Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/1.2.3.2
1.2.3.2 Beperking II: Informatierechten van aandeelhouders als uitgangspunt
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971874:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Kroeze 2-I 2021, nr. 213.
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam (OK) 25 oktober 2023, JOR 2024/89 m.nt. P.L. Hezer (Steenfabriek II), r.o. 4.5: “Ook de hoedanigheid van Blei c.s. als informatiegerechtigden is van belang: zij zijn certificaathouders en geen aandeelhouders. Voorts moet de vraag of een redelijk belang bestaat bij de informatie, worden beantwoord tegen de achtergrond dat het hier gaat om certificaathouders.” Vgl. Hof Amsterdam (OK) 14 december 2022, ARO 2023/3 (APM), r.o. 3.6; en Hof Amsterdam (OK) 14 juli 2023, ARO 2023/107 (Landgoed den Alderinck II), r.o. 3.12.
Zoals de titel doet vermoeden, vormen de informatierechten van aandeelhouders het uitgangspunt van deze studie. Daarbij maak ik een onderscheid tussen de algemene vergadering, waarmee ik bedoel het orgaan waarin en waardoor de aandeelhouders hun zeggenschap in de vennootschap kunnen uitoefenen,1 en de (aandeelhouders)vergadering, zijnde de fysieke bijeenkomst van de algemene vergadering. Dit onderscheid is relevant bij de bespreking van informatierechten binnen en buiten het verband van de algemene vergadering.
Bij de bespreking van informatierechten van aandeelhouders, zal onvermijdelijk ook aandacht worden besteed aan de informatierechten van andere kapitaalverschaffers. Hun informatierechten houden uiteindelijk verband met de informatierechten van aandeelhouders, althans zijn hun rechten daarvan afgeleid. In de rechtspraak is erkend dat de hoedanigheid van de betrokken kapitaalverschaffers relevant is voor de vraag of en, zo ja, in hoeverre zij aanspraak maken op informatie van de vennootschap.2 Op verschillende punten in dit proefschrift zal hier aandacht aan worden besteed, met name waar het ziet op de informatierechten van certificaathouders.
Daarbij merk ik op dat de informatierechten van andere kapitaalverschaffers of rechthebbenden op aandelen niet als zodanig zijn onderzocht. Dergelijke rechtsfiguren kennen een brede waaier aan verschijningsvormen die mede worden ingekleurd door de behoeften van de betrokken partijen in een gegeven geval; ik noem onder meer certificaathouders, houders van aandelen waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden, houders van synthetische belangen, houders van een pandrecht op aandelen en vruchtgebruikers op aandelen. Het past niet binnen de doelstelling van dit onderzoek om al die verschillen en nuances steeds te duiden. Bij het bespreken van de informatierechten van andere kapitaalverschaffers dan aandeelhouders ben ik daarom genoodzaakt mij in algemeenheden uit te drukken.