Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.8.5:4.8.5 Ongerechtvaardigdheid
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.8.5
4.8.5 Ongerechtvaardigdheid
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS501228:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.4 bleek dat een beperking van het toepassingsbereik van artikel 6:212 tot rechtsinbreuken het mogelijk maakt een systematisch criterium te ontwikkelen om te beoordelen of een verrijking ongerechtvaardigd is. Uit het exclusieve karakter van het vermogensbelang volgt immers niet alleen dat genot, gebruik en exploitatie door een ander dan de rechthebbende een vermogensverschuiving vormt, maar ook dat dit genot, gebruik en exploitatie niet toekomen aan de inbreukmaker. Hij is daarom in beginsel ongerechtvaardigd verrijkt, tenzij een rechtvaardiging kan worden aangewezen voor het gebruik, het genot of de exploitatie.
In paragraaf 4.5 is gebleken dat een rechtvaardiging voor een rechtsinbreuk bestaat als dit volgt uit het stelsel van de wet of uit een rechtshandeling. Om te kunnen vaststellen of een inbreuk wordt gerechtvaardigd door het stelsel van de wet, moet een onderscheid worden gemaakt tussen een rechtvaardiging voor de verkrijging van een recht en een rechtvaardiging voor de vermogensverschuiving die daarbij optreedt. Vermogensverschuivingen door rechtsinbreuken vinden soms plaats als gevolg van wetsbepalingen die een rechtsverkrijging veroorzaken, terwijl de wetgever niet de vermogensverschuiving heeft beoogd die daarvan het gevolg is.
Zo heeft de wetgever met de natrekkingsregeling artikel 5:14 en 5:20) beoogd eigendomsverhoudingen te ordenen. Deze ordening moet voorkomen dat onnodige waardevernietiging plaatsvindt wanneer zaken bestanddeel worden van andere zaken. De wetgever heeft niet de bedoeling gehad dat de eigenaar van de hoofdzaak verrijkt wordt ten koste van de eigenaar van de zaak die wordt nagetrokken. Ik ben van mening dat een verrijking – die het gevolg is van een rechtsverkrijging – wordt gerechtvaardigd door het stelsel van de wet als de wetgever ook heeft gewild dat de verrijkte de verrijking mag behouden. Of de wetgever dit heeft beoogd, is een kwestie van uitleg van de regeling op grond waarvan het recht wordt verkregen. Ik meen dat de wetgever dit heeft beoogd als de rechtsverkrijging het gevolg is van een bepaling op grond waarvan de verkrijger wordt beschermd. Is dat het geval, dan is de verrijking gerechtvaardigd.
Ook rechtshandelingen kunnen vermogensverschuivingen rechtvaardigen. Doorgaans is de rechtshandeling die een vermogensverschuiving rechtvaardigt een overeenkomst. Uit het exclusieve karakter van de beschermde rechtspositie volgt mijns inziens dat een rechtshandeling in beginsel een rechtvaardiging vormt voor een inbreuk als zij een toestemming inhoudt voor het gebruik, genot of exploitatie.
In dit verband is van belang dat uit het exclusieve karakter van de beschermde rechtspositie volgt dat de rechtshandeling moet zijn verricht door de rechthebbende met (of bij eenzijdige rechtshandelingen: jegens) de verrijkte. In beginsel kunnen immers alleen partijen bij een rechtshandeling, zoals een overeenkomst, daaraan rechten ontlenen en in beginsel moeten alleen partijen bij een rechtshandeling deze rechtshandeling tegen zich laten werken. Op dit uitgangspunt zijn twee uitzonderingen mogelijk, die ik in paragraaf 4.5.5.2 heb besproken. Het betreft (i) de uitzondering dat de verarmde de gerechtvaardigde verwachting wekt dat hij een rechtshandeling verricht door de verrijkte met of jegens een derde tegen zich laat werken en (ii) de uitzondering dat de verarmde de gerechtvaardigde verwachting wekt dat de verrijkte een beroep mag doen op een rechtshandeling verricht door de verarmde met of jegens een derde.