De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener jegens de niet-particuliere cliënt
Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.5.5.1:2.5.5.1 Wijzigingen MiFID II van de verplichting tot best execution
De civielrechtelijke zorgplicht van de beleggingsdienstverlener (O&R nr. 101) 2017/2.5.5.1
2.5.5.1 Wijzigingen MiFID II van de verplichting tot best execution
Documentgegevens:
I.P.M.J. Janssen, datum 01-03-2017
- Datum
01-03-2017
- Auteur
I.P.M.J. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS367905:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 27 lid 3 MiFID II; artikel 4:90b lid 7 Wft 2018.
Artikel 66 lid 3 gedelegeerde verordening MiFID II; artikel 4:90b lid 3 Wft 2018.
Artikel 66 lid 1 jo artikel 65 lid 7 gedelegeerde verordening MiFID II.
Artikel 27 lid 6 MiFID II; artikel 4:90b lid 7 Wft 2018.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na invoering van MiFID II blijven de regels rondom best execution zoals zij voortvloeien uit MiFID van kracht. De verplichting tot blijft bij alle drie de vormen van beleggingsdienstverlening en ten aanzien van zowel de professionele als niet-professionele cliënt van toepassing. MiFID II zorgt wel voor een groot aantal aanvullingen van zowel de verplichting tot zelf als het orderuitvoeringsbeleid. Hierna komt een aantal aanvullingen aan bod.
In het kader van de verplichting tot zelf moet de beleggingsdienstverlener bij bepaalde financiële instrumenten ten minste elk jaar gegevens verstrekken over de kwaliteit van uitvoering en moet hij na uitvoering van een order aangeven waar hij deze heeft uitgevoerd.1 Daarnaast reguleert MiFID II veel strikter dan MiFID welke informatie de beleggingsdienstverlener in het kader van het orderuitvoeringsbeleid moet verstrekken. MiFID II vult de reeds bestaande normen verder in. Zo moet de beleggingsdienstverlener bijvoorbeeld in het orderuitvoeringsbeleid gedetailleerd opnemen op basis van welke factoren hij een platform heeft geselecteerd.2 Daarnaast werkt MiFID II uit wanneer er sprake is van een wezenlijke verandering die aanleiding geeft tot evaluatie van het orderuitvoeringsbeleid.3 De laatste relevante aanvulling is dat beleggingsdienstverleners voortaan jaarlijks een overzicht moeten opstellen van de vijf belangrijkste plaatsen van uitvoering.4 In tegenstelling tot MiFID moet de beleggingsdienstverlener deze informatie aan zowel niet-professionele als professionele cliënten verstrekken. Dat de bescherming van deze twee soorten cliënten steeds meer gelijk gesteld wordt, is een ontwikkeling die ook bij de informatieplicht zichtbaar is.