Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.5.1
9.3.5.1 Het bestaan van een verbintenis is niet hetzelfde als het bestaan van een vorderingsrecht
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648743:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Spierings 2016, par. 2.2.4., met verwijzing naar Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012, nr. 6.
Naast deze materiële vordering kan nog de processuele vordering worden onderscheiden. De rechtsvordering geeft het processuele recht om nakoming te vorderen, zie Asser/Hartkamp en Sieburgh 6-I* 2012, nr. 32.
Vgl. HR 30 mei 2008, NJ 2008/400 en HR 2 december 2011, NJ 2012/173.
Dat een partij zichzelf tot schuldenaar kan maken, kan tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld de mogelijkheid tot verrekening wordt gecreëerd.
Het begrip verbintenis is niet wettelijk gedefinieerd. De inhoud van een verbintenis kan zeer divers zijn. Spierings merkt in dit verband op:1
“Eén van de vragen in deze studie is of de eenzijdige rechtshandeling een bron van verbintenissen is. Ik beantwoord deze vraag bevestigend. Het begrip ‘verbintenis’ is niet wettelijk gedefinieerd. Ik houd de definitie van Hartkamp en Sieburgh aan: een verbintenis is een vermogensrechtelijke betrekking tussen personen, krachtens welke de één jegens de ander tot een prestatie gerechtigd is en de ander jegens de één tot die prestatie verplicht is.”
Het bestaan van een vorderingsrecht betekent dat er aan de zijde van de schuldeiser een recht op een prestatie bestaat (de actieve zijde van de verbintenis). Aan de zijde van de schuldenaar bestaat de plicht om de prestatie te verrichten (de passieve zijde van de verbintenis). Tezamen vormt dit de materiële verbintenis.2 Bij de vraag of sprake is van een reeds bestaand vorderingsrecht of niet, is overigens niet relevant of reeds bekend is wat de omvang van de vordering is.3 De aanname dat door het afgeven van een eenzijdige 403-verklaring direct een vorderingsrecht ontstaat, heeft diverse consequenties en is ook dogmatisch gezien opmerkelijk.
Betoogd kan worden dat de partij die een vorderingsrecht verkrijgt in de regel bevoordeeld zal worden. Dat is bijvoorbeeld ook het geval bij schenking. Voor een voltooide schenking was onder oud recht geen aanvaarding vereist. De wetgever is daarop teruggekomen. Uit de praktijk was gebleken dat een schenking ongewilde gevolgen voor de begunstigde kon hebben. Het vereisen van een aanvaarding voordat kon worden gesproken van een schenking, was daarom gewenst en dit werd ingevoerd.
Wanneer wordt geaccepteerd dat een vorderingsrecht kan ontstaan door middel van het afleggen van een eenzijdige verklaring, kan een prestatie eenvoudig worden opgedrongen.4 Het opdringen van een prestatie aan een partij die daar niet zelf over heeft kunnen beslissen, dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.
De vraag naar de inhoud van de verbintenis die voortvloeit uit een 403-verklaring, leidt naar de vraag wanneer het bestaan van een vorderingsrecht kan worden aangenomen.