Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.4.6.2
6.4.6.2 Financiering tot een maximumbedrag
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652499:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 6 november 2014 (r.o. 1.5), ARO 2015/15 (Attitude Products), waarin financiering voor de kosten van de enquêteprocedure tot een bedrag van € 50.000 werd toegezegd; OK 14 april 2020 (r.o. 1.7), ARO 2020/93 (Apotheek Schiemond), waarin financiering voor de kosten van het onderzoek tot een bedrag van € 20.000 werd toegezegd; OK 25 november 2021 (r.o. 1.4), ARO 2022/4 (ImmuHold), waarin financiering voor de kosten van het onderzoek tot een bedrag van € 15.000 werd toegezegd.
Zie bijv. OK 9 september 2020 (r.o. 1.13), ARO 2020/168 (TRP PVE), waarin financiering voor de beloning van de OK-bestuurder tot een bedrag van € 50.000 werd toegezegd.
Zie bijv. OK 10 februari 2022 (r.o. 2.6), ARO 2022/65 (Earth Resonance), waarin financiering voor de beloning van de OK-bestuurder tot een bedrag van € 20.000 werd toegezegd.
OK 9 september 2020 (r.o. 1.13), ARO 2020/168 (TRP PVE).
Ook een andere procespartij dan de financier kan dergelijk strategisch procesgedrag vertonen, met als doel de kosten voor de financier te laten oplopen.
Vgl. HR 29 juni 2007 (r.o. 4.5), NJ 2007/353 (Waterschap Regge en Dinkel/Milieutech Beheer); HR 6 april 2012 (r.o. 5.1), NJ 2012/233 (Duka/Achmea).
Het staat de procespartij die vrijwillig financiering toezegt en verstrekt vrij die financiering te beperken tot een maximumbedrag. Uit de jurisprudentie zijn daarvan voorbeelden bekend bij directe financiering,1 indirecte financiering2 en subsidiaire financiering.3 Ook in TRP PVE bracht de enquêteverzoeker een beperking aan; hij zegde ‘een redelijke financiering voor toekomstige werkzaamheden van de beheerder van aandelen en betaling van zijn thans openstaande factuur’ toe.4 Denkbaar is bijvoorbeeld ook de toezegging van financiering tot het door de onderzoeker begrote bedrag.
Financiert een procespartij vrijwillig de kosten van de enquêteprocedure tot een bepaald maximumbedrag, dan kan deze procespartij naar mijn mening niet door de Ondernemingskamer worden verplicht tot de verstrekking van aanvullende financiering boven dit maximumbedrag, bijvoorbeeld wanneer de Ondernemingskamer het onderzoeksbudget verhoogt. Dat geldt ook wanneer als gevolg hiervan de verdere financiering van de kosten van de enquêteprocedure niet mogelijk is en het onderzoek niet volledig kan worden afgerond, wanbeleid niet kan worden vastgesteld of de getroffen voorzieningen niet volledig aan het daarmee beoogde doel beantwoorden. De directe financier die geen maximumbedrag als financieringsvoorwaarde bedingt en financiering toezegt voor de kosten van de enquêteprocedure, is naar mijn mening overigens gehouden de volledige kosten van de enquêteprocedure te financieren, zie par. 6.4.7.4 en par. 6.4.8.
De financier kan overigens (mede)verantwoordelijk zijn voor de aanvullende financieringsbehoefte van de onderzoeker of OK-functionaris. Denkbaar is ook dat strategisch procesgedrag daaraan ten grondslag ligt. Wanneer de financier meent dat de inspanningen van de onderzoeker of OK-functionarissen niet de gewenste resultaten opleveren, kan hij pogen hun kosten te verhogen, bijvoorbeeld door vele verzoeken (al dan niet tot ontheffing van de onderzoeker of OK-functionarissen) te richten aan de onderzoeker, OK-functionarissen, Ondernemingskamer of raadsheer-commissaris, door aansprakelijkstellingen of door uitgebreid commentaar te leveren op het concept onderzoeksverslag. Verdere werkzaamheden van de onderzoeker of OK-functionaris kunnen dan worden voorkomen, wanneer aanvullende financiering nodig is.5
Wel is denkbaar dat de weigering van een procespartij om aanvullende financiering te verstrekken in uitzonderlijke gevallen in strijd komt met de goede procesorde. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn indien slechts een zeer beperkte verhoging van de ter beschikking gestelde financiering nodig is ter afronding van het onderzoek, of wanneer als gevolg van het specifieke handelen van de financier de kosten onnodig zijn opgelopen. Als misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen zal dit echter niet spoedig kwalificeren, gelet op de bij het aannemen daarvan in acht te nemen terughoudendheid6 en de vrijwilligheid die ten grondslag ligt aan de verstrekking van financiering.
Ten aanzien van de kosten van het onderzoek kan de gebruikmaking van een begroting aan het bovenstaande in sommige gevallen overigens tegemoetkomen, omdat daarmee het vastgestelde onderzoeksbudget een realistischer beeld kan geven en een verhoging van het onderzoeksbudget dan minder waarschijnlijk is (par. 2.5.2.2). Aan aanvullende financiering bestaat dan ook minder behoefte.