Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.B.1.2
VII.B.1.2 "Spel- en hobby sfeer' of inkomstenbelasting?
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402678:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
N.C.G. GUBBELS, Erfrecht, Fiscale aspecten van het nieuwe erfrecht, Deventer: Kluwer (Losbladig), p. 124. Zij verwijst hierbij naar HR 16 september 1981, BNB 1981, 296. Zie ook Hof Amsterdam, 1 november 1994,V-N 1995, p. 820 waar het hof van mening was dat het legaat van de cliente aan haar belastingadviseur gezien moest worden als uiting geven aan haar gevoelens van vriendschap jegens de adviseur, aangezien hij een van de weinigen was die zich om haar bekommerde. Het voordeel lag derhalve in de persoonlijke sfeer en was geen beloning voor verrichte werkzaamheden.
R.M. FREUDENTHAL, Resultaat uit overige werkzaamheden, Deventer: Kluwer 2002,p. 34.
BFH 2 februari 2005, II R 18/03, FamRZ 2005, 13, GERD BRUGGEMANN, Vergutung: Im Spannungsveldzwischen Einkommensteuer undErbschaftsteuer, Erbfolgebesteuerung 2005, 7, p. 159, DIETER GEBEL, Vom Erblasser bestimmte Testamentsvollstreckervergu-tung, auch soweit unangemessen hoch, in der Regel nicht erbschaftsteuer- sondern einkom-mensteuerpflichtig, Zeitschrift fur die Steuer- und Erbrechtspraxis (Zerb), 2005, 7, p. 221224, MICHAEL BONEFELD, Die jungste Entwicklung der Rechtsprechung zum Recht des Testamentsvollstreckers, Der Fachanwalt fur Erbrecht, juli 2005, p. 14, ECKHARD WALZHOLZ, Die Besteuerung unangemessen hoher Vergutungen furTestamentsvollstrec-ker, Zeitschrift fur die Steuer- und Erbrechtspraxis (Zerb), 2005, 8, p. 247-250, HILDE-GARD BILLIG, Uberhohte Testamentsvollstreckervergutung unterliegt in der Regel nichtder Erbschaftsteuer, ZEV 2005, 8, p. 357-359.
Een executeur wordt, gelet op de vertrouwensrelatie met erflater, niet zelden gekozen uit de naaste omgeving van erflater; de omgeving van familie en bekenden. Gubbels wijst er in dat kader op dat de vergoeding alleen met inkomstenbelasting kan worden getroffen indien de werkzaamheden van de executeur de gebruikelijke hulp en bijstand in familieverband te boven gaan.1 In de regel zal er dan, indachtig het Franse recht, slechts met een erfrechtelijk 'souvenir' oftewel een kleinigheidje betaald worden. Een vergelijking kan worden gemaakt met de 'spel- en hobbysfeer' die in beginsel niet belast is met inkomstenbelasting. Freudenthal merkt op dat in elk geval buiten het economisch verkeer vallen de gebruikelijke huishoudelijke activiteiten die belastingplichtigen voor elkaar verrichten in gezinsverbandof in de vriendenkring en dat dit niet in de laatste plaats het geval is omdat tegenover dit soort activiteiten vrijwel nimmer een vergoeding staat.2
Men zou dan mijns inziens ook kunnen stellen dat wanneer de vergoedingen (enigszins) het begin van een zakelijk karakter gaan aannemen, althans de sfeer van het 'presentje' verlaten, hiermee het economisch verkeer betreden wordt en de omvang van de vergoeding in ieder geval een belangrijke indicatie is om aan te nemen dat de erfrechtelijke werkzaamheden zich niet meer in de privesfeer afspelen.
Overigens zal ik, ter bepaling van de gedachten, in het fiscaal gedeelte weer een Europees rondje maken, waarbij ik vooraf reeds aankondig dat in Duitsland, op 2 februari 2005 door het Bundesfinanzhof, een baanbrekende uitspraak werdgewezen3 die reeds vele pennen in beweging heeft gebracht. Eerst echter een kijkje naar de Belgische fiscale 5%-regel.
Terzijde merk ik nog op dat ik in dit fiscaal gedeelte niet in zal gaan op de situatie waarin de executeur een rechtspersoon is. Vennootschapsbelastingvraagstukken zal ik derhalve laten rusten.