Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/1.5.3
1.5.3 Soft law
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192525:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid over de opkomst en impact van soft law-instrumenten in het insolventierecht: Wessels & Boon 2019.
World Bank Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes 2015.
Principles of European Insolvency Law 2003.
Core Principles for an Insolvency Law Regime 2004.
UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law 2005.
Insolvency and Creditor Rights Standard 2011.
ELI-rapport 2017.
Codire-rapport 2018.
Wessels en Boon onderscheiden diverse soorten normstellende instanties, te weten i) international intergovernmental standard-setting organisations (zoals UNCITRAL en de Wereldbank); ii) international standard-setting organisations (zoals INSOL International en het International Insolvency Institute), iii) regional standard-setting organisations (zoals INSOL Europe en het European Law Institute); iv) Dutch standard-setting organisations (zoals INSOLAD en Recofa) en v) informal standard-setters (zoals de International Working Group on European Insolvency Law en de Codire-onderzoeksgroep). Zie Wessels & Boon 2019, §2.2 en 3.
Wessels & Boon 2019, §3 onder (v).
Wessels & Boon 2019, §3 onder (iii).
Vgl. europeanlawinstitute.eu/membership (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Het totstandkomingsproces heeft veel weg van een wetgevingsproces. Er wordt vaak in subcommissies overlegd en onderhandeld en uiteindelijk vindt er een stemming plaats: Wessels & Boon 2019, §2.2.
https://uncitral.un.org/en/about/faq/methods, zie voor de werkwijze van UNCITRAL verder: https://uncitral.un.org/en/about/methods/officialdocs (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Zie voor een overzicht van de betrokken instanties World Bank Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes 2015, p. 1 voetnoot 1.
World Bank Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes 2015, p. ii, iii en 1.
Vgl. http://www.fsb.org/2011/01/cos_051201 (laatst geraadpleegd 30 december 2019).
Insolvency and Creditor Rights Standard 2011, p. 4.
12. Sinds de eeuwwisseling is een aantal soft law-instrumenten met betrekking tot het insolventierecht geïntroduceerd.1 In 2001 publiceerde de Wereldbank de ‘Principles for Effective Insolvency and Creditor/Debtor Regimes’. Deze beginselen zijn in 2005, 2011 en 2015 herzien.2 In 2003 werden de ‘Principles of European Insolvency Law’ gepubliceerd.3 In 2004 publiceerde de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling haar ‘Core Principles for an Insolvency Law Regime’.4 Een jaar later publiceerde de United Nations Commission on International Trade Law (‘UNCITRAL’) de ‘Legislative Guide on Insolvency Law’.5 In 2011 werd de Insolvency and Creditor Rights Standard (‘ICR’) opgesteld door UNCITRAL en de Wereldbank.6
Recent verschenen twee instrumenten die in het bijzonder betrekking hebben op het redden en herstructureren van ondernemingen. In 2017 verscheen het rapport van het European Law Institute getiteld Rescue of Business in Insolvency Law (‘ELI-rapport’).7 Het in opdracht van de EU uitgevoerde onderzoek Contractualised distress resolution in the shadow of the law: Effective judicial review and oversight of insolvency and pre-insolvency proceedings (‘Codire-rapport’) resulteerde medio 2018 in zogenaamde ‘Best Practices in European Restructuring’.8
13. Deze soft law-instrumenten verschillen onderling sterk qua totstandkomingswijze.9 De Principles of European Insolvency Law en de Best Practices in European Restructuring zijn een vrucht van ad hoc academisch onderzoek.10 Het ELI-rapport is tot stand gekomen door een samenwerking van academici, rechters en advocaten en is vervolgens aangenomen door de leden van het European Law Institute tijdens de algemene vergadering.11 De leden bestaan uit juridische beroepsbeoefenaars, ambtenaren, beleidsmakers en academici.12
De door UNCITRAL en de Wereldbank opgestelde principes zijn het resultaat van een uitvoerig onderhandelingsproces tussen landen, intergouvernementele organisaties en niet-gouvernementele organisaties.13 Het werk van UNCITRAL is gebaseerd op een mandaat van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.14 De principes van de Wereldbank zijn geformuleerd nadat de internationale gemeenschap (in de nasleep van de economische crisis van eind jaren ’90) om meer “internationally recognised best-practices” vroeg. Deze principes zijn geformuleerd door werkgroepen bestaande uit experts, in overleg met multilaterale ontwikkelingsbanken, internationale organisaties en ‘ expert industry bodies', zoals INSOL International en de International Bar Association.15 De principes zijn vervolgens besproken in regionale rondetafelgesprekken, waarbij lokale experts en functionarissen aanschoven.16 De Insolvency and Creditor Rights Standard is in essentie een synthese van de principes van de Wereldbank en de UNCITRAL Legislative Guide on Insolvency Law. De ICR wordt onderschreven door de Raad voor Financiële Stabiliteit.17
De aangehaalde instrumenten hebben bovendien allemaal een eigen invalshoek. Zo hebben de principes van de Wereldbank ook betrekking op meer institutionele en toezichtrechtelijke aspecten van een rechtsstelsel, terwijl de Legislative Guide veel gedetailleerdere voorschriften voor een efficiënt insolventierecht bevat.18
Voor zover de genoemde soft law-instrumenten aanbevelingen bevatten die betrekking (kunnen) hebben op een pre-insolventieprocedure, heb ik deze zoveel mogelijk verwerkt. Gelet op de internationale consensus waarop de World Bank principles, de UNCITRAL Legislative Guide en de Insolvency and Creditor Rights Standard berusten, acht ik aanbevelingen uit deze instrumenten zwaarwegend. Uit de aard der zaak hebben deze aanbevelingen doorgaans een wat algemener karakter en zijn zij minder specifiek toegesneden op een pre-insolventieakkoordprocedure. De aanbevelingen die voortvloeien uit andere typen soft law-instrumenten weeg ik, net zoals aanbevelingen die volgen uit publicaties in boeken en tijdschriften, mee in de formulering van uitgangspunten en bij de analyse van de WHOA. De aanbevelingen van het ELI-rapport en het Codire-rapport zijn gelet op hun recente verschijningsdatum veel specifieker toegesneden op het type procedure dat centraal staat in dit onderzoek.