Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.2.10:4.2.10 Bewijslevering in de arbeidsrechtpraktijk
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.2.10
4.2.10 Bewijslevering in de arbeidsrechtpraktijk
Documentgegevens:
Petra de Bruin, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Petra de Bruin
- JCDI
JCDI:ADS982369:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Rb. Den Haag 28 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11360 (verwijten aan werknemer op geen enkele wijze onderbouwd), Rb. Rotterdam 16 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6302 (onvoldoende gemotiveerde betwisting) en Rb. Rotterdam 11 mei 2002, ECLI:NL:RBROT:2022:3534 (geen bewijsaanbod).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de inwerkingtreding van de Wwz werd de mogelijkheid tot bewijslevering in arbeidszaken verruimd. In de praktijk is gebleken dat maar betrekkelijk weinig bewijs wordt opgedragen in Wwz-zaken. Oorzaken daarvoor zijn in veel gevallen het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van de stellingen van de verzoekende partij, het ontbreken van een gemotiveerde betwisting van de voor de beslissing relevante feiten, maar ook het ontbreken van een bewijsaanbod (dat concreet genoeg is).1 Dat betekent dat stellen en onderbouwen van stellingen, gemotiveerd betwisten en het doen van een bewijsaanbod van grote betekenis (kunnen) zijn in arbeidsrechtelijke procedures.