Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.7.1
5.7.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291470:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
J. Hijma, Asser/Hijma 7-I* 2013/17 (online, bijgewerkt op 15 september 2012). Bij een koop-/aannemingsovereenkomst kan ook sprake zijn van een driepartijenovereenkomst waarbij de verkoper van het vastgoed een andere persoon is dan degene die zich jegens de koper verbindt tot het verrichten van de aannemingswerkzaamheden. Zijn de verkoper en de opdrachtnemer van de aannemingswerkzaamheden weliswaar verschillende personen, maar behoren tot zij tot dezelfde fiscale eenheid voor de btw dan is civielrechtelijk weliswaar sprake van een driepartijenovereenkomst, maar is er voor de btw sprake van de levering van het vastgoed en het verrichten van aannemingswerkzaamheden door dezelfde belastingplichtige. Uit HvJ EG 8 juli 1986, zaak 73/85, ECLI:EU:C:1986:295, r.o. 15 (Kerrut) is af te leiden dat het feit dat de levering van het vastgoed en de aannemingswerkzaamheden door verschillende belastingplichtigen wordt verricht met zich brengt dat sprake is van afzonderlijke handelingen. Ook de kennisgroep omzetbelasting van de Belastingdienst gaat blijkens een openbaar gemaakt bindend advies van 9 december 2015 hiervan uit (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2019/07/26/besluitwob-verzoek-standpunt-kennisgroep-omzetbelasting-belastingdienst-over-behandeling-koopaannemingsovereenkomsten-onroerende-zaken), geraadpleegd op 2 april 2021. In gelijke zin: E.J.W. Heithuis (red.), Compendium Fiscaliteit en Vastgoed, Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 299 en R.N.G. van der Paardt, ‘Transformatie van vastgoed; btw- en overdrachtsbelastingaspecten’, BR 2019/2. Anders: M.D.C. Gomes Vale Viga, ‘Koop- en aannemingsovereenkomsten in de btw en overdrachtsbelasting’, FBN 2018/24, p. 12-13.
Conclusie A-G Wattel 13 november 2012, nr. 12/02180, BNB 2013/133, punt 8.4.
J. Hijma, Asser/Hijma 7-I* 2013/17 (online, bijgewerkt op 15 september 2012).
Het besluit Staatssecretaris van Financiën van 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, V-N 2013/54.1, paragraaf 4.2 suggereert dat alleen een overeenkomst waarbij dezelfde belastingplichtige zich jegens de koper verbindt tot de levering van vastgoed en de bouw van een gebouw sprake is van een koop-/aannemingsovereenkomst, maar dat is niet het geval.
M.A.M.C. van den Berg, Asser/Van den Berg 7-VI 2017/34a (online, bijgewerkt op 14 februari 2017).
TC 15 februari 1977, nr. 11 089 O’68, BNB 1977/203.
HvJ EG 19 november 2009, zaak C-461/08, BNB 2011/14, m.nt. De Wit (Don Bosco).
HvJ EU 4 september 2019, zaak C-71/18, V-N 2019/46.12 (KPC Herning).
Verbindt een belastingplichtige zich jegens de koper niet alleen tot het leveren van een onroerend goed maar ook tot het verrichten van aannemingswerkzaamheden, dan is sprake van een zogenoemde ‘koop-/aannemingsovereenkomst’.1 Deze overeenkomst heeft een hybride karakter.2 Het ‘koopdeel’ van deze overeenkomst verplicht tot het leveren van een onroerend goed, terwijl het ‘aannemingsdeel’ van deze overeenkomst verplicht tot het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard.3 Bij de te verrichten aannemingswerkzaamheden kan gedacht worden aan de (gedeeltelijke) sloop van een oud gebouw, het saneren van de grond, het bouwrijp maken van de grond en/of de (ver)bouw van een gebouw.4
In de civielrechtelijke literatuur in Nederland bestaat verschil van mening over de kwalificatie van de koop-/aannemingsovereenkomst. Sommige auteurs menen dat bij de koop-/aannemingsovereenkomst sprake is van twee gekoppelde overeenkomsten, terwijl andere auteurs menen dat sprake is van een gemengde overeenkomst, een overeenkomst sui generis, omdat de koop van het onroerend goed en de aanneming van werk een onlosmakelijk geheel vormen.5 Dit laatste staat overigens veelal expliciet in de koop-/aannemingsovereenkomst vermeld. Ook in de btw is over de kwalificatie van de handeling(en) die dezelfde belastingplichtige op grond van een koop-/aannemingsovereenkomst verricht verschillend gedacht. In de Nederlandse jurisprudentie werd aanvankelijk ervan uitgegaan dat de belastingplichtige in dat geval steeds twee handelingen verricht die voor de btw-heffing afzonderlijk in aanmerking moeten worden genomen.6 Op basis van het Don Bosco-arrest van het Hof van Justitie is hierin verandering gekomen.7 Het KPC Herning-arrest laat evenwel zien dat de belastingplichtige die op grond van een koop-/aannemingsovereenkomst zich zowel verbindt tot de levering van vastgoed als het verrichten van aannemingswerkzaamheden niet altijd één handeling sui generis verricht.8
De opbouw van deze paragraaf is als volgt. In paragraaf 5.7.2 komt aan bod wat het object van levering is bij de koop-/aannemingsovereenkomst. Vervolgens wordt in paragraaf 5.7.3 ingegaan op de vraag wanneer deze levering plaatsvindt. In paragraaf 5.7.4 wordt afgesloten met een conclusie.