Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/5.4.3.3.5
5.4.3.3.5 Doorbraak van aansprakelijkheid
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS449885:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit leerstuk Pitlo/Raaijmakers (2006), nr. 3.9.8, Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 834-845, Van Schilfgaarde/Winter (2009), p. 181-184, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond (2013), nr. 52 en nr. 88.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 834, Van der Heijden/Van der Grinten/Dortmond (2013), nr. 52.
Zie HR 25 september 1981, NJ 1982, 443 m.nt. Ma (Osby), HR 9 mei 1986, NJ 1986, 792 m.nt. G (Keulen/Bouwfonds), HR 16 januari 1987, NJ 1987, 970 m.nt. Ma (Euro-Advertising/ Van Tiel), HR 19 februari 1988, NJ 1988, 487 m.nt. G (Albada Jelgersma), HR 18 november 1994, NJ 1995, 170 m.nt. Ma (NBM/Securicor), HR 12 juni 1998, NJ 1998, 727 m.nt. PvS (Coral/Stalt) en HR 21 december 2001, NJ 2005, 96 m.nt. SCJJK (Sobi/ Hurks).
Voor een overzicht zie Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 836.
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* (2009), nr. 837 en 839, Van der Heijden/ Van der Grinten/Dortmond (2013), nr. 52.
Ook Raaijmakers trekt de parallel tussen het leerstuk van de bestuurdersaansprakelijkheid en dat van de doorbraak van aansprakelijkheid. Zie Pitlo/Raaijmakers (2006), nr. 3.9.8 en 3.9.11. Zo ook HR 21 december 2001, NJ 2005, 96 (Sobi/Hurks).
Nog een andere methode zou overwogen kunnen worden om de besturende commanditair aansprakelijk te houden voor misbruik van zijn beperkte aansprakelijkheid. Deze zou kunnen worden gevonden in een overeenkomstige toepasselijkheid van het leerstuk van de doorbraak van aansprakelijkheid in het kapitaalvennootschapsrecht.1 Op grond van dit leerstuk kan onder omstandigheden een overheersende aandeelhouder, in concernverhoudingen de moedermaatschappij, aansprakelijk zijn voor schulden van de vennootschap waarin zij aandelen houdt, in concernverhoudingen de dochtervennootschap.2 Daarbij gaat het om gevallen waarin de overheersende aandeelhouder (de moeder) zich intensief met de bedrijfsvoering van de vennootschap (de dochter) heeft bemoeid en daarbij op enigerlei wijze de dan op haar rustende zorgplicht jegens de crediteuren van de vennootschap heeft veronachtzaamd.3 Op zich is hier een parallellie voorstelbaar met de commanditair die zich als beperkt aansprakelijke vennoot inlaat met het bestuur van de commanditaire vennootschap zonder zich voldoende de belangen van vennootschapscrediteuren aan te trekken. Buiten de in dit verband irrelevante situaties waarin de hier beschreven doorbraak van aansprakelijkheid op een wettelijke regel berust4 is de grondslag voor deze doorbrak van aansprakelijkheid in het kapitaalvennootschapsrecht in verreweg de meeste gevallen art. 6:162 BW.5 Nu de externe aansprakelijkheid van de besturende commanditair in het hierboven ontwikkelde model ook daarop is gebaseerd6 heeft de toepassing van het leerstuk van de doorbraak van aansprakelijkheid voor de kwestie van de aansprakelijkheid van de besturende commanditair jegens vennootschapscrediteuren geen toegevoegde waarde. Zij behoeft hier dan ook niet verder te worden geëxploreerd.