Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.3:4.2.3 Roerend of onroerend?
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.2.3
4.2.3 Roerend of onroerend?
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616160:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cass. 15 september 1988, Arr. Cass., 1988-89, 60.
Sagaert 2007, p. 26.
Sagaert 2004, p. 1359.
In Cass. 8 mei 1886, Pas. 1886, I. 193 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat het gehele netwerk van buizen voor nutsleidingen moet worden beschouwd als onderdeel van het gebouw van waaruit de verdeling geschiedt en daarmee onroerend is. Deze leer heeft echter geen navolging gekregen.
Sagaert 2004, p. 1363.
Luik 17 maart 1983, Rec.gen.enr.not. 1984, 23.095; Brussel 30 juni 1960, Rev.prat.not. 1961, 181; Gent 19 november 1959, Pas. 1961, II, 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens artikel 517 BBW zijn goederen onroerend door hun aard (bijvoorbeeld grond en gebouwen), of door hun bestemming (bijvoorbeeld dieren die de grondeigenaar aan de pachter levert en die aan het erf verbonden blijven), of door het voorwerp waarop zij betrekking hebben (bijvoorbeeld het vruchtgebruik op onroerende goederen). Volgens artikel 523 BBW zijn buizen die dienen voor de waterleiding in een huis of op een ander erf, onroerend en maken deze deel uit van het erf waaraan zij verbonden zijn. Voor andere buizen of leidingen is in het BBW geen bepaling opgenomen en daarvoor geldt de leer van het 'incorporatie vereiste'. Op grond van deze leer zijn goederen onroerend als ze duurzaam en gewoonlijk met de grond verbonden zijn of erin vastzitten.1Nutsleidingen liggen doorgaans samen in een leidinggoot of leidingstraat en deze kunnen niet zonder breekwerk worden verwijderd en zullen, in ieder geval, als onroerend worden bestempeld. Discussie kan bestaan of de leidingen in de leidinggoot ook als onroerende zaken moeten worden beschouwd. Deze leidingen liggen immers los in de leidinggoot. Volgens Sagaert moet hier het incorporatiecriterium gesubjectiveerd worden; er kan namelijk niet aan getwijfeld worden dat het de bedoeling is dat de leidingen duurzaam met de grond verbonden blijven. Daarom zullen leidingen die los in de leidingstraat liggen als onroerend uit hun aard2' moeten worden beschouwd3
`Het feit dat de verwijdering van bepaalde onderdelen van het leidingnetwerk technisch mogelijk is, doet geen afbreuk aan het onroerend karakter van deze leidingen indien die verwijdering aan het netwerk als zodanig zijn nut zou ontnemen. In de rechtsleer wordt de notie van de 'conceptuele ondeelbaarheid' naar voren geschoven om aan te duiden dat de noodzakelijke onderdelen van een onroerend netwerk zelf ook onroerend blijven.'
In het Belgische recht bestaat geen (wettelijke) basis om de leer van de horizontale natrekking op leidingen toe te passen.4 De leidingen worden niet als een bestanddeel beschouwd van de centrale of het gebouw waartoe of waaruit de leidingen lopen. Er wordt vanuit gegaan dat natrekking alleen door de grond kan plaatsvinden omdat de grond steeds als hoofdzaak moet worden beschouwd. De regels uit het Belgische BW in verband met onroerende (verticale) natrekking maken geen voorbehoud voor het geval dat de nagetrokken goederen een onderdeel zouden vormen van een hoofdgebouw op andermans grond. Volgens Sagaert5 staat dit in contrast met het Nederlandse recht waar artikel 5:20, eerste lid sub e BW bepaald dat sprake is van onroerende (horizontale) natrekking voor zover de gebouwen en werken geen bestanddeel zijn van een anders onroerende zaak. Het onroerende karakter van de nutsleidingen moet derhalve op zelfstandige wijze uit het incorporatievereiste worden beoordeeld, hetgeen is vastgesteld in diverse rechtspraak.6