Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.4:4.2.4 Recht van uitweg voor leidingen?
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.4
4.2.4 Recht van uitweg voor leidingen?
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS622191:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Leidingen kunnen zowel in andermans private als publieke grond worden aangelegd. Tevens kan een grondeigenaar leidingen louter voor privédoeleinden in zijn eigen grond aanleggen. Wanneer een perceel is ingesloten en geen directe verbinding heeft met de openbare weg, kan op grond van artikel 682(1) BBW een recht van uitweg (over naburige percelen) worden gevorderd. Lange tijd was in de Belgische rechtsleer onduidelijk of een recht van uitweg ook kon worden gevorderd voor een ondergrondse leiding. Aanvankelijk werd op basis van de letterlijke tekst van artikel 682 (1) BBW geoordeeld dat alleen sprake kon zijn van een recht van uitweg over naburige percelen1 en dat een leiding onder naburige percelen niet op genoemd artikel kon worden gebaseerd. Naderhand kreeg de gedachte van de doelmatige exploitatie van ingesloten percelen de overhand en wijzigde de rechtspraak ten aanzien van het recht van uitweg.
Inmiddels is het mogelijk2 dat op basis van artikel 682(1) BBW een eigenaar van een ingesloten erf kan vorderen dat leidingen onder de naburige percelen worden aangelegd voor het normale gebruik van zijn eigendom en de bestemming ervan. Vereist is wel dat de insluiting van het erf niet door eigen schuld of nalatigheid van de grondeigenaar is ontstaan. Tevens werd geoordeeld dat artikel 682 (1) BBW zodanig uitgelegd moet worden dat het mogelijk is om enkel voor ondergrondse leidingen een recht van uitweg te verkrijgen, los van enige uitweg op de bovengrond.
Wanneer een grondeigenaar een recht van uitweg heeft onder naburige percelen, dan kan hij niet door verjaring eigenaar worden van het tracé waarin de (nood)leidingen in de naburige percelen zijn gelegen. Het recht van uitweg kan alleen worden ingeroepen door grondeigenaren die ingesloten zijn en die een aansluiting willen op de nutsvoorzieningen. Het is niet mogelijk dat een nutsbedrijf die moeilijkheden ondervindt bij de aanleg van een net, genoemd artikel inroept.3 Het recht van uitweg (van leidingen) wordt aangemerkt als een private erfdienstbaarheid. Door het daaruit voortvloeiende accessoire opstalrecht is de (ingesloten) grondeigenaar ook eigenaar van de (nood)leidingen.