Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.4.1.2:3.4.1.2 Noodzakelijke verwerkingen
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/3.4.1.2
3.4.1.2 Noodzakelijke verwerkingen
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675768:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de (rechts)handelingen die wel zijn opgenomen in conceptartikel 68a lid 2 Fw, is de vervolgvraag welke verwerkingen noodzakelijk zijn.1 Dit is overigens geen bijzonder vereiste: ook als het niet in de Faillissementswet zou zijn opgenomen, geldt het beginsel van dataminimalisatie voor iedere verwerking van persoonsgegevens.2 De curator mag dan ook altijd alleen maar de strikt noodzakelijke persoonsgegevens verwerken.
Het voorstel voor artikel 68a Fw stelt dat de verwerkingen die noodzakelijk zijn voor het beheren en vereffenen die verwerkingen zijn die noodzakelijk zijn voor handelingen X, Y en Z, en daarnaast alle andere noodzakelijke verwerkingen voor alle andere handelingen die vallen onder beheren en vereffenen. Deze formulering leidt ertoe dat het wetsvoorstel, hoewel het bedoeld is als verduidelijking, weinig concrete duidelijkheid geeft.
De Memorie van Toelichting geeft enkele aanknopingspunten, maar lang niet overal is nader geconcretiseerd aan wat voor verwerkingen, soorten persoonsgegevens of typen betrokkenen moet worden gedacht. Zoals ik hierboven al aangaf, hoeft niet altijd precies uit de wet te blijken welke gegevensverwerkingen noodzakelijk zijn. Het is geen doen om in een wet alle situaties te vatten die een curator tegen kan komen en te bepalen welke verwerkingen noodzakelijk zijn in dat geval. In dit geval zijn er echter vrijwel geen aanknopingspunten. Om het artikel voor de curator van nut te laten zijn, zou het ook al helpen als er een aantal categorieën worden gegeven van persoonsgegevens die de curator in bepaalde situaties wel mag verwerken (bijvoorbeeld contactgegevens van klanten bij de verkoop van de boedel). Zo is niet uitputtend geregeld welke gegevens een curator mag verwerken, maar kan hij wel handvatten hebben bij het bepalen van de noodzakelijkheid. Deze handvatten ontbreken op dit moment grotendeels.
Voorop staat dat het is toe te juichen dat met het wetsvoorstel wettelijk wordt verankerd dat de curator persoonsgegevens mag verwerken.3 De bevoegdheden die hij al had op basis van de Faillissementswet, worden met het wetsvoorstel meer toegespitst op gegevensverwerkingen. Tegelijkertijd blijft het aan de curator om per geval te beoordelen welke verwerkingen noodzakelijk zijn. Op de vorm en inhoud is daarnaast het nodige aan te merken.