Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.4.5
IV.3.4.5 C) ‘Door hun angst handelen bestuurders defensiever’
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460259:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hammerstein 2017, p. 384: “ik weet dat hiervoor geen hard empirisch bewijs bestaat”. Zie voorts Assink e.a. 2011, par. 1. Timmerman 2016b, p. 324, die bij gebrek aan empirisch bewijs ‘vertrouwt op gezond verstand’.
Bijvoorbeeld, Kroeze 2005, par. 6.2 wijst op uitspraken van individuele bestuurders en media-uitingen. Anderen laten de empirische gegrondheid van de effecten in het midden, zoals bijvoorbeeld Assink 2007(dis), Par. I.3.d.
Kroeze 2005, par. 4.
Zie in algemene zin over de gedragseffecten van het aansprakelijkheidsrecht op de werkwijze van artsen Wiznitzer 2021.
De opmerking uit het CPB-rapport waarnaar Kroeze verwijst in voetnoot 14 gaat over een reeks van omstandigheden die mogelijk een hapering in de Amerikaanse conjunctuur kunnen verklaren, niet over de invloed die de angst voor aansprakelijkheid uitoefent op het gedrag van Nederlandse bestuurders. Het rapport uit 2004 van het Nederlands Centrum van Directeuren en Commissarissen waar Kroeze in par. 6.1 naar verwijst, is geen wetenschappelijk onderzoek maar een rondgang van een belangenorganisatie onder haar eigen leden. Het onderzoek betrekt een amalgaam van factoren, de precieze invloed van aansprakelijkheid op het gedrag van bestuurders blijft onduidelijk.
Pham 2017a, p. 167.
Pham 2017a, par. 2.4-2.6; Pham 2017b, p. 476.
Pham 2017a, par. 2.4.2.
Pham 2017a, par. 2.3.2, 2.5.
Pham 2017a, p. 21, voetnoot 31.
De angst – voor zover aanwezig – die bestuurders – al dan niet terecht – voelen voor persoonlijke aansprakelijkheid, is in het licht van het bange bestuurders-argument pas relevant wanneer de angst het gedrag van bestuurders ook daadwerkelijk beïnvloedt. Is dat niet zo, dan blijven de gevreesde negatieve effecten van het aansprakelijkheidsregime uit en is dus ook geen ‘hogere drempel’ nodig. De derde aanname die schuilt achter het bange bestuurders-argument, is dat bestuurders vanwege hun angst voor aansprakelijkheid risicomijdend handelen.
Welke aanwijzingen zijn er voor de gevreesde effecten op het gedrag van bestuurders? Aanhangers van het bange bestuurders-argument erkennen dat ‘hard empirisch bewijs’ ontbreekt voor het defensieve gedrag van bestuurders.1 In de literatuur wordt vooral analogisch of anekdotisch bewijs geleverd.2 Kroeze verwijst in zijn oratie bijvoorbeeld naar Amerikaanse studies over defensive medicine: daaruit zou blijken dat artsen voorzichtiger te werk gaan vanwege de grote aansprakelijkheidsrisico’s.3 Het is echter zeer de vraag of deze analogie opgaat: Nederland is Amerika niet, de aansprakelijkheidsregimes zijn verschillend, en bestuurders zijn geen artsen.4 Ook de andere rapporten waar Kroeze naar verwijst in zijn oratie bevatten geen empirisch bewijs dat bestuurders daadwerkelijk defensiever handelen uit angst voor aansprakelijkheid.5
In haar empirische onderzoek vindt Pham ook “geen concluderend antwoord op de vraag of de vrees om aansprakelijk te worden gehouden tot onwenselijk defensief gedrag leidt”.6 Wel geeft de casestudy een indruk van welke condities defensief gedrag bij bestuurders kunnen uitlokken.7 Het gaat hierbij volgens Pham om omstandigheden waarbij bestuurders het aansprakelijkheidsrisico als ‘zeker’ en direct persoonlijk ervaren, zoals bij beschuldigingen van fraude en dreigend faillissement. Verder kunnen negatieve of positieve ervaringen met eerdere aansprakelijkstellingen defensief gedrag bij bestuurders uitlokken of juist verminderen.8 Bij deze uitkomst moet nog worden opgemerkt dat Pham onderzoek deed naar de perceptie van bestuurders met betrekking tot hun angst voor aansprakelijkheid en eventuele gedragseffecten.9 Het is een weergave van de subjectieve ervaringen van (een specifieke groep) bestuurders, en niet van het werkelijke causale verband tussen aansprakelijkheid en defensief gedrag.10
Kortom, het is onzeker of bestuurders daadwerkelijk defensiever handelen uit angst voor aansprakelijkheid, en als aansprakelijkheidsregels deze invloed al uitoefenen op het gedrag van bestuurders, dan lijkt dit – gelet op het beschikbare empirische onderzoek – geen algemeen fenomeen. Oftewel, ook voor aanname C ontbreekt empirisch bewijs.