Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/4.4.2:4.4.2 Het hof in Staleman/Van de Ven
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/4.4.2
4.4.2 Het hof in Staleman/Van de Ven
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS349740:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na een uitvoerige behandeling en beoordeling van de omstandigheden van het geval, concludeerde het hof in de zaak Staleman/Van de Ven dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders. Letterlijk overwoog het hof:
“Op grond van het hiervoor overwogene is het Hof van oordeel dat aan de directie in beginsel een ernstig verwijt van onbehoorlijke taakvervulling kan worden gemaakt in de zin van art. 2:9 BW.”1
Conform de systematiek van art. 2:9 BW ging het hof daarna (impliciet) in op de mogelijkheid van disculpatie voor de twee betrokken bestuurders. Het hof overwoog:
“Het vorenstaande leidt ertoe, dat de directieleden in beginsel aansprakelijk zijn voor schade, door het bedrijf geleden als gevolg van de onbehoorlijke taakvervulling door de directie. Daarbij ziet het Hof onvoldoende grond voor het maken van onderscheid tussen Staleman enerzijds en Richelle anderzijds. Weliswaar was Staleman kennelijk degene die zich hoofdzakelijk bezighield met de dagelijkse gang van zaken aangaande de lease, doch het moet ervoor gehouden worden dat belangrijke beslissingen omtrent financiering, kredieten en dergelijke (…) tot het beleid van het gehele bestuur behoorden en niet aan een der bestuurders konden worden overgelaten.”
Uit het arrest van het hof blijkt niet dat het hof met het gebruik van de term ‘ernstig verwijt’ een specifieke rechtstheoretisch verfijnende bedoeling had en/of dat het hof tot uitgangspunt had genomen dat voor aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het hof paste art. 2:9 BW voorts zuiver toe door te beoordelen of Staleman zich kon disculperen en door te oordelen dat dit niet het geval was. In par. 4.5 zal ik hier verder op ingaan.