Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.4.2
6.4.2 Invulling van het zwaarwichtig belang-criterium
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS971855:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld de weigeringsgronden bij het Duitse Auskunftrecht uit artikel 131 AktG, waarover ook par. 4.3.2.3 hiervoor.
Zie ter illustratie van deze laatste categorie bijvoorbeeld artikel 17.1 RSA Heineken; en artikel 1.2 van Schedule 7 RSA ABN. Vgl. artikel XII Aandeelhoudersconvenant Stedin.
In mijn eigen praktijk ben ik bijvoorbeeld een aandeelhoudersovereenkomst tegengekomen waarin was vastgelegd dat de aandeelhouders – overwegend externe investeerders – geen technische informatie zouden ontvangen over het te ontwikkelen softwareproduct.
Rb. Noord-Holland (vzr.) 17 juni 2014, JOR 2014/293 m.nt. R.G.J. Nowak (Te&Je Holding), r.o. 2.5.
De vennootschapsleiding kan informatieverstrekking weigeren indien een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich daartegen verzet. De wet, rechtspraak en literatuur bieden slechts beperkte richtsnoeren bij de invulling daarvan. In concrete gevallen kan daarom onduidelijkheid bestaan over de vraag of een beroep van de vennootschapsleiding op deze weigeringsgrond gerechtvaardigd is. Partijen kunnen deze onduidelijkheid (deels) wegnemen door bepaalde weigeringsgronden voor informatieverstrekking contractueel vast te leggen. Dat kan bijvoorbeeld door nader te duiden in welke situaties een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich verzet tegen verstrekking van bepaalde informatie, of door simpelweg vast te leggen dat de vennootschap in bepaalde gevallen geen informatie hoeft te verstrekken. Daarbij kan desgewenst aansluiting worden gezocht bij weigeringsgronden uit vergelijkbare buitenlandse regelingen.1
Op deze manier kan tegemoet worden gekomen aan eventuele gevoeligheden die spelen bij de betrokken onderneming en/of eventuele regulatoire vereisten. Denkbaar is bijvoorbeeld dat in een samenwerkingsverband tussen medici de verstrekking van patiëntgegevens wordt uitgesloten. Ik wijs ook op het gebruik dat in een relationship agreement met een beursvennootschap de verstrekking van informatie die kwalificeert als voorwetenschap wordt uitgesloten.2 Voorts is denkbaar dat de verstrekking van (bepaalde) bedrijfsgeheimen uitdrukkelijk wordt uitgesloten.3
Onduidelijk is in hoeverre dergelijke afspraken in rechte afdwingbaar zijn. In het kader van het agenderingsrecht overwoog de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland bijvoorbeeld als volgt:
“De vraag of de samenwerkingsovereenkomst tussen verzoekster en Kromme Leek eraan in de weg staat dat een vergadering wordt bijeengeroepen waar de bestuurswisselbesluiten aan de orde kunnen worden gesteld, behoeft in verband met het voorgaande geen beantwoording. De voorzieningenrechter wijst er niettemin op dat niet licht zal worden geoordeeld dat bepalingen in een samenwerkingsovereenkomst ertoe moeten leiden dat onderwerpen die op zichzelf in een aandeelhoudervergadering aan de orde moeten kunnen worden gesteld, niet mogen worden geagendeerd. Dit zou ertoe nopen dat wordt vooruitgelopen op de besluitvorming in de vergadering en daarnaast tot gevolg hebben dat besluitvorming in de vergadering op die onderwerpen bij voorbaat wordt gefrustreerd. Ook rechterlijke toetsing van die besluiten zou dan bij voorbaat worden uitgesloten.”4
Een vergelijkbare overweging is denkbaar indien, bijvoorbeeld, onder verwijzing naar een contractuele regeling wordt geweigerd een antwoord te geven op vragen die op zichzelf ter vergadering mogen worden gesteld. Daarbij moet echter ook worden bedacht dat informatieverstrekking in feite niet ongedaan kan worden gemaakt, terwijl onredelijke besluitvorming achteraf kan worden vernietigd. Bij gebrek aan effectieve maatregelen die achteraf kunnen worden getroffen, is er bij de regulering van informatieverstrekking meer behoefte aan preventieve maatregelen. Ik zou daarom menen dat er meer ruimte is voor contractuele invulling van het zwaarwichtig belang-criterium bij informatierechten van aandeelhouders, dan in het kader van de uitoefening van andere aandeelhoudersrechten waarbij zo nodig achteraf maatregelen kunnen worden getroffen. Wat daar ook van zij, zelfs indien een dergelijke contractuele bepaling niet rechtstreeks afdwingbaar zou blijken, kan ik mij voorstellen dat de naleving van dergelijke afspraken indirect van waarde kan zijn, bijvoorbeeld omdat dit een rol kan spelen bij de beoordeling van het bestuurlijk handelen in enquête.