Gewogen rechtsmacht in het IPR
Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.4.1:6.4.1 Forum non conveniens in echtscheidingszaken?
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/6.4.1
6.4.1 Forum non conveniens in echtscheidingszaken?
Documentgegevens:
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS434214:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mostermans (2006), nr. 45, 52.
Tot 1 januari 2002 werd de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in echtscheidingszaken geregeld door art. 814 Rv. In art. 814 lid 2 Rv werd de toepassing van forum non conveniens uitdrukkelijk uitgesloten. Zie par. 2.4.
Zie par. 3.6.
Zie voor het EEX-Verdrag: HvJ EG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. 1-1383, Owusu/Jackson.
P. McEleavy, ICLQ 2004, p. 625-626.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Vo-Brussel Ilbis staat niet toe dat de bevoegde gerechten van een lidstaat zich ter zake van de echtscheiding forum non conveniens verklaren ten gunste van het gerecht in een andere lidstaat.1 Dat was niet anders onder de Vo-Brussel II en evenmin onder het tot 1 januari 2002 geldende Nederlandse procesrecht.2 Onder de huidige Nederlandse regeling van commune rechtsmacht in art. 4 Rv is zulks ook niet toegestaan.3
De echtscheidingsrechter die op basis van de Vo-Brussel IIbis bevoegd is, dient zijn rechtsmacht ook uit te oefenen. Hij kan zich niet forum non conveniens verklaren omdat de zaak onvoldoende binding heeft met zijn rechtssfeer (bijvoorbeeld, in geval van rechtsmacht op grond van gemeenschappelijke nationaliteit, omdat echtelieden `verwaterd' zijn) of omdat de zaak meer binding heeft met de rechtssfeer van een ndere lidstaat. Dit is niet anders indien het eventuele geschiktere alternatieve forum zich in een niet-lidstaat bevindt.4 In art. 3-5 Vo-BIIbis zijn stabiele bevoegdheidsgronden opgenomen die een vaste aanknopingswaarde tot uiting brengen. De bevoegdheidsgronden verzekeren voldoende binding tussen de zaak en het forum. Bovendien geeft art. 6 een exclusief karakter aan deze bevoegdheidsgronden. Hiermee wordt bereikt dat partijen op basis van de verordening redelijkerwijs kunnen voorzien welk echtscheidingsforum rechtsmacht toekomt.
Wel behouden de lidstaten de mogelijkheid om de in hun interne wetgeving opgenomen forum non conveniens-regel toe te passen (zoals bijvoorbeeld in Engeland op basis van de Domicile and Matrimonial Proceedings Act 1973), indien de rechtsmacht van de gerechten via art. 7 Vo-BIIbis op een residuele bevoegdheid uit het commune recht is gebaseerd.5