Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.3.3.4
5.3.3.4 Rubricering opschortings- en ontbindingsgronden
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386859:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
In art. 4 lid 3 heeft Planet Internet een bepaling opgenomen voor de klant, niet zijnde een consument. Aangezien het hier geen consument betreft, zijn de zwarte en grijze lijst niet van toepassing. Het betreft hier een duidelijk voorbeeld van het regelen van twee markten in één pakket algemene voorwaarden.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel J. Intellectuele eigendomsrechten, en hoofdstuk 4 paragraaf 4.42.6 'Contractsdwang: art. 6:237 sub j BW'.
Zie bijvoorbeeld art. 11 lid 2 XS4ALL en art. 14 lid 4 Planet.
Dit is wederom een voorbeeld van het regelen van twee markten in één pakket algemene voorwaarden.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
Zie hoofdstuk 4 paragraaf 4.32.7 'Gedragscodes'.
Zie hoofdstuk 6 paragraaf 62.42 'Hosting'.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel H. Verplichtingen van de klant.
Zie hoofdstuk 3 paragraaf 3.4.4.1 'Instemming'.
Zie hoofdstuk 4 paragraaf 4.32.7 'Gedragscodes'.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel L. Diensten en beheer onder 'Nieuwsgroepen'.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel N. Sanctiemogelijkheden.
Zie hoofdstuk 4 paragrafen 4.32 'De aard van de isP-overeenkomst' en 4.3.3 'Overige inhoud van de isP-overeenkomst'.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen', onderdeel C. Duur en beëindiging.
Dit is wederom een voorbeeld van hoe een ISP één pakket algemene voorwaarden hanteert voor twee verschillende markten.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel 0. Overmacht.
Zie hoofdstuk 6 paragraaf 6.3.2.3 'Overmachtbeding: art. 6:237 sub f BW'.
Vaak regelen ISP's opschorting en ontbinding in één artikel in hun algemene voorwaarden en worden voor opschorting en ontbinding dezelfde gronden vermeld.1 Voor de klant zal het voldoende duidelijk moeten zijn wanneer de ISP het recht heeft om de overeenkomst op te schorten dan wel te ontbinden. Ontbinden van de ISP-overeenkomst is de zwaarste sanctie die aan de klant kan worden opgelegd. Hieronder breng ik de verschillende opschortings- en ontbindingsgronden die ik in de onderzochte algemene voorwaarden ben tegengekomen onder in verschillende rubrieken. Aan de hand van de rubrieken worden de opschortings- en ontbindingsbedingen beoordeeld, of zij opschorting dan wel ontbinding rechtvaardigen en of bij de genoemde gronden voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de klant.
Klant voldoet niet aan de bepalingen van het aanvraagformulier
Door het formulier slechts gedeeltelijk of onjuist in te vullen is het mogelijk dat de klant licentievoorwaarden niet accepteert of dat hij valse of verkeerde persoonsgegevens invult. Het laatste leidt tot een grond voor ontbinding die van voldoende gewicht is indien de ISP persoonsgegevens moet verschaffen aan politie en justitie in verband met strafbare content afkomstig van een klant. Voor dat geval dient een ISP immers over correcte gegevens van zijn klant te beschikken. Indien op enig moment blijkt dat dat niet het geval is, heeft een ISP het recht om de uitvoering van de overeenkomst op te schorten of de overeenkomst te ontbinden. Het invullen van onjuiste persoonsgegevens kan ook duiden op het onder valse voorwendselen aangaan van een overeenkomst. Dan is sprake van bedrog en kan er voor de ISP aanleiding zijn tot vernietiging van de overeenkomst. Een ISP kan er echter voor kiezen om toch door te gaan met de overeenkomst door de uitvoering van de overeenkomst op te schorten totdat de juiste gegevens zijn ingevuld.
In lid 2 van art. 11 noemt XS4ALL een aantal omstandigheden op grond waarvan zij de overeenkomst met onmiddellijke ingang kan ontbinden. Het is voor de klant voldoende duidelijk wanneer de ISP het recht daartoe heeft, nu het gaat om het doorgeven van valse persoonsgegevens en de overeenkomst onder valse voorwendselen aangaan. Dit zijn gronden van zodanig gewicht dat gebondenheid niet langer van de ISP kan worden gevergd. In zoverre is sprake van een redelijk beding. Het niet doorgeven van wijzigingen in persoonsgegevens hoeft echter geen grond van zodanig gewicht te zijn dat gebondenheid niet langer kan worden gevergd. In zoverre wordt vermoed dat hier sprake is van een onredelijk bezwarend beding op grond van art. 6:237 sub d BW. Opschorting is in deze gevallen het geëigende rechtsmiddel.
Art. 14 lid 3 van Planet is vergelijkbaar met het beding van XS4ALL. Planet bepaalt daarin dat als de klant een onjuiste opgave doet van de onder artikel 2.1 gevraagde gegevens, Planet zich het recht voorbehoudt om de overeenkomst met de klant te beëindigen. De in art. 2 lid 1 genoemde gegevens zijn voor Planet belangrijk om zekerheid van de klant te verkrijgen dat hij aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. Indien de klant wijzigingen met betrekking tot deze gegevens niet meedeelt of een onjuiste opgave doet, is het echter niet redelijk dat de ISP de overeenkomst zonder opgave van redenen beëindigt. Zolang een klant immers aan zijn betalingsverplichtingen voldoet en zich ook overigens niet in strijd met de voorwaarden van de overeenkomst gedraagt, is er voor de ISP een redelijke grond om aan de overeenkomst gebonden te blijven. Het beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW. Wel komt opschorting in aanmerking.2
Een klant kan verwachten dat hij gebruik dient te maken van software waarvoor gebruikersvoorwaarden gelden.3 Indien de klant de licentievoorwaarden niet accepteert, kan een ISP bepalen dat de overeenkomst niet tot stand zal komen. Art. 6:237 sub d BW of art. 6:233 sub a BW zijn dan niet van toepassing.
Kredietwaardigheid van de klant c.q. ISP twijfelachtig
Problemen met betrekking tot de kredietwaardigheid van de klant komen naar voren wanneer een incasso door de ISP niet slaagt, of in het geval dat de klant aan de ISP geen machtigingskaart tot betaling binnen de gestelde termijn verschaft. Daarnaast kan gerechtvaardigde twijfel over de kredietwaardigheid van de klant ontstaan wanneer deze geen waarborgsom stort terwijl de ISP dat verlangt, of niet op verzoek van de ISP zekerheid geeft tot nakoming van zijn verplichtingen. Wanneer de ISP zekerheid voor de betalingsverplichtingen van de klant wil krijgen, is een dergelijk beding niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW.
Indien een ISP de hem toekomende vergoeding niet verkrijgt, is het redelijk dat de diensten worden opgeschort totdat de klant zijn vergoeding heeft voldaan. Het betreft hier immers de kernbedingen - acces, hosting, extra value en content tegenover de prijs - van de ISP-overeenkomst.
Indien een klant niet voldoet aan een zekerheidstelling of een waarborgsom kan de ISP gerechtvaardigd twijfelen aan de kredietwaardigheid van de klant en is opschorting redelijk. Daarnaast vermelden sommige ISP's dat zij in geval van surséance van betaling van de klant de 5F-overeenkomst kunnen ontbinden.4 Surséance van betaling wordt echter niet verleend aan een natuurlijk persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, een consument dus (art. 214 lid 4 Fw).5 Een natuurlijk persoon kan wel, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in een toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken (art. 284 lid 1 Fw). De Wet Scheldsanering natuurlijke personen is dan van toepassing. Indien de klant in aanmerking is gekomen voor scheldsanering is ontbinding van de overeenkomst redelijk. Faillissement van de klant wordt ook als ontbindingsgrond door ISP's gehanteerd. Nakoming is dan blijvend onmogelijk geworden zodat ontbinding zonder ingebrekestelling mogelijk is, zoals sommige ISP's bepalen.
Diverse ISP's geven in hun algemene voorwaarden ook expliciet aan de klant de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden indien de kredietwaardigheid van de ISP twijfelachtig is. Zij hanteren dan één artikel op grond waarvan 'ieder der partijen' de overeenkomst kan ontbinden. Bij twijfel over de kredietwaardigheid van de ISP kan het gaan om surséance van betaling of faillissement. Daarnaast kan het gaan om liquidatie van de onderneming van de ISP. Het beding van Planet in art. 14 lid 4 geeft bijvoorbeeld zowel de klant als de ISP het recht om de overeenkomst te ontbinden in geval van faillissement van de wederpartij. De overige ontbindingsgronden hebben alleen betrekking op de situatie van de klant.
Klant komt verplichtingen overeenkomst niet na
Van het niet voldoen aan zijn verplichtingen is sprake indien de klant tekortschiet in de nakoming van zijn verbintenis. De verplichtingen die voortvloeien uit de ISP-overeenkomst waaraan de klant zich dient te houden zijn - als kernbeding - de betalingsverplichtingen. Indien een klant deze verplichtingen niet nakomt, kan een verdere gebondenheid van de ISP niet worden verlangd, hoewel eerst een ingebrekestelling moet uitgaan om vast te stellen dat de klant in verzuim is.
Het beding in art. 14 lid 3 van Planet wordt niet vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW.6 In art. 14 zijn de gronden van beëindiging voldoende duidelijk voor de klant. Het zal echter van de ernst van de geschonden verplichtingen afhangen in hoeverre beëindiging van de overeenkomst redelijk is. Aangezien betaling door de klant een kernbeding van de overeenkomst is, zal ontbinding mogelijk zijn indien een klant ook na een ingebrekestelling niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen.
Planet heeft in art. 7 lid 13 een opschortingsbepaling in haar algemene voorwaarden opgenomen voor het geval een klant zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt.7 Er wordt met de belangen van de klant rekening gehouden omdat Planet de klant, indien mogelijk, van tevoren in kennis stelt van het buiten gebruik stellen of beperken van de diensten en het de klant duidelijk wordt gemaakt dat hij zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Dit beding is niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW.
Indien de klant niet voldoet aan de aan hem opgelegde verplichtingen, kan XS4ALL op grond van art. 11 de overeenkomst opschorten dan wel ontbinden. Echter, de formulering 'indien het aan ernstige twijfel onderhevig is of de klant in staat is aan zijn of haar contractuele verplichtingen tegenover XS4ALL te voldoen' duidt op een vermoeden van een tekortkoming, er hoeft nog geen sprake van te zijn. De overeenkomst ontbinden voor een vermoeden van een tekortkoming is onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW. Deze sanctie kan pas worden opgelegd indien er sprake is van een tekortkoming. De bevoegdheid tot opschorting is op zijn plaats als de ISP een redelijk vermoeden van misbruik heeft. Als de grond in de overeenkomst staat vermeld, kan geen sprake zijn van een onredelijk bezwarend beding op grond van art. 6:237 sub d BW.
De ontbindingsgrond dat 'het aannemelijk is dat of het staat nagenoeg vast dat de klant aan de andere kant niet aan de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen zal voldoen' is onvoldoende bepaald.8 Een dergelijk beding is onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub d BW omdat de grond van beëindiging niet voldoende is. 'Het zal moeten vaststaan dat' de klant niet aan de betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen. De klant dient eerst in gebreke te worden gesteld alvorens de ISP de levering van de diensten opschort wanneer het aannemelijk is dat de klant niet aan de voorwaarden van de overeenkomst zal kunnen voldoen. Ook het begrip 'in grove mate nalatig geweest' kan pas effect sorteren wanneer zulks na een ingebrekestelling is vastgesteld.
Klant handelt in strijd met algemene voorwaarden: sanctie
Een klant kan in strijd handelen met diverse bepalingen uit de algemene voorwaarden van de ISP. Dan maakt de klant bijvoorbeeld misbruik van de ISP-overeenkomst: hij maakt geen gebruik van de diensten zoals het hem door zijn ISP is opgedragen en overtreedt daardoor de hem opgelegde gedragsnormen. ISP's hebben daartoe sanctiebepalingen in hun algemene voorwaarden opgenomen.9 De aard en de overige inhoud van een ISP-overeenkomst brengen met zich mee dat het opleggen van sancties redelijk kan zijn. Wanneer gedragsnormen echter niet zijn opgenomen in de algemene voorwaarden zelf, maar in een gedragscode die geen onderdeel uitmaakt van de ISP-overeenkomst, kan de ISP de klant geen sanctie opleggen. Dan is het beding onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub d BW omdat de gronden waarop de overeenkomst kan worden ontbonden in de overeenkomst dienen te zijn vermeld.10 De gedragscode dient door de klant te worden aanvaard om gelding te hebben. In de hieronder staande bedingen is sprake van sanctiebepalingen omdat de reden voor beëindiging van de overeenkomst is gelegen in 'het in strijd handelen met' of 'het misbruik maken van'. In de vorige rubriek ging het om een klant die de verplichtingen van de ISP-overeenkomst niet nakomt. De vorige rubriek richt zich op het kernbeding prijs, deze rubriek richt zich op de algemene voorwaarden van de overeenkomst. Indien de klant in strijd handelt met de algemene voorwaarden is het redelijk dat de ISP zich het recht voorbehoudt om de overeenkomst op te schorten, dan wel te ontbinden. De redelijkheid van de sanctie opschorting dan wel ontbinding is echter afhankelijk van de ernst van de overtreding.
In zoverre een beding opschorting regelt met betrekking tot 'het daadwerkelijk in strijd handelen met' is het beding niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:236 sub c BW dan wel op grond van art. 6:233 sub a BW. Indien de grond van zodanig gewicht is dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd is ontbinding van de overeenkomst door de ISP redelijk. Indien een ISP aanwijzingen heeft dat zijn klant misbruik maakt, of via de account van zijn klant misbruik wordt gemaakt van de diensten of de programmatuur van de ISP is het redelijk dat de ISP de levering van de diensten zonder voorafgaande waarschuwing opschort indien de ernst van de misbruik dit met zich meebrengt. De bevoegdheid tot opschorting is op zijn plaats als de ISP een redelijk vermoeden van misbruik van de diensten heeft.11 Echter, indien slechts sprake is van een vermoeden van misbruik door de klant is ontbinding onredelijk bezwarend. Indien het misbruik niet ernstig is, dient de klant voorafgaand te worden gewaarschuwd.
In art. 5 lid 4 van haar algemene voorwaarden heeft XS4ALL een sanctiemogelijkheid opgenomen, zij kan de aan de klant verstrekte aansluiting op het systeem buiten gebruik stellen. In art. 4 lid 1 tot en met 5 van de algemene voorwaarden van XS4ALL zijn de verplichtingen van de klant neergelegd.12 Indien de klant niet voldoet aan de hem opgelegde verplichtingen kan de ISP met inachtneming van de proportionaliteit de sanctie instellen, dat is redelijk. In de eerste zin van art. 5 lid 4 bepaalt XS4ALL dat zij zonder aankondiging de aansluiting buiten gebruik kan stellen 'indien en zo lang' de klant handelt in strijd met de algemene voorwaarden. Dan is sprake van opschorting. Dit beding is niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:236 sub c BW, omdat opschorting in het geval van in strijd handelen met de algemene voorwaarden redelijk is. De klant dient echter wel (zonodig achteraf) op de hoogte te worden gesteld van de buitengebruikstelling en duidelijkheid te verkrijgen over waarom hij is afgesloten. In de tweede zin bepaalt XS4ALL dat indien de ernst van de overtreding dat rechtvaardigt, zij de overeenkomst met onmiddellijke ingang mag opzeggen. Hier kan echter geen sprake zijn van opzeggen, maar is sprake van ontbinden op grond van het door de klant in strijd handelen met de algemene voorwaarden omdat er sprake is van een ernstige overtreding. Het beding wordt niet vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW dan wel 6:233 sub a BW. De ontbindingsgrond is van zodanig gewicht - 'indien de ernst van de overtreding dat rechtvaardigt' dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. Ook art. 11 van de algemene voorwaarden van XS4ALL gaat over opschorting en ontbinding. Indien de klant in strijd handelt met de hem in de overeenkomst c.q. algemene voorwaarden opgelegde verplichtingen kan XS4ALL de overeenkomst met onmiddellijke ingang ontbinden. Het beding in art. 11 lid 2 onder 4 wordt niet vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW. Ik acht het beding ook niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW omdat het voor de klant voldoende duidelijk is wanneer de ISP het recht heeft om de overeenkomst te ontbinden. Opvallend is dat XS4ALL in art. 11 lid 2 hetzelfde bepaalt als in art. 5 lid 4 van haar algemene voorwaarden.
Art. 4 van de algemene voorwaarden van Compuserve regelt online gedrag en content. Met 'deze regels' bedoelt Compuserve de 'Compuserve agreement terms & operating rules'. In art. 4 is bepaald:
'waarmee u bij deze instemt en ook zult naleven.'
Al eerder heb ik opgemerkt dat een consument een mogelijkheid moet krijgen in te stemmen en dat hem die instemming niet door een bepaling in de algemene voorwaarden kan worden opgelegd.13 Dit beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn omdat de gronden waarop de overeenkomst wordt opgeschort of beëindigd niet in de overeenkomst zijn vermeld maar in een apart document dat geen onderdeel uitmaakt van de overeenkomst omdat de regels niet zijn aanvaard door de klant.14 Deze sanctiebepaling wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW. Art. 8 van de ledenovereenkomst van Compuserve kan in samenhang worden gelezen met art. 4. 'Het lidmaatschap met onmiddellijke ingang beëindigen' duidt op ontbinding. Deze sanctiebepaling is niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:237 sub d BW omdat voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de klant en de gronden voor beëindiging uit het beding kunnen worden opgemaakt. Een waarschuwing vooraf dient altijd te worden gegeven indien de overtreding van de klant niet ernstig is. In art. 8 van de ledenovereenkomst van Compuserve is vervolgens sprake van opschorting voorzover het gaat om 'tijdelijk buiten werking stellen'. Deze sanctiebepaling is niet onredelijk bezwarend voorzover voldoende rekening wordt gehouden met de belangen van de klant en de gronden voor opschorting uit het beding kunnen worden opgemaakt. Er is echter sprake van subjectieve criteria en dat is verdacht: 'naar het redelijk oordeel van' en 'naar eigen goeddunken'. Compuserve somt in het artikel voorbeelden op van wanneer er sprake is van dergelijke situaties en maakt daarmee de criteria minder subjectief zodat ze toch niet onredelijk bezwarend zijn.
In art. 9 van de algemene voorwaarden van Chello zijn bepalingen over dataverkeer neergelegd. De klant dient zich op grond van lid 2 te onthouden van een overmatig gebruik van data zodat het gebruik van de Chello service en/of het internet door andere gebruikers wordt verstoord. In art. 9 lid 4 worden opschorting en ontbinding als sanctiemiddel genoemd. Daarnaast somt Chello nog andere sanctiemiddelen op die aan de klant kunnen worden opgelegd. Ontbinding is de zwaarste sanctie, de lichtste sanctie is een waarschuwing. Indien Chello een sanctie oplegt zal dit aan de klant worden medegedeeld. In art. 9 lid 4 wordt verwezen naar art. 21 waar opschorting en ontbinding als sanctiemiddel worden gehanteerd voor het geval dat een klant in strijd handelt met de algemene voorwaarden. Onder het in strijd handelen met de algemene voorwaarden vallen hinder als gevolg van de wijze waarop de klant gebruik maakt van de diensten en geen toegang verlenen ten behoeve van controle, onderhoud, reparatie of vervanging. De gronden voor ontbinding c.q opschorting zijn duidelijk vermeld. Aangezien Chello de bepaling: 'tenzij de ernst van de niet-nakoming ontbinding niet rechtvaardigt' hanteert mag er van uit worden gegaan dat Chello een redelijke belangenafweging maakt alvorens tot ontbinding over te gaan. Het beding is daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar op grond van art. 6:248 lid 2 BW.
In art. 11 lid 2 worden door Chello aan de klant verplichtingen opgelegd ten aanzien van het gebruik van nieuwsgroepen.15 In art. 11 lid 3 is sprake van een sanctiebepaling. Indien een klant niet voldoet aan de verplichtingen die de ISP aan hem oplegt met betrekking tot gebruikmaking van nieuwsgroepen, kan de ISP aan de klant een sanctie opleggen die varieert van een waarschuwing tot beëindiging van de overeenkomst. Het opmerkelijke is dat de verplichtingen staan vermeld in een 'acceptable use policy' waarnaar door Chello wordt verwezen terwijl de sancties in het artikel staan vermeld. Dit wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van art. 6:237 sub d BW voorzover het ontbinding betreft en voor het overige op grond van art. 6:233 sub a BW omdat de gronden niet in de overeenkomst zijn vermeld.
In art. 7 heeft Planet de verplichtingen van de klant neergelegd en daar vervolgens in lid 10 en 13 sancties aan gekoppeld.16 Indien een klant zich niet aan de verplichtingen houdt heeft Planet volgens art. 7 lid 10 het recht om de overeenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden en een onmiddellijk opeisbare boete in rekening te brengen. Volgens lid 13 van art. 7 heeft Planet het recht om de dienst (tijdelijk) buiten gebruik te stellen indien een klant zich niet aan hem opgelegde verplichtingen houdt. De sanctie neergelegd in lid 13 is duidelijk lichter dan die neergelegd in lid 10. Het is voor de klant echter niet duidelijk wanneer welke sanctie kan worden ingesteld. In het kader van de proportionaliteit dient aan de klant eerst de sanctie neergelegd in lid 13 te worden opgelegd. Werkt dit niet voldoende, dan kan Planet overgaan tot de sanctie neergelegd in lid 10. In lid 13 wordt met de belangen van de klant rekening gehouden omdat Planet de klant, indien mogelijk, van tevoren in kennis stelt van het buiten gebruik stellen of beperken van de diensten. Dit beding is niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW. De sanctie neergelegd in art. 7 lid 10 kan worden opgesplitst in ontbinding en een boete. Wat betreft de boete is het beding onredelijk bezwarend op grond van art. 6:233 sub a BW gelet op de aard en de overige inhoud van een ISPovereenkomst.17 Een ISP mag geen boetebeding als sanctiebepaling in een 5P-overeenkomst met een consument opnemen.
Klant maakt gedurende bepaalde tijd geen gebruik van zijn overeenkomst
Sommige ISP's hebben bepalingen opgenomen die consequenties verbinden aan het gedurende een bepaalde periode niet gebruik maken van de ISP-overeenkomst. Deze grond is niet van zodanig gewicht dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. Een gratis 5P-overeenkomst kan bij Tiscali bijvoorbeeld op grond van art. 15 lid 4 van haar algemene voorwaarden onmiddellijk en zonder nadere kennisgeving door Tiscali worden beëindigd, indien gedurende een periode van zestig dagen geen gebruik wordt gemaakt van de dienst.18 De grond voor beëindiging van de overeenkomst staat bij Tiscali in de overeenkomst vermeld: niet gebruik maken van de diensten voor een bepaalde periode. Er is echter geen sprake van ontbinding op grond van een tekortkoming, want een klant heeft geen verplichting om gebruik te maken van de diensten. Vermoed wordt dat dit beding onredelijk bezwarend is op grond van art. 6:237 sub d BW omdat hier gebondenheid aan de overeenkomst nog steeds van de ISP kan worden gevergd en de klant geen mededeling verkrijgt dat en waarom zijn overeenkomst wordt beëindigd. Het gaat om een gratis overeenkomst hetgeen een bijzondere omstandigheid met zich meebrengt, maar de onredelijke bezwarendheid in dit geval niet opheft.
Gewijzigde omstandigheden die uitvoering overeenkomst onmogelijk maken
Gewijzigde omstandigheden die de uitvoering van de 5P-overeenkomst niet langer mogelijk maken zijn bijvoorbeeld liquidatie van de onderneming van de ISP, of het geval dat de ISP zijn ondernemingsactiviteiten feitelijk staakt. Een consument oefent geen bedrijf of onderneming uit, en kan in die zin niet worden geliquideerd.19 Daarnaast kan in het geval van een kabel-5P de overeenkomst tot levering van kabeltelevisie zijn beëindigd of de klant zijn verhuisd naar een locatie waar de betreffende kabel-5P niet langer kan leveren. Voor een kabel-5P is een kabelaansluiting essentieel om internetdiensten te kunnen leveren. Kabelproducenten zijn in Nederland gericht op een bepaald gebied. Indien de klant verhuist van het ene gebied naar een ander gebied zal hij onder het gebied van een andere kabelproducent vallen en niet langer gebruik kunnen maken van de diensten van zijn huidige kabel-5P. Ook wanneer de overeenkomst met de klant voor de levering van kabeltelevisie nog niet is beëindigd, is levering van de diensten door de ISP niet langer mogelijk en nakoming blijvend onmogelijk geworden, zodat ontbinding kan plaatsvinden. ISP's stipuleren in hun algemene voorwaarden voor dergelijke situaties een recht van ontbinding.
ISP komt verplichtingen overeenkomst niet na
Een aantal ISP's hebben een ontbindingsmogelijkheid voor de klant in hun algemene voorwaarden opgenomen indien de ISP zijn verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Het is opvallend dat ISP's deze bepalingen in hun algemene voorwaarden opnemen, het wijst de klant op zijn rechten. Beëindiging van de diensten draagt ontbinding van de ISP-overeenkomst met zich mee. Er kan dan geen sprake meer zijn van opzeggen wanneer de ISP ernstig tekort komt in de nakoming van zijn verbintenis. Dit geeft de klant het recht om de ISP-overeenkomst te ontbinden.
Overmacht ISP
Sommige ISP's hebben bepalingen in hun algemene voorwaarden opgenomen die de ISP het recht geven de overeenkomst te ontbinden in geval van overmachtsituaties.20 Deze bedingen dienen specifiek te worden getoetst aan art. 6:237 sub d BW omdat de ontbindingsgronden van de ISP op deze wijze niet onredelijk mogen worden verruimd. De overmachtsituaties moeten dus redelijke omstandigheden aan de zijde van de ISP betreffen, anders is ontbinding onredelijk bezwarend. Overmachtbedingen worden in hoofdstuk 6 behandeld, daar wordt ook ingegaan op de redelijkheid van de overmachtgronden.21