het naar analogie toepassen van art. 7:867 BW lijkt mij onnodig gecompliceerd. Het is in mijn opinie logischer de mededelingsplicht te laten voortvloeien uit art. 6:2 BW dat krachtens art. 6:8 BW van toepassing is tussen hoofdelijke schuldenaren. Zij zijn verplicht zich onderling te gedragen overeenkomstig de eisen van de redelijkheid en billijkheid. Dit kan met zich meebrengen dat de presterende schuldenaar zijn medeschuldenaren moet verwittigen van zijn betaling.1 Overigens moeten de medeschuldenaren wel van elkaars bestaan op de hoogte zijn, anders is het niet duidelijk aan wie de mededeling gedaan moet worden.
Ook bij afwezigheid van dubbele betaling aan de schuldeiser, kan het verzaken van de mededelingsplicht gevolgen hebben. Uit de redelijkheid en billijkheid kan voortvloeien dat de betalende hoofdelijke schuldenaar van zijn betaling mededeling moet doen aan zijn medeschuldenaar. Wanneer de betalende hoofdelijke schuldenaar dit niet doet en bij aanwezigheid van gerechtvaardigd vertrouwen van de medeschuldenaar of bij benadeling, kan er sprake zijn van rechtsverwerking. De hoofdelijke schuldenaar kan dan zijn regresvordering niet meer verhalen.2