Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/7.2.4
7.2.4 Waardering tegen de waarde in het economische verkeer met een correctiemechanisme indien de gerealiseerde waarde afwijkt van de waarde op de openings- en slotbalans
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630499:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Bruijsten heeft betoogd dat - om te voorkomen dat voordelen in de heffing worden betrokken die de belastingplichtige niet heeft genoten - vermogensbestanddelen niet worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer indien op het moment van de sfeerovergang nog geen mogelijkheid is om het vermogensresultaat te realiseren. Het vermogensbestanddeel moet dan worden gewaardeerd op de oorspronkelijke kostprijs of nominale waarde. Bruijsten 2016-2.
Bruin Slot 2017-2, heeft al eerder betoogd dat bij een sfeerovergang zou kunnen worden uitgegaan van de uiteindelijke verkoopprijs in plaats van de waarde in het economische verkeer.
Om het gesignaleerde knelpunt – belastingheffing over niet-gerealiseerde voordelen – te verhelpen, zou ook een systeem van nacontrole kunnen worden ingevoerd.12 In dat geval worden waardemutaties – conform het huidige systeem – toegerekend aan de periode waarin ze zijn ontstaan, maar wordt de heffing beperkt tot het daadwerkelijk gerealiseerde voordeel. Bij de invoering van de belastingplicht voor woningcorporaties is in de VSO een dergelijke achterafaanpassing opgenomen. Deze correctie had alleen betrekking op de situatie waarbij het vastgoed met verlies werd verkocht. Een consistente toepassing zal tot gevolg moeten hebben dat ook bij een fiscale winst een aanpassing van de waarde op de openingsbalans plaatsvindt. Het uitgangspunt dat heffing beperkt blijft tot het daadwerkelijk gerealiseerde voordeel, dient eveneens te worden toegepast bij een sfeerovergang van belast naar onbelast. In onderstaand voorbeeld wordt deze methode geïllustreerd.
Voorbeeld gebaseerd op een casus uit hoofdstuk 6
Een lichaam heeft begin jaar 1 een pand gekocht voor een bedrag van € 900.000.
Op het moment van de sfeerovergang is de waarde in het economische verkeer € 870.000.
Op het moment van verkoop is de waarde € 960.000.
De waardemutatie in de belaste periode is € 90.000. Dit is meer dan het door het lichaam gerealiseerde voordeel ad € 60.000, zodat een nacalculatie geldt en maximaal € 60.000 kan worden belast.
Deze methode lost een belangrijk probleem van het systeem ‘waardering tegen waarde in het economische verkeer’ op, maar biedt geen totaaloplossing. Het systeem geeft bijvoorbeeld geen invulling aan het tweede toetscriterium (adequate toerekening) en zal daarom moeten worden geïntegreerd in een ander alternatief.