Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.7.3
VI.7.3 Tweekringenleer – wel wenselijk recht
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178788:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In deze zin ook Timmerman 1991, p. 88 en het Duitse recht; zie MüKoAktG/Hüffer/Schäfer 206, AktG § 245 Rn. 5 en Spindler/Stilz/Dörr 2019, AktG § 245 Rn. 6-10, die de aandeelhouder een ‘Polizeifunktion’ toedichten. Zo ook HR 15 juli 1968, NJ 1969/101, m.nt. Hijmans van den Bergh (Wijsmuller), waar de Hoge Raad overweegt dat Wijsmuller ‘als aandeelhouder in beginsel er belang bij heeft dat de statuten voorschriften [sic], regelende de vennootschappelijke samenwerking, worden nageleefd’.
In deze zin het Duitse recht; zie de vindplaatsen in de vorige noot, waaraan toe te voegen KK-AktG/Noack/Zetzsche 2017, AktG Vor § 241 Rn. 80 en § 243 Rn. 6.
Zo ook Blanco Fernández, in zijn noot onder Hof Amsterdam 7 februari 2012, JOR 2012/76 (Ajax).
Vgl. ook het Belgische recht, waar volgens art. 2:44 WVV vernietiging kan worden gevorderd door eenieder die belang heeft bij de rechtsregel die niet is nagekomen (dat lijkt op ons art. 2:15 lid 3 onder a BW). Volgens Van Gerven 2016, p. 679, wordt het belang bij aandeelhouders ‘in hunnen hoofde vermoed’. Duitsland kent een heel ander stelsel, dat geen belang vereist maar geheel op hoedanigheid (van o.a. aandeelhouder of bestuurder) is geënt. Zie § 245 AktG.
Zie over de afbakening tussen deze groepen § IV.6 en § IV.7. Daar schreef ik dat ook een werknemer of een contractspartij onder omstandigheden als insider valt aan te merken; denk aan een lid van het Executive Committee of de bank.
Lijkt de verwerping van de tweekringenleer in de praktijk weinig betekenis te hebben, er zijn goede redenen om die leer ook in het kader van art. 2:15 lid 3 onder a BW te hanteren. Ten eerste kan niet redengevend zijn dat het vernietigen van een besluit op vordering – en dus niet bij verzoekschrift – plaatsvindt. Het onderscheid tussen dagvaardings- en verzoekschriftprocedures heeft geen goede grond: het vernietigen van besluiten zou evengoed een verzoekschriftprocedure kunnen zijn. Ten tweede zou het aanvaarden van de tweekringenleer recht doen aan de omstandigheid dat eenieder binnen de rechtspersoon gebaat is bij zorgvuldige besluitvorming en belang heeft bij de naleving van de regels die daarbij komen kijken. Iedere aandeelhouder, lid, bestuurder of commissaris hoort omwille van het algemeen belang een besluit voor te kunnen leggen aan de rechter.1 Daarnaast gaat het om een subjectief recht, dat onderdeel is van het aandeelhouderschap of lidmaatschap – of althans als zodanig zou moeten worden beschouwd.2 De aandeelhouder of het lid kan met de vernietigingsactie voor zijn rechten opkomen, zoals ook het orgaanlid rechtens een ingang moet hebben als in zijn rechten binnen dat orgaan wordt getreden. Zo had Ajax-commissaris Cruijff mijns inziens uit hoedanigheid een redelijk belang om te klagen over de besluiten die genomen zijn op een vergadering waarvoor hij niet behoorlijk was opgeroepen.3 Wel zou ik de tweekringenleer niet te strikt willen volgen. In de eerste kring moet het redelijk belang niet vaststaan, maar slechts worden verondersteld.4 De gedaagde rechtspersoon kan het betwisten. Zo’n betwisting zal kunnen slagen, wanneer degene die uit hoedanigheid tegen een besluit opkomt, niet in zijn rechten is geschaad door het gebrek in het gewraakte besluit (§ 8.3) of alleen optreedt om het belang van een ander te verdedigen. Wat dit laatste betreft: een aandeelhouder heeft geen redelijk belang, als hij klaagt dat een andere aandeelhouder niet ter vergadering is opgeroepen. Kortom: insiders hebben als regel een redelijk belang, outsiders niet.5