Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.2.3:7.2.3 Een gemengd stelsel waarbij de vermogensbestanddelen worden gewaardeerd op waarde in het economische verkeer, maar waarin voor bepaalde vermogensbestanddelen een uitzondering wordt gemaakt.
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.2.3
7.2.3 Een gemengd stelsel waarbij de vermogensbestanddelen worden gewaardeerd op waarde in het economische verkeer, maar waarin voor bepaalde vermogensbestanddelen een uitzondering wordt gemaakt.
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630424:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de derde methode is het uitgangspunt dat de vermogensbestanddelen worden gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. Op dat uitgangspunt wordt dan wel in een aantal situaties een uitzondering gemaakt als waardering op waarde in het economische verkeer leidt tot onredelijke uitkomsten. De wetgever en de Hoge Raad hebben dat in het verleden al gedaan voor de waardering van goodwill en immateriële activa. In paragraaf 3.4.2 heb ik geconcludeerd dat er bij een sfeerovergang van een onderneming ruimte is voor een eigen invulling van het begrip ‘waarde in het economische verkeer’ (de zogenoemde ‘rechtssfeercheck’). De fiscale openingsbalans is ‘slechts’ een middel om de totaalwinst te bepalen (het doel). Het gaat om een adequate verdeling van de winst van de onderneming tussen de onbelaste en belaste periode om zo de totaalwinst te kunnen bepalen. Bij de uitleg van het begrip ‘waarde in het economische verkeer’ voor de openingsbalans kan rekening worden gehouden met deze doelstelling en kan worden afgeweken van de uitleg van het begrip waarde in het economische verkeer in andere wetten/de economische leer. Mijns inziens is er daarom op basis van de huidige regels al enige ruimte voor een gemengd stelsel.
Bij deze methode is het van belang om vast te stellen wanneer (en hoe) een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel. Oftewel, wanneer pakt waardering tegen de waarde in het economische verkeer zo onredelijk uit dat geen sprake is van een adequate toerekening van de voordelen aan de belaste periode. Uit de analyse in hoofdstuk 6 bleek dat waardering tegen waarde in het economische verkeer vaak tot een ongewenste uitkomst leidt. Idealiter zal er voor al deze ongerijmde uitkomsten een oplossing komen. Een nadeel is dan dat per vermogensbestanddeel en per situatie naar een geschikte waarderingsmethode moet worden gezocht. Dat leidt al snel tot gedetailleerde regelgeving. Als de uitzondering wordt beperkt tot de meest onredelijke casus, dan zal een alternatieve waardering aan de orde moeten komen als:
Er is een significant verschil is tussen de (zakelijke) verkoopprijs en de waardering op de fiscale openingsbalans. Er kan dan een nacontrole worden toegepast.
Een subsidie is verkregen. Deze subsidie moet worden toegerekend aan de periode waarin de subsidie wordt gebruikt voor de bedrijfsuitoefening.
Sprake is van onrendabele investeringen die nut afwerpen in de belaste periode. Deze investeringen zouden moeten worden gewaardeerd tegen de vervangingskosten vermeerderd met de positieve of negatieve autonome waardemutatie in de onbelaste periode.
Er geen mogelijkheid is om op het moment van de sfeerovergang de vermogensmutatie die in de onbelaste periode is ontstaan te realiseren, bijvoorbeeld bij een schuldverhouding. In dat geval moet worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Als het mogelijk is om duidelijke en praktisch toepasbare regels te maken over de waardering van de vermogensbestanddelen op de fiscale openingsbalans, zou deze methode kunnen voldoen aan de geformuleerde kwaliteitseisen. Op deze waarderingsregels kom ik bij de toetsing van de praktijkcasus terug.