Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/8.2.2
8.2.2 Geen discretionaire bevoegdheid voor de rechter
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS382377:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 december 1956, NJ 1957, 126 m.nt. LEHR; Asser/Hartkamp 2004 (4-I), nr. 411; De Vries 1997a, p. 21; Van Nispen 1978, p. 298 en 302-303; en Van Nispen 2003, nr. 16. Anders Jongbloed (Vermogensrecht), art. 3:296, aant. 5; en Jongbloed 1987, p. 282-284, die van mening lijkt te zijn dat de rechter zelfstandig één van de drie in art. 3:296 lid 1 opgesomde uitzonderingen van toepassing kan verklaren indien hij een veroordeling tot nakoming niet opportuun acht. Jongbloed miskent m.i. dat de 'uitzonderingen' van art. 3:296 in de vorm van door de schuldenaar in te roepen verweermiddelen zijn gegoten die de rechter niet ambtshalve mag toepassen.
HR 21 december 1956, NJ 1957, 126.
Laurent 1887, nr. 199, p. 260.
Debily 2002, nr. 188, p. 201-202; Roujou de Boubée 1974, p. 159 en 168; Chazal 2001, p. 282-283; en Viney & Jourdain 2001, nr. 19, p. 42-43. Zo ook voor België Wéry 1993, nr. 159 e.v., p. 219 e.v., zie ook par. 2.2.3.
De schuldenaar is over de periode van de `delai de gráce' ook geen vertragingsschade verschuldigd en verbeurt geen contractuele boete, zie Malaurie, Aynès & Stoffel-Munck 2005, nr. 1124, p. 609.
Zie Frangois 2000, nr. 260, p. 216 noot 1.
In een contradictoir proces kan de rechter alleen een `delai de gráce' gelasten indien de schuldenaar dit heeft gevorderd. Indien de schuldenaar echter bij verstek wordt veroordeeld, kan de rechter ook zelfstandig een termijn vaststellen, zie Ghestin, Billiau & Loiseau 2005, nr. 592, 598 en 603, p. 627, p. 635 en 642.
Terré, Simler & Lequette 2005, nr. 1206, p. 1151-1152; en Civ. 2' 20 juni 1970, Bull. civ. II 22, N° de pourvoi: 68-13565; Civ. 2' 3 juni 1999, Bull. civ.I110, N° de pourvoi: 97-14889; Civ. 3' 15 mei 1996, Bull. civ. BI 115, N° de pourvoi: 94-16026; Civ. 2' 1 februari 2001, Bull. civ. II 22, N° de pourvoi: 99-15712.
Carbonnier 2000, nr. 137, p. 268-269; en Ghestin, Billiau & Loiseau 2005, nr. 589, p. 624-625.
Terré, Simler & Lequette 2005, nr. 1205, p. 1150.
Zie voor een uitvoerige beschrijving van de `delai de gráce' in het Franse recht Ghestin, Billiau & Loiseau 2005, nr. 586-615, p. 621-652.
Sériaux 1993, p. 796.
Voor de toekenning van een `delai de gráce' is het irrelevant of de schuldenaar al dan geen professionele partij is, zie Chabas 1998, nr. 910, p. 1001.
Sériaux 1993, p. 795.
De Nederlandse rechter komt geen discretionaire bevoegdheid toe om een nakomingsvordering uit hoofde van beleidsoverwegingen af te wijzen.1 In 1956 casseerde de Hoge Raad een arrest van het hof waarin het hof een vordering tot nakoming, in de vorm van een verbod op overtreding van een verbintenis om niet te doen, had afgewezen en in plaats daarvan de schuldenaar tot schadevergoeding had veroordeeld. De Hoge Raad overwoog:2
Dat evenwel, door aldus aan een naar zijn eigen oordeel geldig beding het gevolg, dat in een toewijzing van het gevorderde verbod van inbreukmakende handelingen op straffe van dwangsom is gelegen, te onthouden en op grond van de voor [de schuldenaar, DIA inmiddels opgekomen bezwaren bij de uitvoering der overeenkomst slechts plaats aanwezig te achten voor de pas aan de subsidiair aan de orde komende oplossing der verbintenis in vergoeding van kosten, schaden en interessen, het Hof in wezen aan [de schuldenaar, DIA de vrije hand heeft gegeven om tot zijn voorgenomen overtreding der door hem aanvaarde verplichting tegen betaling der daarop gestelde boete over te gaan en het Hof zodoende (...) de in de wet geregelde rangorde der veiplichringen van den schuldenaar, nu van het bestaan van wettelijke beletselen tegen een toewijzing van het verbod van inbreuk niet is gebleken heeft miskend.
Dit betekent dat de veroordeling tot nakoming zich aan de rechter opdringt als aan de daartoe gestelde vereisten is voldaan en de schuldenaar zich niet of onvoldoende heeft verweerd. Ook in Frankrijk heeft de rechter geen beleidsvrijheid bij de beoordeling van een vordering tot nakoming. Zo schreef Laurent:3
En matière d'obligations conventionnelles, le droit, pour mieux dire, le devoir du juge est de maintenir les droits des parties; or le créancier a le droit de demander l'exécution forcée de l'obligation contractée par le débiteur, et le juge doit lui adjuger ses conclusions, sinon il viole la loi du contrat.
De Franse rechter heeft niet de bevoegdheid om een vordering af te wijzen indien de aan de daarvoor geldende voorwaarde is voldaan en de schuldenaar geen steekhoudend verweer heeft gevoerd. Het imperatieve karakter van nakoming wordt in Frankrijk gezocht in art. 1134 C.c., dat luidt:
Les conventions légalement formées tiennent lieu de loi à ceux qui ont faites.
Niet alleen partijen, maar ook de rechter wordt gebonden door de bindende kracht van de overeenkomst:4
La force obligatoire du contrat s' impose donc non seulement aux parties, mais également au juge.
Ondanks het afwegingsvrije karakter van de vordering tot nakoming komt de Franse rechter een bijzondere bevoegdheid toe. De rechter kan de betalingsverplichting van de schuldenaar voor maximaal twee jaar opschorten, of een gespreide betalingstermijn gelasten voor die periode.5 De bevoegdheid tot schorsing of gespreide betaling heeft in de meeste gevallen betrekking op de betaling van een som geld, maar is daartoe niet beperkt.6 De wettelijke basis voor deze rechterlijke bevoegdheid is art. 1244-1par. 1 C.c.:
Toutefois, compte tenu de la situation du débiteur et en considération des besoins du créancier, le juge peut, dans la limite de deux années, reporter ou échelonner le paiement des sommes dues.
Hoewel de schuldenaar de extra termijn in beginsel moet vorderen,7 staat de vaststelling van de termijn geheel ter discretie van de rechter: 8
L'octroi ou le refus de tels délais de gráce, ainsi que leur durée, dans la limite légale, sont souverainement appréciés par les juges du fond, qui doivent cependant motiver leur décision.
Deze bevoegdheid is een uitvloeisel van een historische ontwikkeling waarin de rechter de belangen van de debiteur bewaakt die problemen ondervindt bij het tijdig nakomen.9 De bevoegdheid van de rechter om de nakomingsverplichting in de tijd te spreiden, verschaft hem een zekere `pouvoir modérateur' om maatwerk te leveren.10 De schuldenaar heeft echter geen recht op dit uitstel van betaling. Indien de rechter hem uitstel gunt, vloeit dat geheel voort uit zijn discretionaire bevoegdheid.11 De rechter die van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik maakt:12
Doit arbitrer les intérêts en présence et tácher de trouver un équilibre raisonnable.
Een rechter zal bijvoorbeeld een `delai de gráce' gelasten indien de schuldenaar een laag inkomen heeft, werkeloos is, niet-verwijtbaar in betalingsproblemen is geraakt, of zijn onderneming13 door nakoming in de financiële problemen zal komen.14
Het verdient mijns inziens aanbeveling om ook de gereedschapskist van de Nederlandse rechter uit te breiden met de bevoegdheid een `delai de gráce' te gelasten, omdat dat hem in staat stelt beter maatwerk te leveren dan de huidige toe- en afwijzingsbevoegdheid.