Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.3.2
2.3.2 De verhouding tussen de verrekeningsregels van het BW en de Fw
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS606005:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Faber 2005, p. 463, Faillissementswet, Deventer: Kluwer (losbl.) Art. 53, aant. 5 en Hof 's-Gravenhage 6 februari 2007, JOR 2007/103.
Zie de § 2.4.2, 6.1, 6.2, 6.3 en 6.4. De belastingplichtige zal zich dan op de verrekeningsbepalingen van het BW moeten beroepen: zie § 2.3.1. Tijdens faillissement wordt de verrekening geëffectueerd door de curator en tijdens de schuld-sanering natuurlijke personen door de bewindvoerder. Deze bevoegdheid kunnen zij baseren op hun uit de Fw voortvloeiende positie (zie art. 68 lid 1 en art. 136 lid 1 Fw) en op art. 43 Awr. In laatstgenoemde bepaling staat dat, in verband met rijksbelastingen, de (fiscale) bevoegdheden en verplichtingen van iemand die in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, kunnen worden uitgeoefend en nagekomen door hun curator en bewindvoerder. Deze regeling geldt dus niet voor de bewindvoerder in een surseance.
Zie § 2.2.5.
Zie Faber 2005, p. 461-462.
Voor zover in de verrekeningsbepalingen van de Fw niet wordt afgeweken van de verrekeningsregels van het BW, behouden de laatstgenoemde regels ook tijdens faillissement, surseance en schuldsanering natuurlijke personen hun gelding.1 Dit heeft tot gevolg dat beide partijen tot verrekening over kunnen gaan. Bij een verrekening van fiscale schulden en vorderingen zal dus niet alleen de fiscus een beroep op verrekening kunnen doen, maar ook de belastingplichtige.2 Ook de terugwerkende kracht van de verrekening, zoals die volgt uit artikel 6:129 BW,3 blijft onder de Fw van toepassing. Faber schrijft daarover:4
"In beginsel werkt de verrekening terug tot het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (art. 6:129 lid 1 BW). Deze terugwerkende kracht kan met zich brengen dat de in de verrekening betrokken vordering en schuld - achteraf bezien reeds vóór de (aanvang van de dag van) faillietverklaring zijn tenietgegaan. Aan de toepasselijkheid van de art. 53-55 Fw doet dit echter niets af. Beslissend is dat de verrekeningsverklaring na de aanvang van de dag van faillietverklaring is uitgebracht. Betreft het een verrekening in rekening-courant, dan is van een verrekening tijdens faillissement sprake, indien de boeking in rekening-courant na aanvang van de dag van de faillietverklaring heeft plaatsgevonden."