Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.3.3
6.3.3 Belanghebbende bij de tijdsbepaling
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186651:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Als de tijdsbepaling in het belang van de schuldenaar is, kan hij de verbintenis vóór de overeengekomen tijd nakomen. Hij doet dan afstand van de tijdsbepaling. Vgl. art. 6:39 lid 2 BW. Als de tijdsbepaling in het belang van de schuldeiser is overeengekomen, kan die niettemin voor de overeengekomen tijd nakoming vorderen. Zie Asser/Sieburgh 6-I 2016/ 246.
Bovendien is dit anders bij een opschortende voorwaarde, zie HR 12 november 2004, JOR 2005/22 (Aerts q.q./Koops).
Zie bijvoorbeeld Asser/Sieburgh 6-I 2016/246, Hofmann/Van Opstall 1976, p. 411, Van Brakel 1948, p. 273 en Eindverslag I, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 173.
TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 170. Het met art. 6:39 lid 1 BW overeenstemmende § 271 abs. 2 BGB wordt naar Duits recht gezien als een uitlegregel, Staudinger/Bittner § 271 BGB, rn. 2.
Vgl. Spinath 2005, p. 16 en 17.
Dit wordt vaak bevestigd door de inleidende overwegingen van de overeenkomst van achterstelling.
Een dergelijk beding, dat de juniorvordering slechts betaald wordt indien de senior daar toestemming voor geeft, zal soms de juniorvordering tot een voorwaardelijke vordering maken. Dat hangt ervan af hoe zeker moet worden beschouwd dat de senior toestemming zal geven.
Anders kennelijk Spinath 2005, p. 16 en 17 en Haak 2012, par. 4 en voetnoot 20.
Vgl. Faber 1993 p. 104 over de tijdsbepaling bij (achtergestelde) obligaties.
310. De gevolgen van een tijdsbepaling voor de nakoming hangen sterk samen met het antwoord op de vraag in wiens belang de tijdsbepaling overeen is gekomen. De tijdsbepaling bindt de wederpartij van degene in wiens belang de tijdsbepaling overeen is gekomen. Is de bepaling in het belang van één partij overeengekomen dan kan die de tijdsbepaling negeren, althans daar impliciet afstand van doen.1 Dat is anders als die tijdbepaling in het belang van meerdere partijen is opgenomen.2
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen tijdsbepalingen in het belang van de schuldenaar, tijdsbepalingen in het belang van de schuldeiser en tijdsbepalingen in hun beider belang.3 In dit onderzoek is in de literatuur geen beschrijving aangetroffen van tijdsbepalingen in het belang van een derde, zoals een senior.
Artikel 6:39 lid 1 BW bevat een wettelijk vermoeden dat een tijdsbepaling is overeengekomen in het belang van de schuldenaar. Dit is slechts een vermoeden. Partijen kunnen anders overeenkomen. Dat hoeft niet steeds expliciet uit de overeenkomst te blijken, maar kan ook volgen uit de omstandigheden en de aard van de overeenkomst.4 Het is daarom in een concreet geval een kwestie van uitleg van de achterstellingovereenkomst om te bepalen in wiens belang de tijdsbepaling aan de juniorvordering is verbonden.5 Hierover zijn wel enige algemene gezichtspunten te formuleren.
De tijdsbepaling die aan de juniorverbintenis is verbonden is mede overeengekomen in het belang van de senior.6 Op zijn verzoek stellen de junior en de schuldenaar de betaling van de juniorvordering uit totdat de seniorvordering is betaald of totdat de senior toestemming geeft voor betaling van de juniorvordering.7 De junior en de schuldenaar maken zich dat belang van de senior eigen en geven hun onderlinge verbintenis vorm naar de wens van de senior, omdat de junior en de schuldenaar het in hun eigenbelang achten dat de senior bereid is (verder) te financieren. De tijdsbepaling die de junior en de schuldenaar overeenkomen kan daarom mijns inziens mede gezien worden als een tijdsbepaling in het belang van de schuldenaar en de schuldeiser.8
Bovendien gelden ook bij de tijdsbepaling van een achtergestelde vordering de gebruikelijke argumenten om de tijdsbepaling van een rentedragende lening in het belang van zowel de schuldenaar als de schuldeiser te achten.9 De tijdsbepaling is in het belang van de schuldenaar omdat de bepaling hem de tijd geeft om de middelen te verwerven die hij nodig heeft voor de aflossing van de lening. De schuldeiser heeft belang erbij dat de vordering niet eerder wordt afbetaald omdat hij daardoor rentebetalingen over de rest van de looptijd mist.10
De gevolgen van de tijdsbepaling worden behandeld in paragraaf 6.5, tezamen met de gevolgen van een opschortende voorwaarde.