Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/3.1
3.1 Eigen opzet
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS410272:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rijken 1983, p. 172-175; Kortmann 1988, p. 1232-1233; Van Dunné 2004, p. 388-390 en 409411; Broekema-Engelen (Verbintenissenrecht), art. 76, aant. 22.
HR 20 februari 1976, NJ 1976, 486 (concl. A-G ten Kate; Van der Laan/Top of Pseudo-vogelpest; m.nt. G.J. Scholten).
Het is de koper Van der Laan uiteindelijk niet gelukt te bewijzen dat verkoper Top dit wist, zie Bruinsma & Welbergen 1988, p. 53-57.
Aldus: Van de Sande Bakhuijzen 1979, p. 289; Rijken 1983, p. 173-174; Van Dunné 2004, p. 410; anders: Mijnssen 1978, p. 33-34 die meent dat hier sprake is van grove schuld.
Asser /Hartkamp 2004 (44), nr. 342.
HR 30 mei 1975, N 1976, 572 (concl. A-G Berger; Bierglas; m.nt. Wachter).
De heersende leer in de literatuur is dat een exoneratie waarmee aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door eigen opzet expliciet wordt uitgesloten of beperkt, nietig is wegens strijd met de goede zeden (art. 3:40 lid 1 Bw).1 Dat aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door eigen opzet niet kan worden uitgesloten of beperkt, wekt geen bevreemding. Het kan niet zo zijn dat de leverancier door zelf opzettelijk te wanpresteren een ander schade mag toe brengen zonder die schade te moeten vergoeden. In de praktijk wordt zelden expliciet geëxonereerd voor eigen opzet. Als dat wel wordt gedaan, dan is dat deel van de exoneratie volgens de heersende leer partieel nietig (art. 3:41 Bw) en blijft het overige gedeelte van de exoneratie in stand. Toch verdient het mijns inziens de voorkeur niet de goede zeden-toets te hanteren, maar te beoordelen of een beroep op de betreffende exoneratie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (zie 2.1).
Het zal vaker voorkomen dat niet expliciet wordt geëxonereerd voor eigen opzet, maar bij de uitvoering van de overeenkomst wel sprake is van eigen opzet. Dan blijft de exoneratie buiten toepassing omdat het beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:248 lid 2 BW). Dit kan uit het Pseudo-vogelpest-arrest worden afgeleid. Die zaak gaat over Top, die 155 met pseudo-vogelpest besmette hennen aan Van der Laan verkoopt en levert.2 De Hoge Raad beslist dat als in rechte zou komen vast te staan3 dat Top voor of bij die levering van deze besmetting wist, Top opzettelijk4 wanprestatie zou plegen en het haar niet vrij zou staan een beroep te doen op haar aansprakelijkheidsbeperking tot het bedrag van de koopprijs. In de woorden van de Hoge Raad:
'dat immers - mede blijkens art. 1542 B.W. - de verkoper die goederen heeft geleverd waarvan het hem vóór of bij de levering bekend was dat zij gebreken hadden die de koper niet behoefde te verwachten, niet met succes een beroep kan doen op een contractueel beding tot uitsluiting of beperking van zijn aansprakelijkheid voor de schade die als een voorzienbaar gevolg van de aanwezigheid van deze gebreken aan de koper wordt toegebracht;'
Hartkamp is wat voorzichtiger.5 Hij wil niet als absolute regel aanvaarden dat een exoneratie voor eigen opzet onaanvaardbaar is omdat ook op andere terreinen zich een versoepeling van de rechtsgevolgen van opzettelijke schadeveroorzaking aftekent en opzet zijns inziens niet steeds een zelfde mate van laakbaarheid impliceert. Hij verwijst in dat verband onder andere naar het verzekeringsrechtrechtelijke Bierglas-arrest waar de Hoge Raad door gebruikmaking van de woorden 'in het algemeen' een slag om de arm houdt.6 De Hoge Raad beslist in dat arrest over een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering dat:
'aansprakelijkheid voor door de verzekerde opzettelijk veroorzaakte schade, ook zonder uitsluiting bij de polisvoorwaarden, in het algemeen niet door de verzekering wordt gedekt omdat in zoverre de overeenkomst in strijd is met goede zeden en/of de openbare orde ...'