De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.11:2.11 Geschilbeslechting door de Ondernemingskamer
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.11
2.11 Geschilbeslechting door de Ondernemingskamer
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652132:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hermans 2017, p. 170 en p. 544; Hermans 2018, p. 412 heeft voorgesteld deze bevoegdheid toe te kennen aan de raadsheer-commissaris.
Zo ook Van der Grinten 1993, p. 176.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:350 lid 3 BW bepaalt:
‘De rechtspersoon betaalt de kosten van het onderzoek alsmede de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van de met het onderzoek belaste personen terzake de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege de uitvoering van het onderzoek of het verslag van de uitkomst van het onderzoek; in geval van geschil beslist de ondernemingskamer op verzoek van de meest gerede partij.’
Omdat de parlementaire geschiedenis beknopt is over dit laatste zinsdeel, hierover geen jurisprudentie beschikbaar is, en de bepaling in de literatuur ook minimale aandacht geniet, is de betekenis van deze bepaling niet geheel duidelijk.
De bepaling spreekt van een beslissing van de Ondernemingskamer op verzoek van de meest gerede partij. Als zodanig kwalificeren mijns inziens de geënquêteerde rechtspersoon, een directe financier of de onderzoeker. Zij zijn ook partij in een procedure ten aanzien van een geschil over de kosten van het onderzoek, die moet worden ingeleid bij verzoekschrift door een van hen. In de parlementaire geschiedenis heeft de minister hierover opgemerkt:
‘Voor de volledigheid merk ik nog op dat het niet nodig is om het verzoek van de onderzoeker juridisch zwaar op te tuigen. De verzoekschriftprocedure is niet verder van toepassing dan nodig is voor dit bevel; een informele procedure is gerechtvaardigd nu het geen beslissing is ten aanzien van een geschilpunt.’1
Het is niet duidelijk wat de minister hiermee heeft bedoeld. De wettekst is duidelijk, ‘in geval van geschil’ kan de Ondernemingskamer oordelen. Er is juist sprake van een geschilpunt, en ik zie dan ook niet waarom een informele verzoekschriftprocedure gerechtvaardigd zou zijn.
Voorstelbaar acht ik dat geschilbeslechting over de kosten van het onderzoek door de Ondernemingskamer met name nodig is bij geschillen over de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer (par. 3.3.2.3), de wijze van zekerheidstelling (par. 2.7.2)2 of de overlegging van voortgangsrapportages door de onderzoeker (par. 2.10). In het door mij voorgestane systeem dient de rechtspersoon of een directe financier zekerheid te stellen bij wijze van storting van een voorschot in depot bij de griffie van het Hof Amsterdam (par. 2.7.4). Daarmee kunnen geschillen over de wijze van zekerheidstelling worden voorkomen.
De Ondernemingskamer kan in geval van een geschil over de kosten van het onderzoek de rechtspersoon een verplichting opleggen de kosten van het onderzoek te voldoen. Die beslissing is mijns inziens voor executie vatbaar; de rechtspersoon is gehouden de door de Ondernemingskamer vastgestelde kosten van het onderzoek dan aan de onderzoeker te voldoen.3